De onzekere erfenis van Herben

Mat Herben laat de LPF achter met een erfenis die hoogstens stevig lijkt: er is een regeerakkoord, een kabinet, de LPF is nog bijeen. Maar hoe lang nog?

Als een speelbal die uitgeput vanaf de zijlijn roept: laat me nu eens even liggen! Zo'n spotprent zou passen bij de wijze waarop Mat Herben, politiek leider van de LPF, zijn partijgenoten gisteren verraste met zijn vertrek. De afgelopen dagen zwol uit zijn fractie de kritiek op Herbens leiderschap aan. Hij was niet scherp genoeg, geen inspirerend leider, te zwak om de oppositie in de Tweede Kamer van repliek te dienen. Dat was tijdens het debat over de regeringsverklaring eind juni wel vast komen te staan, vonden fractiegenoten. In weerwil van interne oproepen om stilte van vice-fractievoorzitter Hoogendijk, bleven zij hun grieven verwoorden. Het was dus ernst: Herben moest weg.

Daarop volgde geen stevige telefonische reprimande aan opstandige fractieleden door de partijleider vanaf zijn vakantieadres. Geen sussende persverklaring via een woordvoerder – die van Herben was overigens tijdens zijn vakantie door zijn fractie op non-actief gesteld. Nee, Herben liet zijn partijgenoten via de krant weten dat hij er mee ophoudt. Zijn taak is volbracht, hij is moe en hij is overigens ,,niet gevoelig voor macht'', zegt hij. Mat Herben, de woordvoerder van Pim Fortuyn die naar voren stapte toen zijn voorman werd vermoord, wil terug naar de achtergrond.

Daarmee lijkt op ongebruikelijke wijze een einde te komen aan een historische en bizarre carrière van een partijleider. Het was eigenlijk al een cliché voordat het voorbij was: een onopvallende ambtenaar zonder opvallende kwaliteiten die in een paar maanden doorstootte van een ondergeschikte rol op het ministerie van Defensie naar het leiderschap van de tweede partij van het land. Een politiek volstrekt onervaren burgerman, die onderhandelingen voerde over een nieuwe regering en een kabinet hielp samenstellen. Een man die het als zijn opdracht zag de situatie in het land te `normaliseren' na de eerste politieke moord sinds eeuwen en die zich tot taak stelde het `gedachtengoed' van het slachtoffer in het beleid te laten doorklinken.

Er zaten barokke kanten aan de wijze waarop Herben zich soms over zijn taak uitliet: het bovenaardse contact dat hij met Fortuyn zou kunnen krijgen, het gebrek aan toeval dat zou blijken uit uiteenlopende factoren als de voorkeur van Fortuyn voor een bepaalde soort pepermunt en de overeenkomende voornamen in hun beider families. Maar er was ook bewondering, voor de rust die Herben in alle hectiek steeds leek te bewaren. Zijn leiderschap dankte hij aan de beslistheid waarmee hij daags na de moord naar voren trad met de wens de verkiezingen door te zetten. Hij temperde de wildste beschuldigingen van partijgenoten dat `links' verantwoordelijk was voor de moord op de leider.

Herben toonde meer crisisinstinct dan politieke ambitie: hij voelde, liet hij steeds weten, een zware verantwoordelijkheid, maar wilde Fortuyn niet opvolgen. Dat kon immers niemand - hij, Herben, kon alleen tijdelijk de honneurs waarnemen. Af en toe haalde hij stevig uit naar wat hij als bedreigend beschouwde: met name de pers, die ook wilde weten wat hij niet wilde vertellen, die zijn cv controleerde en zijn verleden uitvlooide. Pijnlijk voor Herben was het bericht dat hij zich bij Leefbaar Nederland had willen aanprijzen via suggestieve opmerkingen over het vermeende drugsgebruik van lijsttrekker Fortuyn.

Ondertussen moest Herben zich zien te redden in een zich ontwikkelend politiek spel, zowel in de formatie-onderhandelingen als in zijn eigen partij. Dat hij daarop nauwelijk was berekend, liet hij in het begin al zien toen hij in het Hollands Dagboek in deze krant trots meldde dat hij Piet Hein mocht zeggen tegen informateur Donner. Later liet hij zich eens ontvallen dat de verhoudingen in de formatie zo goed waren dat partijpolitieke overwegingen ,,eigenlijk geen rol meer speelden''. Zijn tafelgenoten speelden gretig op deze naïviteit in. Terwijl betrokkenen spraken van een pingpongspel tussen Zalm en Balkenende met Herben als toeschouwer, zei Zalm: ,,We dragen Mat er wel doorheen.''

In de LPF-fractie groeide de kritiek dat Herben te weinig echte LPF-punten binnenhaalde. Er ontstonden ongebruikelijke taferelen op het Binnenhof: Herben die tijdens onderhandelingen over de postenverdeling in het kabinet twee keer werd teruggestuurd door fractiegenoten die later ook nog eens persoonlijk ongevraagd `een handje kwamen helpen'. In de LPF ontstond een bestuurscrisis waarin Herben slap optreden werd verweten. De werving van bewindslieden liep uit op een haastklus van anderhalve dag, inclusief een miscast met staatssecretaris Bijlhout die binnen enkele uren opstapte. Daarbij kwamen nog de bedreigingen: wekenlang stond voor Herbens huis in Linschoten een politiewachthuisje. Dat was net weg toen hij werd bedreigd omdat hij akkoord zou zijn met een baan voor ex-PvdA-leider Melkert.

En toch bleef Herben steeds overeind: tussendoor werd hij begin juli zelfs een halve middag een echte `politiek leider' toen hij in de Rotterdams Doelen door de LPF-leden werd onthaald op staande ovaties. Daarna begonnen op internet de discussies weer: Herben wilde veel te graag bij het establishment horen, vonden LPF'ers, hij was aimabel maar niet strijdbaar. Nu hij stopt, lijkt voor de LPF de weg vrij voor meer politiek vuurwerk. Maar ook voor nieuwe onzekerheden: is de LPF zonder Herben wel in staat de eenheid te bewaren? En wil zijn opvolger straks wel het regeerakkoord verdedigen dat Herben heeft gesloten?