Koers beleeft alsnog een wedergeboorte

Atleet Marko Koers (29) eindigde gisteren in de finale van de 1.500 meter als achtste en herstelde daarmee zijn status als topatleet. ,,Ik heb weer het gevoel dat ik me kan meten met lopers van mijn niveau.''

Getalsmatig telt een achtste plaats bij de Europese kampioenschappen atletiek niet, gevoelsmatig lag dat voor Marko Koers gisterenavond evenwel anders. Hij had vorig jaar de bodem van zijn atletenbestaan bereikt en ervoer zijn prestatie, gisteren in de finale van de 1.500 meter bij de Europese titelstrijd in München, als een bevrijding. ,,Ik heb weer het gevoel dat ik me kan meten met lopers van mijn niveau, maar die mij de laatste drie jaar voorbij liepen. Dit is een bevestiging dat ik op de goede weg ben.''

Koers was na afloop van zijn race tevreden, niet euforisch. Hij realiseerde zich gisteravond terdege, dat er nog een gat gaapt tussen een finale- en een podiumplaats. Maar de 29-jarige atleet uit Nijmegen verkeert momenteel niet in de positie om meer te verlangen dan een achtste plaats bij de EK.

Na jaren van stilstand heeft de carrière van Koers dankzij een wisseling van trainer een nieuwe impuls gekregen. De gewijzigde aanpak heeft Koers zowel als mens en atleet opgemonterd. De filosofie van zijn nieuwe trainer Honoré Hoedt, die de plaats heeft ingenomen van Theo Joosten, blijkt Koers dermate te inspireren dat hij is teruggekeerd op het podium waarvan hij was afgevallen.

Hoedt werkt aan de hand van tabellen waarmee de intensiteit stapsgewijs wordt opgebouwd, met de hartslagmeter als referentiepunt. Koers blijkt baat bij die aanpak te hebben, ook al had hij in het begin zijn bedenkingen. Maar dat lag aan het lage tempo van de vorderingen, in combinatie met zijn ongeduld. Hoedt legt met zijn werkwijze een conditioneel fundament van waaruit een atleet zijn kwaliteiten moet uitbouwen. En dat heeft even tijd nodig.

,,Minder dan een jaar geleden kon Koers bij duurloopjes regionale atleten nog niet bijhouden. En zijn eerste wedstrijd van het buitenseizoen was in mei een 400 meter'', schetst Hoedt de achterstand die de midden-langeafstandsloper heeft moeten goedmaken. ,,Dan mag je blij dat hij hier in München de finale haalt en moet je tevreden zijn met de achtste plaats. Gegeven de situatie waarin Koers verkeerde, was dit het maximaal haalbare.''

Dat gevoel had Koers in de race heel sterk. Hij kon het tempo bijhouden, maar het ontbrak hem aan de kracht om zich in de strijd om de medailles te mengen. ,,Met meer macht kun je buitenom de groep heen knallen; dan maken die extra meters niet uit. Maar zover ben ik nog niet, ofschoon mijn laatste ronde van 51.9 seconden wel snel was. Dat is een goed teken.''

Zijn tevredenheid gold ook het verbeterde tactische inzit. Waar de `oude' Koers meende initiatieven te moeten nemen, wacht hij nu af. ,,Ik heb geleerd dat je op de 1.500 meter heel koel moet blijven. Het is wachten en nog eens wachten om in de laatste ronde krachten over te houden. Voorheen voelde ik me op grond van mijn status verplicht om tempo te maken als het te langzaam ging. Nu weet ik dat het niet gaat om de meeste arbeid, maar om de sterkste zenuwen.''

Om de progressie van `München' te kunnen uitbouwen, moet Koers toegang tot het Grand Prix-circuit zien te krijgen. ,,Want die wedstrijden zijn de sleutel tot een tijd onder de 3.35,00, hetgeen de kwalificatie-eis is voor deelname aan de WK, volgend jaar in Parijs, en over twee jaar aan de Olympische Spelen in Athene. Hopelijk heb ik me laten zien en krijg ik weer uitnodigingen voor Grand Prix-wedstrijden.''

Want Koers weet uit ervaring dat hij `harde' competitie nodig heeft om de komende twee jaar de strijd aan te kunnen met de Afrikanen, onder aanvoering van de Marokkaanse wereldrecordhouder El Guerrouj. Voor perspectief op mondiaal niveau zal hij minstens de tweede Europeaan op de 1.500 meter moeten worden.

Volgens trainer Hoedt is het om die reden van groot belang dat Koers in eigen land nu deeluitmaakt van een groep snelle midden-langeafstandslopers. ,,Samen met Bram Som, Gert-Jan Liefers en Arnoud Okken beschik ik over jongens die elkaar kunnen oppeppen. Dat is ook de werkwijze van de succesvolle Spanjaarden. En ik zie nog steeds het verschil nietn tussen ons Nederlanders en de Spanjaarden. Als Koers, Liefers, Som en Okken zo ver komen dat ze allen onder de 3.33,00 kunnen lopen, dan hebben we uitzicht op successen. Ik spiegel me aan het turnen, dat in Nederland ook nooit iets voorstelde en nu wereldtop is.''