Geheide kunstkrakers

Het is een hachelijke onderneming om topstukken van een museum te presenteren in een boek dat tegelijkertijd pretendeert een samenhangend overzicht te geven van een kunsthistorisch tijdvak. Als Nederland één museale collectie heeft waar deze opzet kans van slagen heeft, is het die van het Rijksmuseum. In de serie Netherlandish Art in the Rijksmuseum werd in 2000 een deel gepubliceerd over de periode 1400-1600; twee boeken, over de achttiende en negentiende eeuw, staan op stapel. Onlangs verscheen het deel over de zeventiende eeuw. Het bevat talloze illustraties in kleur en wart-wit en biedt in chronologische volgorde beschrijvingen van meer dan honderd topstukken. Die worden in een ruimere context geplaatst in vijf essays over aspecten van de zeventiende-eeuwse kunstproductie, over de Republiek en over de receptie van die kunst.

De selectie bevat geheide krakers van zeventiende-eeuwse schilderkunst zoals Rembrandts Nachtwacht en Vermeers Melkmeisje, maar ook sculptuur, zilverwerk, meubels, en een paar met parels en gouddraad bewerkte handschoenen. Deze ceremoniële accessoires, met in de decoraties verwijzingen naar liefde en huwelijk, droeg Johanna le Maire toe ze in 1622 trouwde. Dat is ook te zien op de geschilderde portretten ter gelegenheid van dat huwelijk die zich sinds kort ook het Rijksmuseum bevinden.

Het is tekenend voor de rijkdom van de collectie, dat zulke uitzonderlijke combinaties uit verschillende deelverzamelingen gemaakt kunnen worden, terwijl die deelverzamelingen zelf zich kenmerken door een verbluffende reikwijdte en representativiteit. Je kunt, zoals een van de essays in dit boek doet, de geschiedenis van de specialisatie in thema's als stilleven, genre- of zeestuk in de schilderkunst van de Gouden Eeuw inderdaad schrijven aan de hand van de collectie. In de werken die het boek uitlicht, is dat ook te zien: bij de schilderijen zijn alle genres vertegenwoordigd, maar ook de verschillende stijlen die in de zeventiende-eeuwse Nederlanden werden gehanteerd. Minder direct gerelateerd aan de collectie, is een lezenswaardig hoofdstuk over de professionele infrastructuur van de zeventiende-eeuwse kunstwereld.

Voor wie is dit boek bedoeld? Informatieve, weinig diepgravende catalogusnummers en samenvattende hoofdstukken, vertaald in het Engels, lijken te mikken op de vele buitenlandse bezoekers die het Rijksmuseum trekt. Maar de bijdrage over de Republiek in de zeventiende eeuw is toch vooral besteed aan de Nederlandse lezer met enig benul van de vaderlandse geschiedenis. Die weet wel wat een stadhouder is, en wie de, zonder verdere introductie opgevoerde, gebroeders Jan en Cornelis de Witt waren. Maar weet de gemiddelde kunsttoerist uit Frankrijk, Amerika of Japan dat ook? Niet zozeer de ambitie kunstgeschiedenis te schrijven aan de hand van een collectie veroorzaakt het hybride karakter van dit boek, maar veeleer het bespelen van verschillende registers van toegankelijkheid.

Jan Piet Filedt Kok e.a.: Netherlandish Art in the Rijksmuseum, 1600-1700. Waanders/Rijksmuseum,

296 blz. €49,90