`Kinderen horen niet te vechten in de ring'

Tot afgrijzen van sommige betrokkenen verschijnen regelmatig kinderen in de ring voor een kickboks- of een Muay Thai-gevecht. ,,Kinderen horen te spelen, niet te vechten.''

Laatst nog, was hij te gast bij een vechtsportgala in Weert. ,,Het feest begon al vroeg in de middag en duurde tot ver in de avond. Dertig, wat zeg ik, misschien wel veertig jeugdpartijen voordat de grote jongens uiteindelijk de ring betraden. Toen dacht ik: jongens, waar zijn we in hemelsnaam mee bezig?''

Begrijp hem niet verkeerd: Fred Royers draagt hardere vechtsportvarianten als het kick- en het Muay Thai-boksen een warm hart toe. Maar wedstrijden in die weinig zachtzinnige disciplines voor kinderen van twaalf jaar en jonger? ,,Hou op! Ventjes van een jaar of acht, net uit de luiers en met handschoenen die groter zijn dan hun hoofd die laat je lekker trainen en dollen, maar that's it. Die zet je niet tegenover elkaar in de wedstrijdring.''

,,Bijna misdadig'', zo noemt de oud-wereldkampioen karate en vechtsportdocent de trend ,,om kinderen bloot te stellen aan de gevaren van een sport, waar ze op basis van hun leeftijd zowel fysiek als mentaal nog niet rijp voor zijn. Al was het maar omdat je van een kind van negen niet mag én kan verwachten dat hij of zij onderscheid kan maken tussen een spelletje in de ring en een conflictsituatie op straat.''

Ook Johan Hilbrink, als onafhankelijk medicus verbonden aan twee van de naar schatting tien kickboksbonden die Nederland telt, de Muay Thai Bond Nederland (MTBN) en de Nederlandse Kick-Boxing Bond (NKBB), maakt ,,ethisch bezwaar'' tegen het georganiseerde schoppen, stoten en slaan op jonge leeftijd. Zijn credo: ,,Kinderen horen te spelen, niet te vechten.''

Toch gebeurt dat, zij het op beperkte schaal volgens Hilbrink. Als frequent bezoeker van vechtsportgala's schat de Arbo-arts uit Amsterdam het aantal wedstrijdboksers van twaalf jaar of jonger op ,,vijftig of wellicht iets meer''. Voor die groep geldt evenwel dat ,,de geestelijke gezondheid in het geding is'', aldus Hilbrink. ,,En dan denk ik vooral aan van die fanatieke ouders die langs de kant staan en kreten slaken als `Geef 'm een knal' en meer van dat soort teksten.''

Een knock-out is formeel verboden in de leeftijdscategorie tot zestien jaar, maar critici vragen zich af hoe zinvol die regel is, gelet op het feit dat de knock-out de spil van de martial arts is. Bovendien: wie of wat ziet toe op de naleving van de veiligheidsvoorschriften bij kindergevechten? En belangrijker: hoe luiden die regels in een sport die bekendstaat als een schimmig netwerk van grote en minder grote bonden en organisaties, die er een voor een eigen reglementen en bepalingen op nahouden?

Peter Koopman, voorzitter van de niet-erkende NKBB (circa tweeduizend leden), herkent het probleem. ,,Maar zolang de overheid de kop hardnekkig in het zand steekt en dus niet bereid is om orde op zaken te stellen, kan ik helaas niets anders dan constateren dat er kennelijk eerst doden moeten vallen voordat ze in Den Haag wakker worden. Nu is het zo dat wie vandaag nog een frietkraam heeft, morgen een sportschool kan beginnen en vervolgens zelf wedstrijdjes met eigen regels kan arrangeren.''

Bij zijn bond mogen jongeren pas vanaf hun zestiende in wedstrijdverband tegen elkaar uitkomen. Tot die tijd gedoogt de NKBB ,,slechts wat vrijblijvend gestoei, waarbij uitsluitend op het lichaam mag worden gestoten en kinderen goed ingepakt zijn'', beweert Koopman. ,,We zijn hier niet in Thailand, waar jochies van vijf, zes jaar in de ring verschijnen, en dat is misschien maar goed ook. Het spelletje zelf is het probleem niet, als er maar sprake is van deskundige begeleiding. Omdat het daar meestal aan ontbreekt, stellen wij ons terughoudend op. Zeker omdat kinderen makkelijk op te naaien zijn door en dat gebeurt allerlei lieden die vanaf een afstandje moord en brand staan te brullen.''

Maar meer dan ,,hopen dat het niet uit de hand loopt'' kan Koopman niet. ,,Wij hebben geen vliegende controlebrigade die op elk moment van de dag ergens in Nederland een sportschool kan binnenvallen om te zien of daar alle regels al dan niet worden nageleefd.''

Zijn collega van de MTBN, vice-voorzitter Luc de Haan, heeft begrip voor de bedenkingen van Royers en Hilbrink, maar nuanceert de risico's. ,,Excessen heb ik in al die jaren nog nimmer meegemaakt. Vergeet niet: de kinderen zijn goed ingepakt (hoofdkap, tok, beenbeschermers, red.) en staan onder streng toezicht van scheidsrechters, die onmiddellijk ingrijpen zodra het krachtsverschil te groot blijkt of een harde actie wordt ingezet.''

Toch heeft ook Nederlands beste allround-vechtsporter, Ernesto Hoost uit Heemskerk, moeite met kindergevechten. ,,Kinderen van vijf tot zestien moet je niet confronteren met het risico van eventuele klappen of erger nog: een knock-out'', zegt de vooral in Azië razend populaire winnaar van de K1 Grand Prix. ,,Dat hoort niet, dat moet niet, dat deugt gewoon niet.''

`K1' is geen vechtdiscipline, maar een verzamelnaam voor alle vechtsporten. Eén keer per jaar meten 's werelds beste karateka's, kung-fuspecialisten en kick- en Muay Thai-boksers hun krachten tijdens een groots opgezet gala in Tokio, dat in vele merendeels Aziatische landen rechtstreeks op televisie wordt uitgezonden.

Hoost (37) won het prestigieuze toernooi in de Japanse hoofdstad al drie keer, maar zijn twee kinderen houdt hij verre van het beulswerk tussen de touwen. ,,Ze zijn nu nog te jong, maar mochten ze over een paar jaar in de voetsporen van hun vader willen treden, dan gaan ze beslist niet voor hun zestiende of zeventiende de ring in. Daar zal ik hoogstpersoonlijk op toezien.''