Leeg land

De economie van Mexico, van oudsher een agrarisch land, wijzigt zich snel. De industriële sector rukt op. De arme landbouwstaten lopen leeg. Steeds meer stadjes worden spookstadjes.

De Mexicaanse docent Arturo López López zit in zijn kantoortje en schudt moedeloos zijn hoofd. Tussen de stapels papieren haalt hij een foto tevoorschijn met daarop de klas van 1980. ,,Gustavo is de enige die nog hier is'', zegt hij en wijst met zijn vinger op een van de leerlingen. ,,De rest woont in de VS.'' López is de lokale burgemeester en het hoofd van de enige lagere school in Casa Blanca, een dorp gelegen op de hoogvlakte van Mexico in de staat Zacatecas. Het dorp is, wat de Mexicanen noemen, un pueblo fantasmo. Een Spookstadje. Meer dan de helft van de huizen staat leeg en de bewoners bestaan voornamelijk uit oudjes, vrouwen en kinderen. In 1990 gingen er nog 250 leerlingen naar de basisschool van Casa Blanca, dit jaar zijn het er nog maar 150. ,,Het is echt een probleem'', zucht López. ,,We krijgen nu al geen behoorlijk voetbal- of basketbalteam meer bij elkaar.'' López vreest dat hij binnenkort de deuren van zijn school zal moeten sluiten en de kinderen voor hun lessen naar een dorp elf kilometer verderop, moet sturen. In 1985 telde Casa Blanca 5.800 inwoners, nu is daar nog de helft van over. Door de aanhoudende droogte zijn de meeste jongemannen vertrokken naar de Verenigde Staten waar ze hun geld verdienen in de tuin- of landbouw. Een deel van hun inkomsten sturen ze op naar achtergebleven familie in het dorp. Anderen hebben hun hele gezin naar de VS gehaald en de deur van hun woning voorgoed in het slot getrokken. ,,Het is al jaren droevig gesteld met de landbouw'', zegt López. ,,Maar de regering doet niets om de crisis op het platteland te verhelpen.''

De leegloop van dorpen in Zacatecas en andere arme landbouwstaten zoals Durango, Michoacán en Oaxaca is in de afgelopen jaren snel toegenomen. In 1990 werkten er in Zacatecas nog 130.000 boeren op het land, nu nog maar 80.000. Alleen al vanuit deze staat vertrekken per jaar 15.000 migranten naar de VS. De Mexicanen die daar werk vinden, sturen per jaar rond de 500 miljoen dollar terug naar achtergebleven familieleden. Dat is 85 procent van het totale budget van de staat. Omdat de Mexicaanse overheid nauwelijks geld investeert om de landbouwcrisis te verhelpen, richtten de Zacatecanen vorig jaar hun hoop op een rijke Mexicaanse remigrant. Andrés Bermúdez, in de regio beter bekend als El rey de los tomates (de tomatenkoning), kwam terug uit de VS om zich verkiesbaar te stellen voor de burgemeestersverkiezingen van de provinciestad Jerez. Bermúdez, die ooit illegaal de grens overstak en het tot miljonair schopte met zijn eigen tomatenbedrijf in Californië, beloofde een deel van zijn geld in de sociale en economische projecten te investeren. Zijn partij, de links-populistische PRD (Partido de la Revolución Democrática) won in 2001 de verkiezingen maar Bermúdez mocht niet aantreden. ,,Hij is Amerikaans staatsburger en runt een bedrijf in de VS. Volgens de Mexicaanse wet kan hij geen burgemeester worden'', zegt Ismael Solís Mares, de tweede man op de verkiezingslijst van de PRD en sinds een half jaar de nieuwe burgemeester van Jerez. De 36-jarige Solís Mares, eigenaar van een transportbedrijf voor bouwmaterialen, zit nog steeds onwennig in zijn stoel. ,,Eigenlijk wil ik hier helemaal niet zitten'', zucht hij. ,,Ik heb twintig jaar lang mijn bedrijf opgebouwd en nu ligt alles stil.'' De kersverse burgemeester heeft geen idee hoe hij de leegloop op het platteland moet bestrijden. ,,We hebben geen geld. Als ik de mensen zeg dat ze moeten blijven, wat heb ik hun dan te bieden?'' Solís Mares heeft wel enige hoop dat de situatie ooit zal verbeteren. ,,Het zal lang duren. We hebben hier meer problemen dan geld. Er heerst zoveel corruptie in Mexico. Jarenlang was er één partij aan de macht. De PRI heeft na 71 jaar de verkiezingen verloren. We kunnen nu pas beginnen alles te veranderen.''

Niet ver van Jerez ligt de geboortestad van de tomatenkoning. El Cargadero is net als Casa Blanca een spookstadje en telt nog zo'n 800 inwoners. De overige 1.500 dorpelingen wonen bijna allemaal in Anaheim, Californië. Het dorp ziet er een stuk minder haveloos uit dan Casa Blanca. Veel van de huizen staan leeg maar worden verbouwd met geld uit de VS. Omdat de inwoners van El Cargadero al vijftig jaar naar de VS migreren, hebben de meesten legale documenten waardoor ze zich vrijelijk tussen Mexico en de VS kunnen bewegen. Ignacio Chávez Ureño (25) staat met een schep in de droge aarde te spitten. Hij is een van de weinig overgebleven jongemannen in El Cargadero. Zijn vader en vier zussen wonen in Anaheim, maar hij heeft nog steeds geen papieren. Samen met zijn vrouw en kinderen verbouwt hij perziken op een klein stukje grond. ,,We investeren nog wel in de grond maar er is niet voldoende mankracht om de oogst binnen te halen. We werken van augustus tot oktober vaak dertien uur per dag. Maar dat is nog niet voldoende. Het fruit rot weg aan de bomen.' 'Gedurende de verkiezingen had Chávez Ureño al zijn hoop op El rey gevestigd. Net als een heleboel anderen uit het dorp voelt hij zich bekocht nu Bermúdez geen burgemeester is geworden. ,,Hier hebben bijna vierhonderd mensen op hem gestemd, maar de overheid wilde voorkomen dat hij aan de macht zou komen. Ze waren bang dat na hem een vloedgolf van migranten zich in de politiek zou gaan mengen.'' Chávez Ureño heeft net als bijna alle Mexicanen weinig vertrouwen in de politiek. ,,De tomatenkoning is miljonair en was niet van plan om ons te komen bestelen. Hij wilde investeren in de scholen, het land en de infrastructuur. Het grootste deel van ons staatsinkomen komt van migranten. Het zou dus rechtvaardig zijn als ook zij een stem in de politiek hebben. Maar de Mexicaanse staat wil alleen hun dollars, niet hun stem.''

Gemiddeld 450.000 Mexicanen trekken jaarlijks de grens over, slechts een derde van hen is in het bezit van legale papieren. Het totaal aantal illegalen dat werkzaam is in de VS wordt geschat tussen de 3,5 en 4,5 miljoen. Vorig jaar stelde de Mexicaanse president Vicente Fox voor om voor deze groep werknemers een regeling te treffen. Bij zijn ontmoeting met president Bush op 5 september 2001, kwam hij met een voorstel om de stroom illegale gastarbeiders te reguleren door hun tijdelijke werkvisa te verschaffen. Maar 11 september heeft voorlopig een streep door deze plannen gehaald. Sinds de aanslagen op het WTC is de controle bij de grens tussen Mexico en de Verenigde Staten alleen maar aangescherpt. Voor het jaar 2003 heeft de regering-Bush een verhoging van 2,2 miljard dollar voorgesteld om de grensbeveiliging op te voeren. Maar volgens Ignacio Chávez Ureño weerhoudt dit de Mexicanen er niet van in de VS te gaan werken. ,,De meeste Zacatecanen nemen zelfs hun gezin mee'', zegt hij. ,,Sinds 11 september is het een stuk duurder en gevaarlijker geworden om illegaal de grens over te gaan. Een coyote (mensensmokkelaar) vraagt nu 2.000 dollar per persoon.''

Hilaria Chávez Ureño (54), de moeder van Ignacio, woont in El Cargadero met haar zus, haar moeder en haar gehandicapte dochter. Haar man werkt tien maanden per jaar in de VS en Hilaria leeft van het geld dat hij haar toestuurt. Zelf bezit ze papieren om legaal in de VS te werken maar ze blijft in Mexico om voor haar dochter te zorgen. ,,Ik mis hem vreselijk'', zegt ze, gezeten in de huiskamer van haar woning. Boven haar hangen drie grote ingelijste foto's met daarop alle familieleden die in de VS verblijven. ,,Maar mijn echtgenoot komt mij wel twee keer in het jaar opzoeken. Soms ga ik naar hem toe. Als de papieren van mijn zoon zijn geregeld, wil mijn man weer hier komen wonen. Porque su tierra es su corazón'', zegt ze met een glimlach. ,,Hij heeft zijn hart aan dit land verpand.'' Volgens grootmoeder María Miranda Ureño Bermúdez (73) mogen haar dochters zich gelukkig prijzen met zoveel familieleden in Amerika. ,,Ik heb een broer en een zus die niemand hebben in de VS. Zij krijgen geen geld toegestuurd. Hun kinderen kunnen niet eens naar school. Ze ontvangen wat steun van de regering, maar dat is niet genoeg.'' Andrea Ureño, de tante van Ignacio, heeft een echtgenoot en drie zonen in de VS. Op de vraag of ze haar familie mist, reageert ze gelaten. ,,Ach, ze moeten werken.'' Maar dan vertelt ze hoe vreselijk ongerust ze was na de aanslagen op 11 september. ,,Ik ben erg verdrietig dat mijn familie zo gescheiden moet leven. Ik zou graag willen dat we weer samen kunnen zijn.''

Mexico is van oudsher een agrarisch land met een grote rijkdom aan landbouwproducten. Maar in de afgelopen twintig jaar heeft de industriële sector zich in rap tempo ontwikkeld. NAFTA, het vrijhandelsakkoord tussen Mexico, Canada en de VS, heeft geleid tot een grotere vervlochtenheid tussen de Amerikaanse en Mexicaanse economie. Op dit moment is de verwerkende industrie de meest productieve sector in Mexico. Een groot deel wordt voortgebracht door Amerikaanse bedrijven die vestigingen hebben in het Mexicaans-Amerikaanse grensgebied en gebruik maken van goedkope Mexicaanse arbeiders die produceren voor de Amerikaanse markt. Ondertussen is nog steeds een groot deel van de Mexicaanse bevolking afhankelijk van de landbouw, ook al is de bijdrage aan het nationaal product van deze sector in de afgelopen jaren niet meer dan 5 procent geweest. Deze onevenwichtige situatie wordt niet alleen veroorzaakt door de aanhoudende droogte. Al decennia lang heeft de overheid de agrarische sector met sociale hulpprogramma's moeten ondersteunen. Vooral de productie van landbouwproducten in het centrale en zuidelijke deel van Mexico is relatief laag en inefficiënt omdat een groot deel van het Mexicaanse platteland is opgedeeld in kleine boerenbedrijven. Door de beperkte omvang van deze bedrijfjes en het gebrek aan financiële middelen kunnen de boeren geen enkele modernisering doorvoeren. Ze zijn daardoor niet in staat om te concurreren met de grote, technologisch uitgeruste landbouwondernemingen uit Amerika. Sinds NAFTA in 1993 de Mexicaanse markt opende voor landbouwproducten uit de Verenigde Staten, is de export van agrarische producten uit de VS naar Mexico verdubbeld. De import van maïs uit de VS (een van de voornaamste gewassen voor kleine boeren in Mexico) is volgens The New York Times sinds de oprichting van NAFTA met 14 procent of meer per jaar gestegen. Verwacht wordt dat in de nabije toekomst steeds meer kleine en middelgrote boerenbedrijven zullen verdwijnen. Alleen de grote moderne landbouwbedrijven in het noorden van Mexico zullen zich staande kunnen houden.

Volgens Rodolfo Zamora, hoogleraar economie aan de Universidad Autonoma de Zacatecas, betekent het NAFTA-akkoord de doodslag voor de arme boeren uit streken als Zacatecas. ,,Gedurende de onderhandelingen zijn er afspraken gemaakt dat onze maïs en bonen als laatste zouden concurreren met de VS. Maar in de laatste jaren is ongeveer 30 procent van de maïs die wij eten afkomstig uit de VS. En sinds kort worden er ook grote hoeveelheden bonen voor lage prijzen uit de VS geïmporteerd. Zacatecas is de voornaamste bonenproducent in Mexico maar omdat het zo'n arme, droge staat is, kunnen we niet overgaan op de productie van bijvoorbeeld soja of koriander. Voor onze boeren zijn er nauwelijks alternatieven.''

Zamora houdt zijn hart vast als hij denkt aan de toekomst van het platteland. Als er geen constructieve plannen worden gemaakt om de landbouw uit het slop te halen, zal de migratiestroom naar de VS alleen maar groter worden. Daarom pleit hij voor een grootschalig ontwikkelingsprogramma om de trek vanuit het Mexicaanse platteland tegen te gaan. ,,Met behulp van internationale organisaties moet de armoede in Zacatecas en andere arme landbouwstaten worden bestreden'', zegt Zamora. ,,Ik zou graag zien dat de lokale gemeenschappen hier een hulpprogramma opzetten samen met de Mexicaanse overheid en met internationale instanties zoals de Wereldbank. En als de Amerikaanse regering nou eens minder geld investeert in verhoogde grenscontroles maar een deel ervan stopt in de ontwikkeling van deze regio, zou de landbouwsector er enorm op vooruit kunnen gaan.'' Toch weigert Zamora om de toekomst al te somber in te zien. ,,De verantwoordelijkheid voor ons land ligt als eerste bij de Mexicanen. Want als het volk niets doet, zal niemand ons helpen. Che Guevara heeft ooit gezegd: we moeten realistisch zijn en het onmogelijke vragen. Ik heb vertrouwen in die woorden.''

Met medewerking van Arnoud Bruning