Leven is meten

Ontdekkingsreiziger, meteoroloog, statisticus en erfelijkheidsdeskundige Sir Francis Galton staat bijna uitsluitend bekend als degene die in 1883 de eugenetica introduceerde. Na The Origin of Species van neef Charles Darwin kwam hij op het idee dat het mogelijk moest zijn de mensheid te verbeteren door selectie. Daarom achtten sommigen hem verantwoordelijk voor de sterilisatie van honderdduizenden mensen. Niet alleen in nazi-Duitsland, ook in talloze `beschaafde' landen: Amerika vaardigde in de jaren zeventig nog wetten uit die sterilisatie van minder begaafden mogelijk maakten.

Voor Galton, telg uit een gegoede familie, was de eugenetica een laatste redmiddel tegen het afglijden van de Engelse maatschappij. Een expeditie naar Namibië, dat hij als eerste in kaart bracht, maakte hem beroemd in het Victoriaanse Engeland. Later ontdekte hij het nut van vingerafdrukken en onderzocht als eerste de invloed van erfelijke factoren, waarvoor hij statistische methoden ontwikkelde die nu nog worden toegepast. En toen iedereen zich er nog tevreden mee stelde het weer van de voorgaande dag te beschrijven, propageerde hij al het gebruik van meteorologische data voor het doen van weersvoorspellingen. Vanwege die brede belangstelling is hij altijd gezien als een amateur, maar dat is volgens een nieuwe biografie van de Amerikaanse geneticus Nicholas Wright Gillham een misvatting. Veel meer wetenschappers legden toen een brede interesse aan de dag. En hoewel Galton met matige cijfers zijn wiskundegraad haalde in Cambridge, had hij veel in zijn mars `zonder te lijden onder de beperkingen van een deskundige.'

Zijn grote kracht was zijn obsessieve drang tot meten: alles moest vaststaan in getallen. Hij deed hoogtemetingen in Namibië aan de hand van de temperatuur van kokend water, gebruikte een sextant voor het opmeten van de achterwerken van inheemse vrouwen, en ontwikkelde een apparaatje om bij lezingen de verveling bij de toehoorders vast te leggen op basis van geeuwen per minuut. Eenmaal gefascineerd door erfelijkheid stonden al die metingen in het kader van de vraag naar de invloed van `nature versus nurture', een uitdrukking van hem. Hoewel hij op dat gebied geen grote ontdekkingen heeft gedaan, was het mede aan hem te danken dat door de introductie van de statistiek de biologie en de psychologie tot serieuze wetenschappen konden uitgroeien. Maar die smet van de eugenetica blijft hem altijd achtervolgen, en niet helemaal ten onrechte. Galton zag graag de superioriteit bevestigd van de stand die hem had voortgebracht: `De onderklassen dienen als staatsvijanden te worden behandeld zodra zij zich gaan voortplanten', schreef hij.

Toch mogen hem de uitwassen van de eugenetica niet in de schoenen worden geschoven. Op zijn manier worstelde hij al met de ethische dilemma's waarvoor wij ons nu eens te meer gesteld zien, in een tijd waarin nieuwe technologieën de erfelijke eigenschappen van volgende generaties kunnen beïnvloeden. Het is ook die gespletenheid, die hem tot zo'n boeiende persoonlijkheid maakt.

Nicholas Wright Gillham: A Life of Sir Francis Galton; From African Exploration to the Birth of Eugenics. Oxford University Press, 416 blz. €48,50