De rechter als regelneef

De Wet schuldsanering natuurlijke personen van 1998 is een intrigerend sociaal experiment. Deze beoogt een billijke uitweg te bieden aan hopeloos vastgelopen, maar goedwillende schuldenaren. Maar het gevaar van misbruik ligt om de hoek. Alle reden dus voor een evaluatie. Hoogleraar Nick Huls en Viviane Schellekens van de Leidse universiteit gingen op een rechtssociologische zoektocht met een opmerkelijk resultaat. De nieuwe wet levert een levensgroot dilemma op met de plaats van de rechter in de moderne maatschappij, blijkt uit Je ziet de gaten in hun handen. Die heeft zich bij schuldsanering ontwikkeld tot overlegpartner en zelfs medespeler. Met name deze `doe-functie' wringt met de distantie die hem als onafhankelijke arbiter voor alles past.

Bron van moeilijkheden zijn de vele rollen die de rechter worden toebedeeld. De onderzoekers tellen er elf. De schuldsaneringsrechter is `procesmanager', vanaf de intake tot de laatste zitting. Hij opereert daarbij als onderdeel van een `unit', en dat stelt zijn (afstemmings)eisen. Daarbovenop komt de relatie met de rechters in hoger beroep; een niet onbelangrijke bron van wrevel. Ook buiten de rechtszaak moet de rechter opereren. Hij overlegt met de balie en met andere groepen die zich bezighouden met bewindvoering. Hij moet goed kunnen luisteren, maar moet ook `deals' kunnen sluiten. De contacten met de gemeenten vormen weer een hoofdstuk apart.

Interessant is ook een commissie van faillissementsrechters van de vereniging voor rechtspraak (Recofa). Formeel heeft deze geen beslissingsmacht, maar de naam duikt in deze studie net te vaak op om te spreken van een studieclub. Het onderling overleg gaat trouwens zo ver dat soms afstemming plaats heeft tussen lagere en hogere rechters. Hoeveel ruimte laat dat de hogere rechter nog voor een werkelijk nieuwe behandeling van appèlzaken, zoals de wet wil?

De problemen die de nieuwe beleidsmatige aanpak in de rechtspraak oproept, blijven niet beperkt tot schuldsanering. Strafzaken, familierecht, bestuursrecht, er valt nauwelijks een sector te bedenken of er is wel een overleggroep actief. Niemand die overigens precies weet wat er zich allemaal achter de schermen van de openbare rechtspraak afspeelt.

De redenen voor de nieuwe aanpak zijn duidelijk: de grote aantallen zaken plus de noodzaak de `doorloopsnelheden' te verbeteren. Maar krijgt de individuele rechtszoekende dan nog wel een onbevangen gehoor? Kerntaak van de rechter is het geven van een concrete beslissing in een afzonderlijke zaak. Maar het rechterlijk beleidsoverleg gebeurt vooral in achterkamertjes. Hoe krijgt de individuele rechtszoekende dan nog een vinger achter dit soort justitiële `babbelboxen', zoals ze in de bundel Rechterlijke Samenwerking worden genoemd? Soms wordt de uitkomst naar buiten gebracht zodat er tenminste over valt te praten. De Wet schuldsanering heeft zelfs een website. Maar een rechter heeft ook gesignaleerd `dat afspraken niet aan de balie bekend worden gemaakt maar wel aan andere professionals zoals het openbaar ministerie of de fiscus'.

De geest van de `rechterlijke beleidsvorming' is uit de fles. De nieuwe wetgeving op de rechterlijke organisatie bevat zelfs een opdracht tot `uniforme rechtstoepassing'. Maar de rechter is geen beleidsmaker. Zijn vak is het beslissen per geval en niet het uitvaardigen van algemene regels, al was het maar omdat rechters niet zijn onderworpen aan democratische controle.

Onder druk van de nieuwe zakelijkheid dreigt te worden vergeten dat het basale vertrouwen van de burgers in een onafhankelijke rechtspraak staat of valt met het besef dat dit geen automatisme is. Recht doen is geen veredelde vorm van ambtenarij, maar juist een tegenwicht voor de bureaucratische lopende banden waarvan we er al zoveel hebben in dit land.

Nick Huls en Vivian Schellekens: Je ziet de gaten in hun handen. Lemma, 212 blz. €22,46

C.P.M. Cleiren en G.K. Snoep (red.): Rechterlijke samenwerking.

Gouda Quint, 194 blz. €26,41