Het zwarte `men'

In het vierde deel van haar serie gesprekken met Nederlandse dichters praat Marjoleine de Vos met Antoine de Kom. ,,De dichter is hier een spreekbuis van dingen die heel lang doodgezwegen zijn.'

Antoine de Kom (1956) bracht een groot deel van zijn jeugd in Suriname door, zo vertelt de achterflap van zijn derde dichtbundel Zebrahoeven. Daar staat ook dat hij de zoon is van een blanke moeder, en dat zijn vader een mulat is. In dit geval is dat geen overbodige informatie: de thematiek van De Kom draait om identiteit en kleur, om ontheemd zijn en om sporen van elders. In het hier besproken gedicht komen de zebrahoeven uit de titel ter sprake.

Het gedicht heeft geen titel.

,,Daardoor is het kaler en kernachtiger. Ik heb de neiging om alles wat bijkomstig is weg te laten. Een titel is bijkomstig omdat het gedicht dan al van tevoren wordt aangekondigd. Ik heb liever dat het zich zomaar aandient, zoals dingen in de werkelijkheid dat doen.'

U gebruikt ook nauwelijks interpunctie, en geen hoofdletters.

,,Ik wilde met minimale middelen zover mogelijk zien te komen. En bovendien probeer ik een soort vervloeiing te bereiken, of meer nog een vertering, rotting. Bij rotting zie je elementen wegvallen, de structuur aangetast worden.

,,Hoofdletters brengen accenten aan die ik helemaal niet wil. Naarmate je je als dichter meer vindt, druk je meer uit hoe je bent – die hoofdletters zijn mij veel te gewichtig. Het heeft zo ook iets tegendraads, de woorden onttrekken zich aan de wetten.'

Het is een vorm van niet-meedoen?

,,Dat is waar het in dit gedicht om gaat. Het is een eigen vorm van meedoen. Dan zit je meteen in de identiteitsthematiek, de etnische identiteit. Daar draait het om.'

Men is geneigd de eerste regel per ongeluk toch andersom te lezen: `wat zijn je voeten zwart je tanden wit'.

,,Ik wil dat wat vanzelfsprekend is niet langer vanzelfsprekend is. Het verschil tussen wat je leest en wat je wilt lezen. Het draait hier om de kleur die met het lichaam te maken heeft en met die rotting, `zwarte tanden'. Maar ik heb het zeker niet bewust omgedraaid. Als ik dat gedaan had zou ik aan het construeren geweest zijn, dit gedicht is helemaal intuïtief ontstaan. Ik heb wel wat zitten duwen,maar dat is alles.'

Hoe diende dit gedicht zich aan?

,,Het was een stemming. Dat kun je soms hebben bij het schrijven van een gedicht, dat er iets beweegt, uit elkaar valt zelfs, en dat je daarnaar kunt kijken en het op zijn beloop kunt laten. Je bent niet meer dan degene die dat volgt. Dan weet je al schrijvend ook niet goed wat je aan het doen bent. Ik heb bij dit gedicht weinig in te brengen gehad. Hoe eerder ik weet wat ik doe bij het schrijven, hoe schadelijker voor het gedicht. Zoals in dromen waarin je kunt vliegen, op het moment dat je je er bewust van bent dat je vliegt, kun je het niet meer.'

Met zebrahoeven worden de afdrukken van zebrahoeven bedoeld?

,,Zie het als een metonym. Ik noem de hoeven, zoals ook verderop staat `zwarte vingers op de wand'. In het alledaagse taalgebruik zeg je het zo, als je de afdrukken van vingers bedoelt. Maar de letterlijke betekenis doet ook mee.

,,Er gebeurt iets vreemds, net zoals wanneer ik naar mijn voeten kijk en zie dat ze wit zijn. Een neefje van mij, dat zwart is, zei lang geleden eens: wat zijn je voeten toch wit. Daar had ik niet voldoende bij stilgestaan. Ik dacht dat ze er wel zo'n beetje als bij de anderen om me heen uitzagen.'

Door van het zand te zeggen dat het hier niet `lag of ligt' en even verder van de wand dat hij hier niet `stond of staat' lijkt u naar een elders te verwijzen.

,,Het gedicht tornt op tegen het niet-zijn of de negatie van het zijn. Maar onder de non-identiteit zit de verslepingsthematiek van de slavenhandel. Dat er een elders is geweest moet wel gezegd worden. Het gaat ook over het nergens thuis zijn, een beetje Slauerhoff-achtig. Die schreef dat hij alleen in zijn gedichten kon wonen. Maar dit gedicht is onbewoonbaar.

,,Alles wat hier wordt aangeduid is illusoir. De dingen die houvast lijken te bieden, bieden dat niet. Als er iets op lijkt te komen wordt dat weer tenietgedaan.'

De 'striemen' verwijzen naar het geslagen zijn, naar de slavernij.

,,Het is net of het gedicht probeert dat in te houden, daar niet over te praten. Want het gedicht gaat daar makkelijk aan kapot.'

U schrijft heel expliciet dat de woorden 'doods' zijn.

,,Voor je het weet spreken de woorden alleen maar over een inhoud, en dan zijn ze poëtisch dood. Die woorden hadden als gedicht nooit kunnen leven. Dan maak ik ze meteen maar dood, dan kan er misschien in het kadaver nog wat krioelen. Het gedicht beweegt zich in de richting van het complete einde.'

Is de afwisseling van de inspringingen als een soort strofe-indeling bedoeld?

,,Het zit hem in de uitlijning, eerst links, dan rechts, dan links, dan een afwijkende regel, dan weer links. Ik vind het wel prettig om op die manier een schijnstructuur aan te brengen. Bij echte strofes verdwijnt het effect van de vervloeiing. Het effect van het links en rechts uitlijnen is dat je twee wanden hebt waartussen het gedicht ingeklemd zit. Eigenlijk zou één marge zwart moeten zijn, maar zo ver kun je het natuurlijk niet doordrijven.'

Wat voor bedoeling heeft die afwijkende regel?

,,Doordat er hier van dood sprake is, is het moeilijk om op de oude voet door te gaan. Hier wordt ook de stap gezet naar de slaventijd. Ik heb bewust dat `men' laten staan – dat is natuurlijk het zwarte `men'. Maar nu is het alsof je moet accepteren dat het iedereen kan overkomen dat men zijn vrijheid kwijt raakt en tot koopwaar wordt gereduceerd. Deze regel staat er als een soort richel, want er gaat iets gebeuren dat riskant is.

,,Je mag in de Nederlandse poëzie over alles schrijven, over allerlei persoonlijke dingen, maar iets als dit, de slavernij, is al gauw foeilelijk in poëtische zin. Terwijl ik daar altijd vreselijk mee gezeten heb. Op dit punt breekt het onderwerp zich baan, en zet dan meteen het gedicht op het spel. Daarom staat er `pas op'. Een waarschuwing.'

En dan zet u daar bovendien nog een dubbele punt achter.

,,Het is alsof je ineens een verkeersbord op het toneel plaatst. Dan moet je je ook verantwoorden.'

Kan taal wel ontketenen?

,,Het is nogal honend bedoeld. Het gedicht probeert het eigenlijk over iets te hebben dat in de realiteit al hopeloos is. Dan moet je vooral met taal aankomen. Maar er is ook niets anders. Dan moet taal weer de ketens doorbreken. Er wordt een ongekende kracht losgelaten. Maar voor de dichter is geen plaats meer, hij is te ver gegaan. Net zoals mensen tot koopwaar werden, heeft hij zichzelf als dichter verkocht door een soort boodschap in het gedicht te brengen. Aan het eind loopt het gedicht als het ware tegen een blinde muur op, `dit'. Dat verwijst alleen nog naar zichzelf en heeft een onderdrukkende nawerking.

,,De dichter is hier een spreekbuis van dingen die heel lang doodgezwegen zijn. Dan zie je de schade doorwerken, zelfs binnen de poëzie. Het einde van het gedicht is heel rafelig, ook ritmisch. Je kunt niet aanwijzen wat precies de gevolgen van de slavernij zijn, maar zelfs binnen de poëzie zie je toch nog de rafels, de striemen.'