Besmet debat

Tussen het gefluit van de marmotten in de Franse Alpen, met de rugzak op zwoegend van col naar col, raakte ik gaandeweg in een iets betere stemming. Daar is vakantie ook voor bedoeld. Mijn slechte humeur – dat stond wel vast – had te maken met het deprimerende politieke klimaat in Nederland. Het was een opluchting daar even uit weg te kunnen. Al wandelend realiseerde ik me pas goed hoe boos ik de afgelopen tijd eigenlijk was geworden en hoe weinig raad ik me met die boosheid wist.

Nee, het waren niet de verkiezingen. Het was niet de opmars van het benepen en rancuneuze groepsegoïsme in de politiek. Het was niet het vooringenomen gekanker op `linkse intellectuelen'. Niet de venijnige laster tegen een onkreukbare figuur als Wim Kok wiens verdiensten achteloos leken te worden afgeschreven. Niet het oprukken van de meute van onscrupuleuze baantjesjagers en onverzoenlijk beursgepeupel, niet de LPF-hutspot van kwaadwilligheid, nepotisme, ijdelheid en persoonlijke grieven.

Over al die dingen was ik ook wel humeurig geraakt, maar ze zijn van voorbijgaande aard en kunnen langs democratische weg worden besproken en zo mogelijk rechtgezet. Uiteindelijk was mijn boosheid, bedacht ik tijdens de lange wandelingen in de strenge, tijdloze natuur van het hooggebergte, toch veroorzaakt door de vervloekte moord zelf. Die moord was het ergste wat de democratie kon overkomen en de boosheid daarover laat zich niet reduceren tot exclusief politiek kapitaal van de LPF.

Alleen deze onherstelbare, ieder gevoel van menselijkheid en rechtvaardigheid tartende misdaad kon mijn gevoel van machteloze woede verklaren. Ik bezwoer mezelf dit, bij alle ergernis over de heisa in en rond de LPF, vooral geen ogenblik te vergeten. Het is de moord geweest die iemand, wiens denkbeelden en opportunisme ik bestreed, uit het leven heeft weggerukt, de moord die sindsdien ook elk debat besmette en verknoeide. Dat maakte het dubbel onaanvaardbaar.

Gisteren was, pro forma, de eerste zitting in de rechtszaak tegen de verdachte van de moord op Fortuyn. We kunnen er, een enkele oprisping van wantrouwen in de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht ten spijt, in Nederland nog altijd zeker van zijn dat de verdachte een fair proces krijgt, zonder vervuiling, oneigenlijke beïnvloeding of pressie. Het recht krijgt zijn loop, maar de openbare juridische afwikkeling, hopelijk uitmondend in een gepaste sanctie, is voor de toekomst minder interessant dan de loop die het publieke debat zal nemen. Hoe noodzakelijk ook, berechting en bestraffing van een moordenaar kunnen de geslagen wond niet helen en het verstoorde evenwicht in de samenleving niet herstellen. Dat kan, op langere termijn, alleen worden bewerkstelligd via een herwaardering van de verdraagzaamheid en een door niets belemmerde democratische meningsvorming.

Eerste vereiste is dat niemand zich laat intimideren of zich de mond laat snoeren. Je moet gewoon kunnen zeggen en schrijven dat het triomfantelijke gezeul met het lijk van Fortuyn een stuitende vertoning was. Je moet de particuliere eigenaar van de LPF, multimiljonair Ed Maas, kunnen aanspreken op zijn gebrek aan democratisch benul. `Wie betaalt, bepaalt': geen vertrouwenwekkend motto voor een regeringspartij. In de Volkskrant las ik over zijn `afkeer van gestudeerde mensen' en zijn `walging van linkse mensen' (let wel: mensen, niet ideeën). Maas' anti-elitaire rancune moet wel voortkomen uit jaloezie op alles wat niet te koop is, zoals cultuur, smaak, kennis, geestelijke bagage: alles wat de PvdA met stank voor dank voor iedereen nastreefde.

Behalve van `gestudeerd' en `links' heeft de LPF een afkeer van `de' media. In een interview met het vakblad De Journalist klaagt Mat Herben dat met name de kwaliteitskranten ,,als het om de LPF ging hebben ingezoomd op partijruzie of andere, irrelevante details''. Donderdag werd zijn vertrek als fractieleider bekend. Irrelevant detail? Misschien wel. Maar toch de moeite van het melden waard.

Stelselmatig trekken LPF-politici de onafhankelijkheid van journalistieke berichtgeving in twijfel. Alsof het de schuld van de media is dat de LPF geen democratische organisatie kent, leugenachtige figuren naar voren schuift en zich onledig houdt met onderlinge machtsstrijd. Typerend is de paranoïde oproep van het Kamerlid C.Eberhard aan zijn partijgenoten om kritiek binnenskamers te houden. ,,Vooral de linkse media, Volkskrant, Parool, NRC, 2Vandaag, Nova, zijn er nog steeds op uit onze partij af te branden. Dat zijn onze vijanden.''

Het is omineus dat de begrippen `links' en `onafhankelijk' hier zonder meer als synoniemen worden beschouwd. In hoeverre, is nu de vraag, zijn media en journalisten bestand tegen de pogingen van een regeringspartij hen verdacht te maken en aan banden te leggen? De journalistieke nestor Jan Blokker spreekt in De Groene Amsterdammer de veronderstelling uit dat de LPF erin is geslaagd een aantal media te intimideren. ,,De NRCredactie heeft bijvoorbeeld het gevoel dat ze zich gedeisd moeten houden, omdat ze nog onder de rechter zijn. Als gevolg daarvan zag ik een mildheid ontstaan. De hoofdredactionele attitude, ook bij andere landelijke kranten, is vooralsnog: een beetje uitkijken.'' Ik weet niet waar Blokker deze bezorgdheid op baseert. Een nieuw kabinet (en een nieuwe partij) krijgen een tijdje het voordeel van de twijfel, maar dat is iets anders dan door angst ingegeven terughoudendheid. Van journalistieke zelfcensuur is, voorzover ik kan zien, geen sprake.

Wel kun je her en der een op zelfkastijding lijkende vorm van zelfkritiek ontwaren van `linkse intellectuelen', die evenmin als ik tijdens mijn tocht door de bergen raad weten met hun boosheid. Freek de Jonge noemt het tijd voor een schuldbekentenis en ziet de ,,arrogantie en de hoogmoed van het linkse establishment'' als oorzaak van het aan de macht komen van ,,de kleine rancune''. Hopelijk loopt deze, op zichzelf toe te juichen, introspectie niet uit op meepraten met die andere Blokker, Jaap. Te veel geslagen honden huilen met de wolven in het bos mee over de `linkse kerk' en de `politieke correctheid' in de `linkse media'.

In dit verband wil ik graag in herinnering roepen hoe Harry Mulisch in 1970 in De Gids het onderscheid tussen links en rechts formuleerde: ,,Links heeft zijn mening als `belang'. Rechts heeft zijn belang als mening.''

Daarom lijken columnisten over het algemeen linkser dan vastgoedhandelaren.