DARMHORMOON PYY REMT DE EETLUST VAN KNAGERS EN MENSEN

Twaalf niet al te dikke Britten aten na een injectie met het eetlustremmende hormoon PYY een derde minder dan normaal. Ze hadden na 8 uur 's avonds niet meer gegeten, kregen de volgende ochtend nuchter de hormooninjectie, waarna ze tegen lunchtijd werden `blootgesteld' aan een royaal lopend buffet. De proefpersonen die niet het eetlustremmend hormoon kregen maar een placebo (een fysiologische-zoutoplossing) schepten ook nog een derde keer op. Maar de proefpersonen onder invloed van PYY deden dat niet (Nature, 8 aug).

PYY is een eiwit dat de dunne en dikke darm afscheiden als daar calorierijk voedsel door stroomt. Al eerder is het eetlusthormoon ghreline ontdekt. Maar dit hormoon wekt juist de eetlust op. De lege maag maakt het en stuurt het de bloedbaan in. PYY en ghreline binden aan verschillende receptoren in dezelfde zenuwcellen in de hypothalamus. De hypothalamus ligt midden-onderin de hersenen. Dit hersengedeelte verwerkt emoties en `huishoudelijke' signalen en beïnvloedt op grond daarvan de hormoonafscheiding van de hypofyse die vlak bij de hypothalamus onderaan de hersenen bungelt.

Langzaam maar zeker is de laatste jaren, zeven jaar na de ontdekking van het eerste eetlusthormoon leptine, een beeld ontstaan van de hormonen die eetlust remmen en bevorderen. De balans tussen het opwekkende ghreline en de trekbederver PYY bepaalt waarschijnlijk of de zenuwcel die door beide in de hypothalamus wordt beïnvloedt de hormonen NPY (neuropeptide Y) en AgRP (agouti-related peptide) binnen de hersenen afgeeft. NPY en AgRP zijn eetlustopwekkers. De NPY- en AgRP-productie staan, behalve onder invloed van ghreline (stimulerend), PYY (remmend), insuline (remmend) en leptine (remmend), ook onder invloed van zichzelf. NPY remt dus zijn eigen aanmaak, via een terugkoppelingsmechanisme. De tegenhanger van de eetlustbevorderende NPY/AgRp is het eetlustremmende melanocortine. Insuline en leptine bevorderen de aanmaak van die eetlustbederver.

Insuline en leptine zijn vooral lange-termijnsignaalmoleculen die aangeven hoe goed de vetcellen in een lichaam gevuld zijn. Hoe dikker iemand is, hoe hoger de leptineconcentratie in het bloed. Bij muizen betekent dit dat ze minder gaan eten, maar het wemelt van de dikke mensen die met hoge leptineconcentraties rondlopen. Bij hen gaat er bij de signaalverwerking iets mis. Misschien werkt de receptor waar leptine in de hypothalamus aan bindt niet goed. Het kan ook zijn dat het eetlustremmende leptinesignaal te zwak is in vergelijking met het trekgevoel dat de aanwezigheid van ghreline en de afwezigheid van PYY veroorzaken.

De ontdekking van leptine als eerste eetlustremmend hormoon was in 1995 wereldwijd voorpaginanieuws. Biotechbedrijf Amgen betaalde 20 miljoen dollar voor de exclusieve rechten op medicijnen op basis van het leptinegen. Enkele jaren later bleek het een duurbetaalde impulsaankoop. Leptine werkte vooral goed om dikke muizen af te laten vallen. Maar bij mensen liepen de experimenten op een teleurstelling uit. Er zijn maar weinig dikke mensen die baat hebben bij leptine als medicijn tegen hun vetzucht. Van de korte-termijn-eetlustonderdrukker is nu tenminste aangetoond dat het niet alleen bij knagers (ratten en muizen) maar ook bij mensen werkt. Al waren die mensen niet (te) dik. Het is nog niet bewezen dat PYY, of een vervangend molecuul dat op dezelfde Y2R-receptor in de hypothalamus aangrijpt, dikke mensen helpt om af te vallen. En dat is waar de farmaceutische industrie nu al jaren achteraan jaagt.