Een rots? Meteen hakken

Daniël Vis verzamelt mineralen. Zijn grootste wens is het vinden van een toermalijn. `Liefst een groot kristal met een verlopende kleur.' Vijfde deel van een zomerserie.

`Ik ben mineralen gaan verzamelen omdat hiernaast iemand een mooi grindpad had, haha', lacht Daniël Vis (13, gymnasiast) op een snikhete middag in Maasdam die hij liever in het zwembad had doorgebracht. Maar nu zit hij op zijn kamer. Voor hem een glazen uitstalkast met het mooiste van zijn verzameling, achter hem een werkplank met microscoop, hardheidspennetjes, borsteltjes en streepjesplaten. Naast hem hoge gesloten kasten waarin veel meer stenen liggen. ``Ik zal een keer moeten gaan specialiseren, want anders zakt de bovenverdieping van dit huis naar beneden.''

En nu serieus. ``Ik ben begonnen toen ik een jaar of zeven was. Mijn vader heeft gewerkt voor een bedrijf dat mijnen in Brazilië had. Hij had wat mineralen. Van mijn opa heb ik ook wat gekregen. Toen ben ik in de vakanties zelf gaan zoeken. We gaan in de vakanties altijd naar Frankrijk of naar Engeland. Naar plaatsen waar wel iets te vinden is.'' Dit jaar vertrekt het gezin op vakantie naar de Vogezen. De reis gaat via Idar Oberstein, een gebied met veel mineralenvindplaatsen.

Zijn broer en vader hebben een verwante hobby. Ze verzamelen edelstenen. Daniëls zus voegt weinig toe aan het gewicht dat de vloeren in huize Vis moeten torsen. ``Die is meer op dieren.'' Van Daniël hoeven stenen niet te glimmen en ze hoeven ook niet te worden geslepen. ``Mijn vader houdt niet van graven en vieze handen. Ik wel. Ik vind vooral de ruwe materialen mooi. Daar kun je meer mee doen. Als ik een rots zie wil ik er meteen in hakken.''

``Kijk, dit is het mooiste wat ik zelf heb gevonden. Na een zware regenbui waarbij stenen van een helling waren gespoeld lag het gewoon op een bergpad in Frankrijk.'' Hij pakt een roodbruine steen uit de vitrine en wijst op twee grote in elkaar gegroeide kristallen temidden van vele kleine kristalletjes. Ze zitten vast aan een gewoon stuk steen. ``Het is gewoon calciet, maar groot en heel mooi van vorm. Precies zeskantig.''

Heel anders zijn de donkere fossielen van zeelelies in een lichtgrijs sedimentgesteente die Daniël uit de kast pakt. In Yorkshire gevonden. Het zijn fossielen, maar ze horen in de verzameling van een mineraloog omdat de ruimte die de plantjes innamen in de loop van eeuwen is gevuld met kleine, zwart glinsterende calcietkristalletjes.

Mineralen zijn kristallen van chemische verbindingen die in de aardkorst voorkomen. In wezen bestaat ieder gesteente uit mineralen. Maar de grijze sedimentgesteenten slaan de mineralogen meestal over. En voor de kleine siliciumoxidekristalletjes die wij zand noemen hebben ze ook geen oog. Pas als de siliciumoxide een mooi helder kristal is (bergkristal) zijn de mineralogen te porren voor die chemische verbinding. Daniël: ``Siliciumoxide is kortweg SiO2, maar sommige andere chemische formules van mineralen beslaan een halve regel. En door bijmenging van andere elementen of zouten kan weer een ander mineraal ontstaan. Bij elkaar zijn er wel een paar duizend verschillende mineralen.'' Maar de ware mineraloog zoekt naar scheuren en spleten in gesteentelagen, waar jarenlang water doorheen gedruppeld is, of waarin heel langzaam een chemische oplossing is ingedampt. Dat kan gebeurd zijn na een vulkaanuitbarsting, als het vloeibare lava aan de buitenkant stolt en er van binnen holtes ontstaan. In die ruimtes en holtes van gewone gesteenten groeien soms, in de rust van eeuwen, prachtige grote kristallen.

Hoe vind je die? Moet je bij iedere steen die je ziet je hamer en bijtel tevoorschijnhalen en hem doormidden hakken? Daniël: ``Je moet altijd goed naar scheurtjes en spleten kijken. Of je moet van anderen horen wat een goede vindplaats is. In Oostenrijk en Zwitserland zijn nog wel professionele mineralenverzamelaars. Dat zijn meestal boeren die het er als bijverdienste bij doen. Die houden een mooie vindplaats vaak lang geheim, want het is voor hen natuurlijk een bron van inkomsten.''

Mineralen en stenen zijn handel. Er zijn firma's die losse stenen of brokstukjes steen met een mooi kristal erin verkopen. Maar er zijn ook tal van verzamelaars die hun dubbele mineralen aanbieden. Daniël verkoopt sinds kort ook, via www.mineralen.com. ``Het brengt niet veel op hoor, een euro, of een paar euro voor een stukje. Maar ik raak zo van mijn dubbele stenen af, want ik moet toch echt eens opruimen.'' Zelf geeft hij ongeveer 45 euro per jaar uit om zijn verzameling verder uit te breiden. Daniël is lid van Geode, een vereniging die twee keer per jaar een beurs organiseert. En eenmaal per maand is er een regionale clubbijeenkomst in Zwijndrecht. Op de beurzen van de (half)edelstenenvereniging waar zijn vader nu voorzitter van is (het Nederlands Genootschap van Edelsteenkunde) bemant hij de familiekraam. En de beurs van de Nederlandse Lapidaristen Club (NLC) heeft hij ook al gevonden. Kijken, ruilen, verkopen en kopen, doet hij daar.

``Maar het leukst is het toch om zelf te zoeken. Soms lukt dat op onverwachte plaatsen. Vorig jaar waren we bijvoorbeeld in Engeland en we wandelden op een helling waar je alleen klei en grond zag. Maar daar waren een paar bomen omgewaaid en tussen de wortels waren mooie stenen mee naar boven gekomen.''

``Wat ik graag nog eens zou vinden? Een toermalijn. En dan liefst een groot kristal dat een verlopende kleur heeft. Daarvoor kun je het best naar Sri Lanka of Madagascar.''

In Maasdam, vlak bij Dordrecht in de Hoeksche Waard, waar Daniël woont is voor een mineraloog weinig te vinden. Alles is er bedekt met een dikke laag klei. Niet alleen de kleipolders in West-Nederland, ook de hogere zandgronden in de rest van het land boeien de mineralogen niet. In Nederland zijn alleen Winterswijk, met zijn steengroeve, en Zuid-Limburg interessant en dan nog vooral voor fossielenzoekers. ``In de groeve in Winterswijk zijn tenminste twaalf verschillende kristalvormen van pyriet te vinden. Het is wel een leuk project om die allemaal te zoeken. Dat is ook in vrij korte tijd te doen.''

Een (stereo)microscoop die twintig tot tachtig keer vergroot is een onmisbaar instrument om oppervlakken en kristalvormen te bekijken. ``Verder kijk je natuurlijk naar de kleur om een mineraal op naam te brengen. En ik bepaal de hardheid.'' Daar heeft een mineraloog kraspennetjes voor. De hardheid van een mineraal loopt van 1 tot 10. Aan het uiteinde van pennetje 10, met de hardste punt, is een klein diamantje geplakt. Op pennetje negen een iets zachtere steensoort en zo loopt het af. Het pennetje dat net nog een kras maakt in het mineraal bepaalt de hardheid. ``Maar als ik er met mijn vinger over wrijf weet ik ook al vrij goed hoe hard het materiaal is.''

De streepproef helpt ook bij het determineren van een mineraal. Een enigszins doorschijnend kristal dat er bijvoorbeeld groenachtig uitziet, geeft soms, als ermee over een plaatje ongeglazuurd porselein wordt gekrast, een bruine streep. Het licht valt er dan niet doorheen maar er op. En de kristalstructuur verandert in een poederstructuur. Dat kan een kleurverandering teweegbrengen. Die combinatie van kristalkleur en streepkleur zegt veel over een mineraal. En tenslotte is de glans belangrijk. ``Maar dat is moeilijk. In sommige boeken worden wel tien glanzen onderscheiden. Dan weet ik niet wat ze bedoelen. Ik beperk het meestal tot wel of geen metaalglans. Dat is meestal genoeg.''

Daniël verzamelt al een jaar of zes mineralen. Hij heeft de eerste klas van het gymnasium net achter de rug, ``maar ik denk wel dat ik later geologie ga studeren. Dat is natuurlijk meer dan alleen mineralogie. Dan houd je je bezig met alles wat met de lithosfeer te maken heeft. Want in de mineralogie alleen is natuurlijk geen droog brood te verdienen.''