Het boerenvak 2

Tom Maas stelt dat boeren vooral moeten boeren en niet moeten worden betaald om zich bezig te houden met het beheren van de natuur. Een leuke stelling maar hoe je het ook wendt of keert, landschap en natuur worden voor een groot deel bepaald door de agrarische productie. Hiermee is het landschap en zijn bijdrage aan de natuurwaarde een bijproduct van de agrarische productie. Aan dit bijproduct waren in het verleden geen geldstromen voor de boer gekoppeld. Door onder andere de toegenomen welvaart is de waardering van burgers voor natuur en landschap toegenomen en daarmee ook de roep om meer zeggenschap. Waar vroeger de omvang van het aanbod van agrarische producten centraal stond, staan nu de wensen vanuit de vraag naar agrarische producten en landschap voorop.

Zoals ook aangehaald door Tom Maas blijkt uit LEI-onderzoek dat de stedeling inderdaad behoefte heeft aan rust, ruimte en groen en het bestaande agrarische cultuurlandschap weet te waarderen. De stedeling ziet het landelijk gebied vooral als een ontspanningsruimte waarbinnen allerlei producten of diensten worden aangeboden. Aangezien landschap een publiek goed is, is het niet eenvoudig een directe geldstroom te creëren van de gebruikers en belanghebbenden naar de boeren. De overheid vervult nog een belangrijke rol om voor landschap en natuur te zorgen waar behoefte aan is. De laatste jaren zien we dat de overheid een stapje terug wil doen om plaats te maken voor meer financiering en sturing door de gebruikers.

Om een oplossing te vinden voor het financieringsvraagstuk zie je in de praktijk dat er bij de inrichting van een gebied gekozen wordt voor een participatieve en interactieve aanpak. Hierbij staan de wensen van de burgers, de grondeigenaren en overheid centraal en wordt er geprobeerd te komen tot zogenaamde win-win situaties door bijvoorbeeld publiek-private samenwerking.

Voor boeren die onder beperkingen (verkaveling, milieuwetgeving, waterpeil) moeten produceren, kan het verleggen van de subsidiestroom van landbouwproductie naar beheer een aantrekkelijke bron van inkomen zijn. Hierdoor zullen de kleinere producenten kunnen overwegen toch door te gaan met hun bedrijf, waardoor het kleinschalige landschap zoals dat gewaardeerd wordt in stand blijft. Voor boeren die gunstiger productieomstandigheden kennen, kan het specialiseren op agrarische productie een logische keuze zijn. In dit laatste geval zal het landschap veranderen in een wellicht voor de burger minder aantrekkelijk landschap. Als boeren de keuze krijgen zal deze tweedeling ontstaan, waarbij recht wordt gedaan aan het ondernemerschap van de boer en het aanbod van gewenst landelijk gebied voor de burger.