Psychiatrische klinieken in Kosovo toneel misstanden

Patiënten in Kosovaarse instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, die onder toezicht staan van de Verenigde Naties, lijden onder geweld, seksuele uitbuiting, verkrachting en vergaande vormen van verwaarlozing.

Dat blijkt uit een onderzoek van de Amerikaanse organisatie Mental Disability Rights International (MDRI), waarvan de resultaten deze week bekend werden gemaakt. De organisatie eist onmiddellijke actie om de geestelijk gehandicapten in Kosovo te beschermen. Het VN-bestuur van Kosovo erkent de misstanden.

Tijdens het twee jaar durende onderzoek bezocht de MDRI zes keer de drie belangrijkste instanties in Kosovo: een `speciaal centrum' met 285 bedden in Štimlje, een bejaardentehuis voor 165 mensen in Priština en de psychiatrische afdeling van het universitair ziekenhuis in Priština (75 patiënten). In alle gevallen vond de organisatie ,,overtuigende beschuldigingen'' van fysiek geweld, seksueel misbruik en uitbuiting. Hoewel onderzoekers niet elk individueel geval konden bevestigen, blijkt volgens de MDRI uit ,,een consistent patroon van verslagen van zowel de staf als patiënten'' dat het gaat om een ,,substantieel probleem''.

De directeur van de MDRI, een non-gouvernementele organisatie voor de rechten van geestelijk gehandicapten, Eric Rosenthal (die eerder VN-rapporteur over invaliditeit is geweest), vindt dat ,,het VN-programma in Kosovo niet volgens de juiste standaarden werkt'' en vraagt dringend om hervormingen. De Verenigde Naties zijn sinds het eind van de Kosovo-oorlog in juni 1999 verantwoordelijk voor het bestuur in Kosovo.

Volgens Farhan Haq, woordvoerder van de Verenigde Naties, bevestigt de VN-missie in Priština de meeste bevindingen uit het rapport en is het probleem in de geestelijke gezondheidszorg bekend. De organisatie MDRI lichtte de VN een jaar geleden al in over de slechte situatie. Verbeteringen bleven uit omdat de VN kampen met een gebrek aan geld: maar één donor, Japan, is bereid op dit gebied geld ter beschikking te stellen voor personeel, trainingen en faciliteiten.

De slechtste situatie werd aangetroffen in Štimlje, ongeveer dertig kilometer ten zuidwesten van Priština. In het rapport eist de MDRI sluiting van de instelling zodra alternatieven voor de opvang van de patiënten worden gevonden. In de instelling in Štimlje is geen psychiater. Tweederde van de geestelijk gehandicapten wordt niet behandeld.

Medewerkers van de MDRI constateerden onderling fysiek geweld bij de patiënten. Vier vrouwen maakten gedurende de onderzoeksperiode melding van verkrachting door mannelijke bewoners.

In het ziekenhuis van Priština werd vorig jaar een patiënt door een andere patiënt doodgeslagen.