Rapport: hulp aan gezin in Roermond faalde

Organisaties voor jeugdzorg hebben gebrekkig samengewerkt in de hulpverlening aan een gezin in Roermond, waarvan vorige maand zes kinderen omkwamen bij een brand die hun vader had aangestoken. Dat blijkt uit een onderzoeksrapport van de inspectie jeugdhulpverlening en jeugdbescherming dat gisteren werd gepresenteerd.

Hulpverleners van verschillende organisaties informeerden elkaar slecht, `zorgelijke signalen' over het gezin drongen soms laat door, afspraken werden verschillend geïnterpreteerd. De inspectie concludeert dat de ouders hulp kregen op het moment dat zij zelf vonden dat dat nodig was, maar van die hulp konden afzien toen zij er anders over dachten.

De inspectie stelt vast dat de situatie in Roermond niet afwijkt van de rest van het land. ,,Dit had zich ook elders kunnen voordoen'', zei hoofdinspecteur H. Bakkerode gisteren. ,,Dat heeft te maken met de werkwijze van instanties, hun cultuur en met ingesleten gewoontes.'' Omdat volgens de inspectie niet moet worden ,,gewacht op een volgend incident'', geeft zij ook aanbevelingen voor alle instanties die betrokken zijn bij jeugdhulpverlening: instellingen, provincie en rijk.

In de tweeënhalf jaar dat hulpverleners zich met het gezin in Roermond bemoeiden is er volgens de inspectie geen verbetering opgetreden in de `leefsituatie' van de kinderen. Het gezin had ernstige financiële problemen en kon de opvoeding niet aan. Vooral met een van de kinderen, een jongen van elf, ging het volgens de inspectie steeds slechter. Pas kort voor de brand was geregeld dat dit kind uit huis zou worden geplaatst.

Staatssecretaris C. Ross-Van Dorp van VWS zei in een reactie op de bevindingen dat gezinnen met problemen sneller hulp opgedrongen zouden moeten krijgen. Ze kondigde aan dat ze vóór 1 januari met een voorstel komt over die `bemoeizorg'. Ze vindt verder dat er voor gezinnen met problemen een `gezinscoach' zou moeten worden aangesteld waardoor de hulpverlening beter wordt gecoördineerd.

De inspectie stelde vast dat er geen ,,oorzakelijke relatie'' was tussen de manier waarop de instanties functioneerden en de brand. De brand werd aangestoken door de vader van het gezin, na een ruzie met de moeder.

In een onderzoeksrapport van Bureau Jeugdzorg Limburg, dat ook gisteren openbaar werd, wordt geconcludeerd dat nooit sprake was van enig `signaal' dat de ouders hun kinderen zoiets zouden kunnen aandoen. Het bureau noemt de manier waarop hulpverleners keuzes maakten en beslissingen namen ,,weloverwogen, verantwoord en multidisciplinair''. Het bureau schrijft dat ook andere instanties zich met het gezin bezighielden en dat de ,,afstemming en coördinatie'' van die hulp laat op gang is gekomen.

interview : pagina 2