Criminaliteit en cijfers

Hoeveel divisies heeft de paus, vroeg Stalin ooit spottend. Een fameus voorbeeld van een verkeerde vraagstelling. De valkuil van het denken in pure aantallen bedreigt ook de discussie over criminaliteit en onveiligheid: ophelderingscijfers, meer blauw op straat, uitbreiding van de celcapaciteit. Belangrijke onderwerpen, daar niet van. Maar er komt meer kijken bij de interne veiligheid. Dat is een thema dat de Nederlanders met reden bezighoudt. Ons land is allang niet meer de oase van ordentelijkheid en rust van weleer in een boze buitenwereld. De maatschappelijke verhoudingen zijn onmiskenbaar verhard. Het kost weinig moeite te voorspellen dat het net aangetreden kabinet ooit electoraal zal worden afgerekend op zijn aanpak van de veiligheidsproblematiek.

De nieuwe regeerploeg zal met andere woorden iets anders moeten bieden dan de paarse coalitie. Laat deze nu net een jaar voor de aflossing van de wacht een omvangrijk plan van aanpak hebben gelanceerd, de nota `Criminaliteitsbeheersing' van de ministers Korthals (Justitie) en De Vries (Binnenlandse Zaken). Daarin werd alleen al 800 miljoen euro op jaarbasis uitgetrokken voor uitbreiding van de Nederlandse politie met maar liefst een kwart van de sterkte. Plus fikse bedragen voor andere delen van het strafrechtapparaat en zaken als automatisering. Korthals en De Vries spraken eerlijk van een ,,inhaalslag''.

Dit zou het motto van het nieuwe kabinet kunnen zijn, dat ook een forse uitbreiding van de politiesterkte nastreeft, ware het niet dat dit voorlopig de hand op de knip wil houden. Er moet eerst efficiënter worden gewerkt. Politiechefs en burgemeesters worden niet moe erop te hameren dat meer veiligheid een prijskaartje heeft, en wel per direct. Dat kan al meteen een interessante proef op de som opleveren.

Een sleutelrol in de grotere efficiëntie vormt de samenwerking tussen politie en particuliere sector. Deze is al jaren onderdeel van de veiligheidsagenda. Er is ook al een hele serie pseudo-politiële controleurs actief, variërend van stadswachten tot forensische accountants en allerlei interne bedrijfsbeveiligers – om maar te zwijgen van nieuwe vormen van technische beveiliging. De paarse coalitie heeft strak vastgehouden aan het primaat van de publieke politie. Dat was ook niet zo vreemd aangezien de rechtsbescherming van de burger daar rechtstreeks aan is opgehangen. Dit arrangement staat echter onder toenemende druk. De hoogleraar Van de Bunt (voormalig hoofd van het onderzoekscentrum van Justitie) vindt dat de nota Criminaliteitsbeheersing deze vraag heeft laten liggen. Een duidelijke kans voor het nieuwe kabinet zich te onderscheiden.

Dit geldt ook voor de internationale dimensie van het veiligheidsvraagstuk. Deze is niet alleen een kwestie van de grensoverschrijdende criminaliteit waarmee Nederland met zijn open grenzen van doen heeft. We hebben bij de aanpak ook steeds meer te maken met de Europese Unie. Hoe sterk kan en wil de Nederlandse justitie zich maken voor het overeind houden van de eigen waarden? De vorige minister van Justitie, Korthals, is verschillende keren dwars gaan liggen, laatstelijk nog bij de verdediging van de Nederlandse koffieshops. Zijn opvolger Donner had enkele jaren geleden in het Juristenblad beduidend minder moeite met ,,principiële en juridische bezwaren''. ,,Doen'', was zijn eenvoudige recept. Maar het blijft de vraag of hij zichzelf daarmee op een gegeven moment ook niet in Europa tegenkomt.

`Doen' was in de betogen van Pim Fortuyn over onveiligheid en criminaliteit uiteindelijk een kwestie van ,,afrekenen op resultaat''. Lees: de ophelderingspercentages. Toch is dat een grove graadmeter. De speurders in Nederland nemen vaak genoegen met een enkele bekentenis en laten mogelijk grote aantallen andere delicten die de verdachte heeft begaan buiten het proces – en dus buiten de statistiek, die daardoor oneigenlijk wordt gedrukt. Iets dergelijks geldt voor de Nederlandse strafmaat, die de naam heeft mild te zijn in vergelijking met het buitenland. Na aftrek van allerlei bijzondere regelingen blijkt het verschil echter bepaald niet groot te zijn.

De strafrechtspleging moet met andere woorden oppassen voor een cijferstrijd – het equivalent van de divisies van Stalin. Strafrechtspleging is veeleer te vergelijken met een wajangspel, waarbij kleine poppen een uitstraling hebben die groter is dan hun werkelijke omvang. Zoals een Britse krant het eens uitdrukte: ,,We hebben niet zozeer meer cellen nodig als meer grijze cellen.''