Gratis poedelen

Rond ondiepe stadsbadjes maken kinderen makkelijk vrienden. En hun ouders ook. Bas Husslage over de sociale functie van pierenbadjes.

Peuter-, pieren- of kinderbadje, speelvijver: de namen voor gratis badjes in Nederlandse gemeenten, voornamelijk steden, zijn zeer divers. De meeste bassins dateren uit de jaren vijftig en zestig. En wat blijkt? Utrecht is badplaats bij uitstek. De gemeente onderhoudt maar liefst 37 peuterbadjes. Amsterdam en buurgemeente Amstelveen volgen op afstand met ieder een kleine tien bassins.

De badjes vervullen een belangrijke sociale functie. Bij mooi weer maken tientallen joelende kinderen gebruik van de speelvoorziening, onder toeziend oog van al dan niet pootjebadende ouders. Maar soms ook in gezelschap van opa en oma, de naschoolse opvang of begeleiders van het kinderdagverblijf. Te midden van parasols, kinderwagens, koelboxen en opblaasbare strandballen maken de kinderen snel vrienden. Ouders houden het tafereeltje in de gaten en kletsen met passanten en bekenden van crèche of consultatiebureau.

Vooral gezinnen zonder tuin – dat zijn er nogal wat in de stad – zijn bij de badjes gebaat. Geen wonder dat de gemeente Utrecht dit jaar een golf van protest over zich heen kreeg toen het plan circuleerde om de helft van de badjes weg te bezuinigen. De badjes bleven open. In tegenstelling tot enkele exemplaren in de gemeente Eindhoven, waar de gemeente haar poot stijf hield.

Zoals meer badjes in Nederland is het bassin in het hart van het Amsterdamse Vondelpark rond en voorzien van stapstenen, om desgewenst droog de overkant te bereiken. Het betonnen bassin dateert uit 1969 en is geschonken door kledingketen C&A;, als dank voor de hulp van de gemeente na een brand in een filiaal op het Damrak.

Tom van Zelst (38), zelfstandig aannemer, zit in kleermakerszit in het omringende grasveld, zeer onder de indruk van het feit dat zijn zoontje Boris (bijna 1) voor het eerst los staat. Dochtertje Nikki (3) slaat het tafereeltje gade in haar blote niks, met een verse snottebel en een toet vol chocola. ,,We wonen in de buurt van het park en komen vaak. Vorig jaar vierden we hier de verjaardag van Nikki met een groep van zo'n dertig mensen. Met slagroomtaart voor de kinderen en wijn voor de ouders.''

Ondertussen staat een buurvrouw op van haar geruite paardendeken. ,,Kun je even een oogje op mijn baby houden, ik moet naar het toilet.'' Tom knikt bereidwillig, is zeer te spreken over deze `vanzelfsprekende sociale sfeer'.

Ook de zwangere Joyce Wongui-Onstad (36), stadsontwikkelaar, komt graag naar het badje met haar 4-jarige dochter Jasmine. ,,Ik ben hier doordeweeks, in het weekend is het veel te druk. Het is hier veilig. Er staat een hek om het terrein, er mogen geen honden komen en het onderhoud is goed, erg goed.'' Joyce komt uit Kenia, haar man uit Scandinavië. ,,Toen ik in Amsterdam kwam wonen, kende ik niemand'', zegt Joyce: ,,Maar ik heb bij het badje veel vrienden gemaakt, want met kinderen maak je gemakkelijker onderling contact.''

De sfeer is prettig, relaxed. Net als in het Amsterdamse Bos waar de bezoekers wat meer op zichzelf zijn. ,,Vandaag pas ik op de kinderen, maar op zondag zijn we ook vaak hier'', zegt Thomas Spijkerboer (39), hoogleraar. Hij is neergestreken bij de grootste van de twee speelvijvers. ,,Ik kwam hier al op tweejarige leeftijd, met mijn moeder.'' Hoewel Thomas in de Rivierenbuurt woont, met om de hoek een badje in het Beatrixpark, komt hij liever hier met zijn kinderen Judith (4) en Daniël (3). ,,Het is hier groots opgezet en rustig. In het Beatrixpark is het voller, hier hoef ik tenminste geen ordehandhaver te zijn. En daar komt Amsterdam-Zuid publiek, met wat meer kapsones.''

Zo bedient ieder park een doelgroep. Het Amsterdamse Bos fungeert deels voor gezinnen uit omringende dorpen en gemeenten. In Amsterdam-Noord vormt het badje in het Vliegenpark een belangrijke ontmoetingsplek voor Turkse vrouwen. En in het multiculturele stadsdeel Bos en Lommer biedt het multiculturele publiek bij het Gibraltarbadje – aan de gelijknamige straat – een zeer kleurrijke dwarsdoorsnede van de wijk. De fraaie locatie is omzoomd door een enkele rij bomen temidden van lage flats uit de jaren vijftig. Het rechthoekige bad van 14 bij 25 meter biedt brede, uitnodigende traptreden aan alle zijden, een glijbaan en omliggende bankjes.

Aan het einde van de middag doet een uitgelaten groepje Marokkaanse kinderen verslag van hun belangrijkste belevenissen.

,,We deden een wedstrijd meneer!''

,,Langs de randen van het bad en dan onder de glijbaan door.''

,,En wie het snelste weer terug was.''

Een van hen glipt weg om een paar seconden later met een traktatie terug te komen: een hand vol gezouten zonnebloempitten. Ondertussen pakken overwegend allochtone moeders – een heel verschil met de vele autochtone oppasvaders in Vondelpark en Amsterdamse Bos – hun tassen en kinderwagens in met speelgoed en resterend eten en drinken. De kinderen zijn moegestreden na een dag lang spelen en de laatste rimpelingen van hun bewegingen verdwijnen langzaam uit het water. Het bronzen beeld van een zittende vrouw (1950) blijft alleen achter, onverstoorbaar water gietend uit haar kan.