Vrouwelijke deugdzaamheid op waaiers

Dames die zich in de achttiende eeuw in het openbare leven begaven met een waaier in de hand, moesten uitkijken. De waaier-etiquette, waarvoor in Engeland zelfs een aparte academie schijnt te hebben bestaan, luisterde nauw. Wie bijvoorbeeld met nadenkende blik de geopende waaier bestudeerde, wilde daarmee zeggen `waarom begrijpt u mij niet?'. Maar wie hetzelfde object in de linkerhand voor het gezicht hield, verlangde juist kennis te maken. En als de waaier in die pose verschoof naar de rechterhand, dan was dat een uitnodiging haar te volgen. Eén verkeerde beweging, zo lijkt het, en de consequenties waren nauwelijks te overzien. Wie tijdens het wapperen per abuis de geopende waaier aanraakte, wilde zeggen: `ik wil altijd bij u zijn'.

In de frivoliteit van de flirt, waarin de waaiertaal kennelijk zo'n belangrijke rol speelde, verwacht je niet direct verwijzingen naar de Heilige Schrift. Toch werden waaiers in de achttiende eeuwse Nederlanden vaak gedecoreerd met bijbelse voorstellingen. Het Bijbels Museum in Amsterdam toont in een kleine expositie zo'n veertig waaiers uit die tijd, die in aquarel of gouache beschilderd zijn met scènes uit het Oude en, in mindere mate, het Nieuwe Testament. De opvouwbare waaier was vanaf het midden van de zeventiende eeuw een luxe-accessoire voor welgestelden, met een soms rijkbewerkt montuur van been of ivoor, en een blad dat, uitgevouwen, vaak een fraaie geschilderde decoratie laat zien.

Waaierbladen met verhalende voorstellingen blijken er te zijn in alle soorten en maten. Vaak zijn de bijbelse scènes in pastelkleuren vrij eenvoudig met weinig figuren weergegeven, en gevat in een decoratieve omlijsting. In een paar waaierbladen die geheel zijn gevuld met bontgekleurde en drukbevolkte composities, is de invloed van Franse en Italiaanse voorbeelden zichtbaar.

Maar terwijl in die landen voorstellingen uit de mythologie en de Romeinse geschiedenis populair waren, moet de bijbelse thematiek toch bij uitstek Nederlands zijn geweest. De verhalen van onder meer Ruth en Boaz, David en Abigaïl, en Eliëzer die Rebecca als bruid voor Izaäk uitkiest, komen nogal eens voor, en je vraagt je af waarom juist voor die episodes is gekozen. Al plachten de dames ze tijdens het bidden voor hun gezicht te houden, toch waren dergelijke waaiers niet voorbehouden voor de kerkgang.

De bijschriften in de expositie geven geen andere verklaring dan dat de hoofdrolspeelsters van het Oude Testament steeds meer los werden gezien van de verhalende context en zo tot voorbeelden van vrouwelijke deugdzaamheid werden. Maar hoe moeten dan de voorstellingen worden begrepen van bijvoorbeeld Abraham die op het punt staat zijn zoon Izaäk te offeren, of Lot die de zondige stad Sodom ontvlucht? Daarover worden we niet veel wijzer in deze tentoonstelling, die de waaiers, curieus en fraai als ze zijn, te veel voor zichzelf laat spreken.

Tentoonstelling: Fragiele schoonheid; achttiende-eeuwse waaiers met bijbelse voorstellingen. T/m 22/9 in Bijbels Museum, Herengracht 366-368 Amsterdam. Inl: 020-6242436 of www.bijbelsmuseum.nl