Rus en toch opportunist

Het omslag van Pascal Rabatés boek Ibicus oogt als een facsimilie-uitgave van een Russisch jaren twintig-boek. De typografie, de scheve wijze waarop de letters elkaar kruisen, de gerasterde rode achtergrond. Het zou een uiteenzetting over de fundamenten van de montage-filmkunst kunnen zijn of een tractaat over constructivistische architectuur. Maar het is een stripboek over een kruimeldief ten tijde van het uitbreken van de Russische revolutie.

In het jaar 1917 valt hoofdpersoon Siméon Nevzorof een fortuin in handen. Hij ziet in welk kastje een antiekhandelaar zijn vermogen verstopt. Als de winkel overvallen wordt, haalt Nevzorof even later het laatje leeg, terwijl de eigenaar bewusteloos op de grond ligt. Vervolgens doet hij zijn best het fortuin zo snel mogelijk te verspelen aan de kaarttafel. Daar maakt hij kennis met een aan cocaïne verslaafde kunstenares. De romance duurt niet lang, want als Nevzorof cocaïne van slechte kwaliteit waagt mee te nemen, verlaat ze hem. Terwijl de revolutie uitbreekt, begint Nevzorof samen met een compagnon een illegaal gokhol. Het spreekt voor zich dat ook dit niet lang stand zal houden.

Het is lang geleden dat het woord `avonturier' nog met een stalen gezicht werd uitgesproken bij een introductie, maar in Ibicus gebeurt dat (`Maar ik heb me nog niet voorgesteld, Rtichtchev, speler en avonturier'). Net als graven, beroepsgokkers, handlezers en andere types. Het is de wereld van Hugo Pratts Corto Maltese, maar in tegenstelling tot Corto, is de hoofdpersoon van Ibicus een slungelige, onsympathieke persoon die alleen aan zijn eigen voordeel denkt en bij het minste of geringste gevaar de benen neemt.

De Franse tekenaar Rabaté baseerde hem losjes op een personage uit 1926 van Alexis Tolstoï uit 1926, een onbekende naamgenoot van Leo Tolstoï. Tolstoï was een stalinist die wilde vertellen wat voor gespuis er rondzwierf in Rusland, voordat de zuiverende revolutie plaatshad. Ook in Ibicus is Nevzorof geen sympathieke persoon, maar hij is ook geen echte schurk. Elke daad is ingegeven door opportunisme en lijfsbehoud en niet omdat hij per se kwaad wil doen.

Naast het originele verhaal is de tekenstijl het sterke punt van Ibicus. Rabaté koos voor een expressieve zwartwitstijl waarbij hij zich liet inspireren door kunstenaars als Pascin, Kokoschka en Dix. Veel close-ups van lelijke gezichten, vervormde, lange lichamen, rare perspectieven en vooral veel langgerekte schaduwen. Dat ziet er niet alleen fraai uit, het is ook functioneel met elkaar gecombineerd. Ibicus is geen volledig tekstloze strip, maar dialogen worden spaarzaam gebruikt. Rabaté vertelt met beelden en monteert die op zo'n slimme manier achter elkaar dat de vaart nergens verdwijnt.

Het vierluik Ibicus is al vaak bekroond (onder meer met de grote prijs van Angoulême 2000), maar nu pas vertaald. De vormgever heeft de oorspronkelijke uitgave verkleind tot pocketformaat, het contrasterende zwart-wit is vervangen door bruintinten op gelig papier en de omslag heeft een volstrekt andere uitstraling. Stuk voor stuk goede beslissingen: het Nederlandse boek is nog mooier geworden dan het origineel.

Pascal Rabaté: Ibicus eerste boek. Oog & Blik, 144 blz. €14,95