Schrijvers bespreken Noordervliets vrucht

Gisteren presenteerde Tilly Hermans haar uitgeverij Augustus en haar familie van 39 schrijvers. Het eerste boek zal van Nelleke Noordervliet zijn, het opmerkelijkste is van Oek de Jong.

,,Heb jij wel cola gehad?'', vraagt Tilly Hermans bij het afscheid aan een van de jongste gasten op de presentatieborrel van uitgeverij Augustus. Het ongeveer vijfjarige meisje vertelt vanaf de schouders van haar vader dat er genoeg cola was en Hermans praat nog even met haar verder, ondanks de tientallen schrijvers, collega's en verslaggevers die om haar aandacht vragen.

Persoonlijke aandacht voor de auteurs is een van de beste kanten van Tilly Hermans, zeggen de schrijvers die haar een jaar geleden volgden toen zij besloot uitgeverij Meulenhoff te verlaten en voor zichzelf te beginnen onder de vleugels van de concurrerende Contact-groep. Eenendertig schrijvers vertrokken met Hermans bij Meulenhoff. Met acht andere auteurs op de fondslijst staat de teller voor Augustus bij de openingsborrel al op 39 auteurs. De meesten van hen zijn aanwezig en poseren wat giechelig voor een groepsfoto. Van bestsellerauteurs als Adriaan van Dis, Marcel Möring en Nelleke Noordervliet, tot oud-Meulenhoff-uitgever Maarten Asscher en Caroline Hanken, die pas begin deze week definitief op de auteurslijst kwam.

Even eerder had Hermans vanaf het eerste lege bierkratje van de middag de aanwezigen kort toegesproken en Nelleke Noordervliet het eerste exemplaar heeft gegeven van het eerste boek van haar nieuwe uitgeverij: Pelican Bay. Op het omslag een exotische vrucht die prompt een van de gespreksonderwerpen wordt: doet-ie niet erg aan een vagina denken? Noordervliet zelf verklaart tegenover een televisieverslaggever dat ze het omslagontwerp prachtig vindt.

Misschien wel de opmerkelijkste uitgave die Augustus dit najaar brengt is Hokwerda's kind, de nieuwe roman van Oek de Jong, zeventien jaar na Cirkel in het gras. Dat het boek juist dit najaar verschijnt heeft niets te maken met de overgang naar de nieuwe uitgeverij, zegt De Jong. ,,Ik ben het soort schrijver dat boeken van rond de driehonderd pagina's schrijft, in mijn leven zullen dat er een stuk of zes worden. Aan dit boek ben ik drie jaar geleden begonnen en het komt toevallig zo uit dat het nu af is. De veranderingen bij Meulenhoff zijn grotendeels langs mij heen gegaan. Ik was een van de eerste mensen die door Tilly werd gebeld toen ze had besloten te vertrekken. Ik hoefde niet lang na te denken.'' Met Meulenhoff heeft De Jong nog een goede relatie. Hij werd niet gehouden aan het contract dat hij daar nog had voor een nieuwe roman en die uitgeverij zal rond de verschijning van Hokwerda's kind ouder werk van hem herdrukken. ,,Dat is allemaal in grote harmonie geregeld''.

Tegen het einde van de borrel overziet Tilly Hermans, op het oog licht geroerd, haar Augustus-familie. ,,Dit zijn schrijvers met wie ik me verbonden voel, die horen bij de mensen met wie ik dertig jaar bij Meulenhoff heb gewerkt en van wie ik het vak heb geleerd.'' Of het anders had gevoeld wanneer ze in een vergelijkbaar gezelschap had gestaan als directeur van Meulenhoff, kan ze niet zeggen: ,,Het gaat mij niet om het directeur-zijn, dat interesseert mij niet. Ik heb steeds alleen het werken met de auteurs voor ogen gehad. Achteraf heb ik van schrijvers gehoord dat ze het aan me merkten, dat ik de laatste tijd bij Meulenhoff niet lekker meer in mijn vel zat. Op die manier werkt het begin van Augustus ook voor hen inspirerend.''