BRITS PATENT: Cricket

De Britten waagden zich al in de dertiende eeuw aan de eerste vormen van de waarschijnlijk meest beoefende sport ter wereld, cricket: een spel waarvan tactisch en psychologisch inzicht, geduld, zelfbeheersing en vaardigheid belangrijke elementen zijn. In de loop van de achttiende eeuw is het spel ook door de rijken en de adel geadopteerd waarbij het werd verrijkt met de ethische normen die sindsdien met enig vallen en opstaan overeind worden gehouden. Daardoor kan het `That's not cricket' nog steeds worden gebruikt om weinig sportief gedrag te duiden.

Cricket wordt gespeeld door twee elftallen op een grasveld waarop een pitch rechthoekige strook die aan de kopse einden is voorzien van wickets (drie palen, stumps, waarop twee ronde latjes, bails, liggen). Twee spelers verdedigen met een slaghout (bat) elk een wicket tegen de aanvallende partij die probeert met de bal een wicket zo te raken dat de bails er afvallen. Maar de verdediger is tegelijk aanvaller, want door de bal goed te raken kunnen de batsmen tijd krijgen om tussen de wickets heen en weer te rennen waarbij elke ren van de degene die geslagen heeft telt. De slagpartij is `out' als alle spelers op zijn: als zij falen bij de verdediging, uitgevangen worden of de bal met hun been van het wicket afhouden moeten ze weg.

De sport is veel aan het Britse koloniale beleid verschuldigd: het is de meest beoefende sport in het Gemenebest en de vroegere koloniën voeren de crickettop aan.

Dit is het zesde en laatste deel over Britse sporten in het kader van de onlangs gehouden Commonwealth Games.