Overspel voor het te laat is

Toen ik, enigszins ploegend door de pagina's, het einde van deze bundel in zicht had, bekroop me het merkwaardige gevoel dat ik het slot van een wat chaotisch opgebouwde roman zat te lezen in plaats van een verzameling verhalen, over twee mensen die me ondanks de grote omhaal van woorden wat schimmig waren gebleven. In elk geval worstelden ze met een buitenechtelijke verhouding waar ze nu wel, of juist nog niet helemaal, een eind aan hadden gemaakt, of die ze nog bezig waren te beëindigen. Ze hadden hun problematiek, hun gesprekken, hun deliberaties over diverse geografische plekken verspreid, maar in feite bleven het figuren in één drama.

Fords hoofdpersonen heten Wales en Jena, Mack en Beth (sic), Marjorie en Steven, maar hij had ze net zo goed in alle verhalen Dick en Jane kunnen noemen, zo weinig blijft er hangen dat de personen uit het ene verhaal onderscheidt van die uit het andere. Hun gelijkvormigheid is bijna geestdodend, en de ondiepte van de karakters bijna triest voor wie de enorme kwaliteiten van de auteur kent uit vroeger werk.

De veelheid van zonden die in de titel wordt gesuggereerd is er dus in feite maar één, de overtreding van het `Gij zult niet echtbreken'. Waarom de paren zich aan deze zonde overgeven blijft niet alleen schimmig omdat Ford erg slecht uit de voeten kan met de motivatie van de stellen, en het is ook nog eens dikwijls zo vreugdeloos en liefdeloos dat ik eigenlijk zat te wachten op de Dick en Jane die elkaar elk weekend in de Drake of de Red Roof Inn gepassioneerd sufneuken en daar blij mee zijn.

Maar dat facet komt in Fords wereld van overspel niet voor. `Now was the time for it to be over', zo heet het in een typerende alinea. `Though they possibly were not in love, they had been in something (what it exactly was was hazy.) But it had not been nothing.' Doorbreken van verveling, gevoel genereren dat je begeerd wordt, nog iets spannends doen voor het te laat is, daar komt het wel zo'n beetje op neer. Of zie ik het helemaal verkeerd, en bedoelt Ford dat dat de eigenlijke zonde is, dat er niets mis is met het verbreken van de huwelijkse trouw zolang het maar met orgastische passie gepaard gaat?

Er is in feite maar één verhaal dat buiten het stramien van de bundel valt en dat is meteen ook zoveel beter dan de rest dat het de teleurstelling al weer bijna draaglijk maakt. Het verhaal gaat, toeval kan dat nauwelijks genoemd worden, over een vader en een zoon – zoals bijna al het beste werk van deze schrijver, inclusief zijn roman Independence Day en de hoogtepunten uit de bundels Rock Springs en Women with men. De vader is een excentrieke en even egocentrische als overdonderende man, die op latere leeftijd alsnog voor zijn homoseksuele geaardheid gezwicht is – en gescheiden. Als hij in de buurt opduikt vanaf de andere kant van het land waar hij tegenwoordig woont, gelast hij zijn zoon klaar te staan voor een eendenjachtpartij, die van begin tot eind bol zal staan van een nauwelijks benoembare spanning. De vader komt zijn zoon niet zelf ophalen in de barbaars vroege ochtend maar stuurt een taxi. Vader is dronken, gekleed in een tuxedo ziet hij eruit `alsof hij uit een vliegtuig gevallen was op weg naar een party'. Er is een boot. Er is een onduidelijke metgezel die Renard heet, maar door de vader afwisselend, met treiterende en van seksuele implicaties geladen toon, Grease-Fabrice of Fabree-chay wordt genoemd `and it was clear he couldn't have liked a name like that'. Als de jongen het gesprek op een serieus onderwerp wil brengen onderbreekt zijn vader hem op patriarchaal-ongeïnteresseerde wijze. `Tell me about your girlfriend situation. Tell me the whole story there.'

De ochtend verloopt met meer dreiging en enkele minuscule incidenten en dan eindigt het verhaal met een uitzoom naar het heden die een van de handelsmerken van Fords kortere werk is, een opsommende slotalinea die hij vaker nodig lijkt te hebben, misschien om maar vooral niet vrijblijvend genoemd te worden.

Het is een meesterlijk verhaal, dat aan het beste vroegere werk van Ford en aan dat van iemand als Tobias Wolff doet denken, maar helaas blijft het er zo ongeveer bij. `Under the Radar' valt tenminste nog te lezen als een boeiende aanzet tot wat een verrassende story had kunnen worden; en `Creche' heeft mooie momenten maar is, hoewel het zich deels aan de dominante problematiek onttrekt, ook een wajang-spel van gemiste kansen waarbij je je afvraagt hoe het in de handen van andere auteurs, variërend van Updike tot Rick Moody, zou zijn uitgepakt. De bundel wekt nergens de indruk een verzameling tussendoortjes te zijn, integendeel, Ford is nog steeds een schrijver die uiterst zorgvuldig en consciëntieus te werk gaat. Het valt alleen ernstig te hopen dat hij zijn thematiek vanaf heden weer eens ingrijpend weet te verleggen.

Richard Ford: A Multitude of Sins. The Harvill Press, 278 blz. €24,50