Filmfonds

In haar artikel `Kleine Prachtfilms' (Cultureel Supplement, 2 augustus) houdt Joyce Roodnat het Nederlands Fonds voor de film verantwoordelijk voor het ontbreken van kleine kunstzinnige films in Nederland. Het fonds zou alleen films steunen die mikken op het allergrootste publiek. Het is jammer dat mevrouw Roodnat zich niet wat beter heeft geïnformeerd. Dan had ze geweten dat het Fonds juist kleine kunstzinnige Films steunt en dat die ook nu nog worden gemaakt. Men denke aan Drift, Amnesia, Met Grote Blijdschap, Îles flottantes en Monte Carlo, die afgelopen jaar in de bioscoop waren te zien. Er zijn momenteel een zestal kleinere speelfilms in productie die tot een miljoen gulden van het fonds mochten ontvangen: Halima's Paradise, Zwarte Zwanen, Gestolen Uurtjes, the Paradise Girls, Shoef Shoef Habibi en Simon. Daarnaast is er afgelopen jaar extra geld uitgetrokken voor experimentele films, korte films en documentaires. Roodnat noemt financieringsproblemen bij Grimm en Phileine zegt sorry en gaat ervan uit dat dit ook kleine films zijn. Maar deze mikken juist op een groter publiek en hebben elk twee miljoen euro steun gekregen uit diverse fondsen.

Het filmfonds rekent het tot zijn hoofdtaken om kleine, eigenzinnige films te stimuleren. Er is zelfs meer geld beschikbaar voor dit type film, omdat er extra middelen zijn gekomen voor grote films en de druk op het reguliere budget is afgenomen. Mogelijk is Roodnat in de war door de pogingen van het Fonds om voor elke film – groot of klein – zoveel mogelijk toeschouwers te trekken door betere promotie en marketing. Daar is niet alleen de grote, maar ook de kleine kunstzinnige film bij gebaat.