Hulp voor boeren Zimbabwe

Minister De Hoop Scheffer van Buitenlandse Zaken gaat onderzoeken op welke wijze hij Nederlandse boeren in Zimbabwe hulp kan bieden. De minister deed die toezegging aan Nederlandse boeren die via internationale arbitrage compensatie proberen te krijgen voor het land dat ze moeten afstaan aan de regering-Mugabe.

Voorzitter Funnekotter van de Vereniging van Nederlandse Boeren in Zimbabwe heeft namens vijf landbouwers het International Center for Settlement of Investment Disputes ingeschakeld voor arbitrage in een conflict met de regering-Mugabe. Dit instituut is gelieerd aan de Wereldbank.

De vijf behoren tot de groep van vijftien Nederlandse agrariërs in Zimbabwe die volgens een gerechtelijk bevel in de nacht van donderdag op vrijdag hun land hadden moeten afstaan aan zwarte, landloze boeren. In totaal zijn er ongeveer vijftig Nederlandse boeren werkzaam in het Afrikaanse land.

Een woordvoerster van het ministerie van Buitenlandse Zaken zei gisteren dat Zimbabwe op basis van een Investeringsbeschermingsovereenkomst (IBO) met Nederland uit 1996 verplicht is compensatiegeld te geven aan Nederlandse boeren die worden onteigend. De termijn waarbinnen dat geld uitgekeerd had moeten worden, is inmiddels verstreken.

Op initiatief van Funnekotter hebben vijf boeren daarom het aan de Wereldbank verbonden instituut om arbitrage gevraagd. De juridische kosten van die zaak kunnen oplopen tot enkele honderdduizenden dollars. ,,Dat geld hebben we niet'', zegt Funnekotter. ,,We mogen niet werken op het land en hebben dus geen inkomsten. Daarom hebben we het ministerie van Buitenlandse Zaken verzocht ons te helpen.''

Het ministerie liet gisteren weten dat de Nederlandse Staat geen financiële middelen heeft om de boeren in hun arbitragezaak te kunnen steunen. ,,De minister heeft echter laten weten dat hij zeker bereid is na te gaan of er een uitweg kan worden gevonden voor de boeren.''