Duizend euro voor een vrouw

De handel in vrouwen tiert welig in Bosnië. De slachtoffers komen vooral uit Moldavië en Roemenië. `Mijn eigenaar heeft me verkocht om zijn elektricteitsrekening te betalen.'

Toen Olga 29 werd, ontmoette ze `die vrouw'. Die vrouw was kelner in Bosnië geweest. Olga woonde bij haar ouders in een klein stadje in Moldavië; ze werkte in de bediening en bracht iedere maand vijfentwintig euro thuis. Ze had wel oren naar een baan in Bosnië.

Op een dag vertrokken Olga en de vrouw in een auto naar Roemenië. Daar werden ze opgewacht door een Bosnische kennis van de vrouw. Hij zou hen via Servië naar Bosnië brengen. Zeven dagen reisde het gezelschap langs verschillende grensposten, maar overal vingen ze bot. Uiteindelijk kochten ze aan de Hongaars-Servische grens een grenswacht om.

Olga rook al die tijd geen onraad. Overal in Moldavië vindt men advertenties voor babysitters, huishoudsters en kelners in voormalig Joegoslavië. ,,Waarom zou ik deze wantrouwen'', zegt ze, haar grote groene ogen wijd opengesperd. Niets gemerkt van overal in Moldavië opgehangen billboards die waarschuwen tegen vrouwenhandel.

Bij het Bosnische kantoor van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), de organisatie die verhandelde vrouwen terugbrengt naar hun land van herkomst, vinden ze het een moeilijke vraag. ,,Die meisjes zijn niet gek'', aldus Jeffrey Ollis. ,,Ze zijn zich vaak bewust van het risico, maar denken: dat overkomt mij niet, of: dat kan ik wel aan.'' Eenmaal in Bosnië blijkt de waarheid harder te zijn; de meisjes worden vaak mishandeld maar ze kunnen niet weg omdat hun pooiers hun paspoorten hebben afgenomen.

Bij Olga vielen de schellen van haar ogen in de Villa Bar in het Bosnische Doboj. De bar had een gladde paal in het midden; Olga moest in haar ondergoed langs die paal kronkelen. Ze weigerde. Nog dezelfde werd ze naar een verderop gelegen restaurant gebracht.

De volgende ochtend wachtte haar een onaangename verrassing. ,,Ik heb je gisteravond gekocht voor 1.700 mark, zei de restauranthouder tegen me en zwaaide dreigend met mijn paspoort.'' Olga werd aan het werk gezet om dat geld terug te verdienen. Ze ontving klanten uit het restaurant in een kamer boven de eetzaal. Maar de handel liep niet goed. Op het laatst had de restauranthouder niet eens genoeg geld om de elektricteitsrekening te betalen.

Olga wilde weg, maar haar baas had haar paspoort. Op een dag moest ze naar de gynaecoloog. Ze vroeg hem om een bewijs dat ze zwanger was. 's Avonds liet ze het papier aan haar `eigenaar' zien. De volgende ochtend werd ze doorverkocht, voor 1.400 mark. ,,Daar kon hij de elektriciteitsrekening van betalen'', schampert ze. Haar nieuwe baas stopte haar in een flat met vijftien escortgirls.

De gemiddelde prijs van een vrouw ligt rond de duizend euro. Als ze afkomstig zijn uit een bepaald deel van Moldavië, staan ze bekend als goede drinkers en zijn ze meer waard. Als ze lang en mooi zijn, leggen handelaren soms tweeduizend euro neer. Die meisjes zijn dan bestemd voor de markt in Italië, Engeland of Nederland.

Sinds augustus 1999 heeft het IOM in Bosnië 473 verhandelde vrouwen bijgestaan; 451 zijn teruggebracht naar hun land van herkomst. Die terugkeer verloopt niet altijd soepel, zeker niet in het geval van Moldavië. De vrouwen, vaak zonder paspoort, moeten een laisser-passez krijgen. Maar Moldavische ambassades werken nauwelijks mee. Het land, zo zegt Ollis, wil de vrouwen (`prostituees in hun ogen') eigenlijk niet terugnemen.

Aanklagers en rechters in Bosnië denken vaak zeer negatief over de verhandelde vrouwen. Laatst werd een vijftienjarig slachtoffer ondervraagd door een hardvochtige onderzoeksrechter. ,,Vond je het lekker'', vroeg hij. In Bosnië gaan de daders vaak vrijuit, terwijl de slachtoffers de schuld krijgen. De huidige strafwet van Bosnië bevat niet eens een artikel over vrouwenhandel of mensensmokkel. Zo'n artikel is in de nieuwe ontwerp-strafwet wel opgenomen, maar hulporganisaties hekelen de lage straffen: zes maanden tot vijf jaar.

In Bosnië is het vaak de omgekeerde wereld. Minderjarige meisjes die worden aangetroffen tijdens politie-invallen, worden steevast door de VN-politie meegenomen. Soms geven de bordeelhouders de volgende dag de meisjes op als vermist. Of ze sturen advocaten die dreigen de VN te dagvaarden wegens het ontvoeren van personeel.

Olga wilde niet wachten op haar redding door de VN-politie. Op een avond viel haar klant in slaap. Ze sloop zijn flat uit. Naar de politie durfde ze niet: ,,Mijn baas was bevriend met de Bosnische politie.'' Sommige agenten had ze zelfs regelmatig in bed. En dus ging ze naar een van haar vaste klanten. Twee dagen wist ze uit handen van de escortservice te blijven. Toen werd ze verraden. Over de daaropvolgende periode is ze snel uitgesproken. ,,Ik werd in elkaar geslagen, moest vijf dagen het bed houden en ben sindsdien permanent bewaakt.''

Niet veel later lichtten Bosnische agenten haar baas in; Olga's ouders die al een jaar niets meer van haar hadden vernomen, hadden haar als vermist opgegeven bij Interpol. Olga kreeg geen klanten meer, want de kans op ontdekking was te groot. Ze moest het huishouden doen. En ze werd opnieuw verkocht – de derde keer in krap drie jaar.

Bij een verkeerscontrole werden Olga en haar nieuwe baas aangehouden. Olga zag haar kans schoon. ,,Help, help'', schreeuwde ze, ,,ik ben ontvoerd.'' De VN-politie bracht haar naar een opvanghuis, in de buurt van Mostar. Naar Moldavië wil Olga niet meer. ,,Te arm.'' Ze droomt van de VS. Maar de VN-politie slaat die droom aan stukken. ,,Als we een zo'n meisje naar Amerika laten gaan, wil de rest ook'', zegt een politieman. Olga moet terug naar Moldavië. Ze moet op haar onderduikadres maar alvast aan dat idee wennen.

Tweede deel van een tweeluik over vrouwenhandel. Het eerste deel verscheen op 7 augustus en is te lezen op www.nrc.nl.