Volkert pro forma

Het was vandaag slechts een ,,pro forma''-zitting in de strafzaak tegen Volkert van der G., die wordt beschuldigd van de moord op Pim Fortuyn. Toch was de gebruikelijke procesroutine afwezig, al was het alleen omdat de rechtbank toestemming heeft gegeven voor een live uitzending op de televisie. Dit komt tegemoet aan de enorme spanning waarmee de samenleving uitkijkt naar dit proces. Een moordaanslag op een politicus in dit land betreft meer dan het verlies van een mensenleven – hoe tragisch op zichzelf ook. Het is een aanslag op de democratie. Deze heeft niet alleen grimmige, maar ronduit kwalijke reacties in de samenleving losgemaakt.

Een strafproces heeft in dergelijke gevallen een speciale opdracht om ,,de deuk in de rechtsorde'' – zoals de Groningse hoogleraar Vrij dat ooit noemde – te herstellen. De strafrechtelijke waarheidsvinding speelt daarbij een centrale rol. De ruimte voor toekomstige mythevorming moet zo gering mogelijk worden gemaakt.

Het antwoord van Volkert van der G. zal nog wel even op zich laten wachten – als het al komt. De verdachte hult zich op advies van zijn raadslieden in zwijgen en is in hongerstaking gegaan uit protest tegen zijn detentie-omstandigheden. Deze opstelling is moeilijk te aanvaarden voor een samenleving die een bijzonder belang heeft bij uitsluitsel over deze schokkende moord en zijn achtergronden. Toch zal de samenleving ook moeten begrijpen dat het zwijgrecht van een verdachte van fundamentele aard is – hetgeen overigens niet hetzelfde is als makkelijk vol te houden. Dwang bij verhoren is uit den boze, evenals trouwens dwangvoeding bij een bewust voortgezette hongerstaking. Het tijdperk van de tortuur ligt gelukkig achter ons, nog afgezien van de dubieuze betekenis van een afgeperste verklaring.

De bekentenis geldt van oudsher als de ,,regina probationis'' (koningin van het bewijs). Maar de moderne strafrechtspleging is daarvan niet meer afhankelijk voor een veroordeling. De beste kans voor het zozeer gewenste uitsluitsel ligt in een proces dat scrupuleus eerlijk verloopt. Dat hangt in sterke mate af van de rechters, die in een zaak als deze onder meer dan gewone druk staan.

Het Kamerlid Hoogendijk (LPF) heeft daaraan een extra bijdrage geleverd door aan de vooravond van de pro forma-zitting de positie van een lid van de Amsterdamse rechtbank openlijk in twijfel te trekken, hoewel hem als volksvertegenwoordiger juist afstand past. Ons land kent in afwijking van veel andere westerse democratische rechtsstaten geen vorm van juryrechtspraak of verkozen rechters. Nederland stelt zijn vertrouwen in voor het leven benoemde, professionele rechters. Dat is niet een kritiekloze keuze. Er bestaat niet alleen de mogelijkheid een rechter in het proces te wraken, maar er is ook een dubbele beroepsmogelijkheid tegen een vonnis – met het Europese hof voor de mensenrechten als ultieme waakhond.

Hoogendijk had kunnen weten dat de rechterlijke macht zich het probleem van de publieke perceptie aantrekt. Twee jaar geleden is na een symposium in Arnhem de Nederlandse vereniging voor rechtspraak al begonnen te werken aan een ,,verschoningscode''. Daar zijn verscheidene goede redenen voor. Het elementaire burgerrecht van een rechter lid te zijn van een politieke partij kan daartoe echter moeilijk worden gerekend.

Het zou het Kamerlid Hoogendijk hebben gesierd wanneer hij zijn ondoordachte en staatsrechtelijk dubieuze verdachtmaking voor de pro forma-aanvang van een toch al beladen proces ruiterlijk had teruggenomen. Dat kan overigens nog steeds.