Belgisch plan voor munitie-eiland

In België is de discussie weer opgelaaid over munitie dat na de Eerste Wereldoorlog voor de kust werd gedumpt. De Vlaamse regering voelt wel voor een kunstmatig eiland om het gevaarlijke afval in te kapselen.

Vanaf de boulevard van Knokke is het potentiële gevaar nauwelijks waarneembaar. Net een kilometer uit de kust ligt de met boeien gemarkeerde `Paardenmarkt', een verboden ondiepte waar minstens 35.000 ton Duitse munitie uit de Eerste Wereldoorlog onder de bodem zit. Een deel van de granaten bevat het zeer giftige mosterdgas. ,,Het is een zaak die elk jaar weer opduikt, maar nu is het gebied voor het eerst echt grondig onderzocht'', zegt directeur Jan Mees van het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ).

De studie werd uitgevoerd door de Gentse Universiteit in opdracht van de Belgische regering. VLIZ-directeur Mees publiceerde de resultaten in het blad van zijn instituut. Hoewel er volgens de onderzoekers geen acuut gevaar dreigt, is in België het debat over de gevaarlijke munitie voor de kust weer opgerakeld. Opvallendste suggestie van de onderzoekers is de munitie in te kapselen door een kunstmatig eiland.

De Vlaamse minister Renaat Landuyt (Toerisme) omarmde in de media meteen het idee. Volgens Landuyt zou het eiland de natuurwaarde van de Belgische kust versterken. ,,Het compenseert de natuurgebieden die door de uitbouw van de haven van Zeebrugge verloren gingen.'' Zijn woordvoerder wijst op zeehonden en bepaalde soorten zeesterren die voor de kust zijn verdwenen. Deze zouden op de al tot `Robbeneiland' gedoopte lokatie een mooie biotoop krijgen. Of het er van komt? Volgens de Gentse onderzoekers kost de aanleg van het eiland ruim 400 miljoen euro. ,,Veiligheid kent geen prijs'', zei minister Landuyt. Maar het is de federale regering (en niet de Vlaamse) die zo'n besluit moet nemen en voor de kosten opdraait.

Niemand weet hoeveel munitie precies is gedumpt op de `Paardenmarkt' – ooit een schiereilandje waar paarden zouden zijn verkocht. Volgens VLIZ-directeur Mees is de schatting van 35.000 ton, waarvan waarschijnlijk een derde gifgasgranaten, gebaseerd op ladingen die schepen er in 1919 stortten. Na de Eerste Wereldoorlog is in België een enorme hoeveelheid oorlogsmaterieel achtergelaten. Het mosterdgas wordt ook wel Yperiet genoemd, naar de slag bij het Westvlaamse Ieper in 1917 waar het voor het eerst werd gebruikt. De voorlopige opslag van de munitie in depots leidde tot gevaarlijke situaties met dodelijke veel ongelukken. De regering besloot tot dumping in zee, omdat ontmanteling te riskant was.

Ook elders in Europa werd na de Eerste en Tweede Wereldoorlog munitie in zee gedumpt. Tot 2002 zijn in de Noordzee en de noordoostelijke Atlantische Oceaan zo'n tachtig dumpplaatsen in kaart gebracht, waaronder ook enkele voor de Nederlandse kust. De plaatsen zijn te herkennen aan de magnetische afwijkingen. Pas nu begint volgens VLIZ-directeur Mees serieus onderzoek naar zulke plekken. ,,De ondiepte bij Knokke is nu de best onderzochte plek'', onderstreept hij.

Sinds de uitbreiding van de Zeebrugse haven met nieuwe strekdammen zijn de stromingen gunstig veranderd. Bovenop de munitiedump ligt hierdoor nu een zandlaag, die volgens de onderzoekers vooralsnog niet aan erosie onderheving is. Bovendien is de in kisten verpakte munitie weggezonken in slib dat natuurlijk methaangas bevat, wat roest van de munitie tegengaat.

Daarom is er volgens de onderzoekers geen acuut gevaar. Wel moet de situatie vanaf nu constant worden bewaakt. Ook noemen ze het risico van scheepsrampen langs de drukke vaarroute, waarbij ze wijzen op de veelvuldiger stormen wegens het broeikaseffect.

Volgens Mees is in het rampenplan voor de Noordzee rekening gehouden met zo'n scenario waarbij een schip op de `Paardenmarkt' strandt.

De regering bespreekt dit jaar het onderzoeksrapport. Maar volgens de woordvoerster van minister Aelvoet (Milieu) is een eiland ,,absoluut geen optie'' zolang er geen gevaar bestaat dat de munitie in beweging komt.