Leve de dode dichters

Een jaar of vijftien geleden was er ineens een filmpje teruggevonden waarop Louis Couperus te zien was. Je zag hem naar buiten lopen, iets tegen iemand zeggen, lachen. Hij had een heel leuk gezicht, zo bewegend, veel leuker dan je ooit gedacht kon hebben. Helaas was het een filmpje zonder stem, al wist een liplezer wel uit te vinden wat Couperus daar zei.

Wie het zag ging als vanzelf lijstjes maken van schrijvers en dichters van wie ook wel eens zo'n filmpje teruggevonden zou mogen worden. Soms denk ik dat Hans Keller ook dat Couperus-filmpje bij ontdekking heeft gezien en toen gedacht heeft: ,,Ik laat het er niet bij zitten.'' En dat hij toen het idee heeft opgevat voor zijn `Dode dichters almanak'.

Wij wensenden worden in zekere zin op ons wenken bediend, soms al voor ons wenken, door die Almanak. Allerlei dichters zie je zomaar bewegend en pratend in beeld: Paul Celan, Ingeborg Bachman, Anna Achmatova, W.H. Auden, Lucebert, S. Vestdijk, Robert Frost, Cees Buddingh'. Ze staan of zitten ergens, soms privé, soms in een zaaltje en ze dragen een gedicht voor. Soms praten ze er nog wat voor, geven ze een toelichting of een aankondiging, soms lezen ze alleen maar. Ze kijken recht in de camera of juist niet, ze doen het theatraal of gewoontjes, uit het hoofd of van papier. Elke zondagavond in het televisieseizoen laat de VPRO zo'n dichter zien. En de laatste jaren is er bovendien nog tweemaal een `Televisienacht van de poëzie' uitgezonden, waarin alles wat er daaraan voorafgaand vertoond was achter elkaar werd gezet. Zodat de poëzieminnaar thuis een videoband in zijn recorder kon schuiven om een geweldige verzameling aan te leggen.

De verzameling kan natuurlijk nooit compleet zijn, want hoeveel dode dichters zijn er wel niet op de wereld? En alleen dode dichters die ooit gefilmd zijn kunnen in aanmerking komen, want Keller wil juist niet een stem bij poëtische beelden, maar een echt dichtershoofd dat voorleest. Al smokkelt hij daar soms mee – Dylan Thomas krijg je niet te zien terwijl je hem `Do not go gentle into that good night' hoort voorlezen. Maar Achamatova dus wel, en je zag ook nog een – of misschien zelfs haar – begrafenis, terwijl ze uit haar `Requiem' voorlas – schitterend. En de gekwelde Ingeborg Bachmann met haar weergaloze poëzie en de ook al zo gekwelde maar poëtisch volkomen alle kanten op schietende Anne Sexton. Sommige dichters zie je wel veel en lang (die Allen Ginsberg! Goeie genade! Die man weet van geen ophouden!) en er zijn ook onbegrijpelijke en hardnekkige omissies (waar is Chr.J. van Geel? Waar Borges?), maar als Keller nu maar doorzoekt, komt en blijft het allemaal wel goed. Dacht ik.

Maar ze gaan het opheffen. Die paar minuutjes televisie op de zondagavond. Die zo zoetjesaan een schatkamer vullen.

Nog één seizoen. Tenzij – nee, niet hardop zeggen. Dan komen wensen niet uit.