De engel is een hond

Winn-Dixie is een engel. Een engel in de gedaante van een schurftige hond. Hij verschijnt als het tienjarige meisje India Opal Buloni hem het meest nodig heeft. Ze is in een vreemde supermarkt, in een vreemde plaats, gewone boodschappen aan het doen. Ze is net verhuisd, met haar vader de predikant, naar Naomi, Florida. Ze heeft vakantie en ze kent nog niemand. Meer dan ooit mist ze haar moeder, die wegliep toen ze drie was. Moeder duikt niet op, Winn-Dixie wel, zomaar, in de Winn-Dixiesupermarkt, waar zijn wuivende staart de groente over de vloer zwiept. Voordat de bedrijfsleider het asiel kan bellen, roept India dat het haar hond is. En gaat naar haar vader om even na te gaan of ze voor de armen en de behoeftigen zorg moet dragen. Dat moet inderdaad. Winn-Dixie mag blijven.

De zomer van Winn-Dixie, het debuut van de Amerikaanse Kate di Camillo, is een groot succes in de Verenigde Staten. Het won een prijs, de Newbery Honor, en 345.000 kinderen bemachtigden reeds een exemplaar. Het is een zeer plezierig boekje, vooral omdat het zo onsentimenteel, zo terloops is, zonder dat de terloopsheid in onverschilligheid omslaat. Het is weinig (kinderboeken)schrijvers gegeven zo over onthecht zijn en over verdwenen moeders te schrijven.

Het boek is in de ik-persoon geschreven. Het meisje vertelt haar verhaal met een directheid die in Nederland vooral aan Guus Kuijers boeken doet denken, al heeft zij minder branie dan Kuijers Polleke. De hond wordt de sleutel tot haar nieuwe wereld. Als hij zijn grijnzende kop om de hoek steekt, ontwapent hij de mensheid. India sluit vriendschap met uiteenlopende mensen, zoals de eigenaar van een dierenwinkel die in de gevangenis heeft gezeten, een verstofte bibliothecaresse die ooit een eenzaam, verwend klein meisje was en de `dorpsheks' die eens een alcoholiste was. En uiteindelijk zelfs met een aantal leeftijdsgenoten. In het mooie slot van het boekje komt niet ineens een moeder uit de kast. Maar dat is dan al niet meer zo erg.

Ook de hoofdpersoon van Tjibbe Veldkamps De lachaanval vindt iets, of liever gezegd: iemand, anders dan waar hij naar zocht. De lachaanval gaat over de onwaarschijnlijke vriendschap tussen twee middelbare scholieren, de een een `aulazitter', de ander een lid van de populaire groep, van hen die weten hoe het hoort. Zij ontdekken een gedeeld gevoel voor humor, voor ontregelende grappen. Zij dwepen met Duchamp en Dada. Veldkamp trekt voor deze voorliefde, waar komt zij vandaan, waar gaat zij heen, net iets te weinig tijd uit. Ook andere verhaalgegevens zijn niet genoeg uitgekristalliseerd. Waarschijnlijk was Veldkamp beducht voor te veel explicatie, maar nu laat het boekje een wat bekaaid gevoel na. De uitgever, Van Goor, plaatste boven en onderaan de voorkant van het boek twee rode strepen waarin zeventien en een halve keer in witte letters het woord `roman' prijkt. Dat versterkt de sensatie van een niet geheel ingeloste belofte, helaas.

Toch is Veldkamp een auteur voor jongeren om in de gaten te houden. Er zitten, ondanks het gebrek aan samenhang en de mislukkende `suspension of disbelief', mooie vondsten in zijn boekje. Zijn streven vooral niet te veel te vertellen is op zich toe te juichen. Hij mag zichzelf echter wel wat meer ruimte gunnen, vooral als het gaat om zaken als de `3d-grap.' Veldkamps hoofdpersoon legt een vermakelijke verzameling aan van `readymade-grappen': een brandtrap die maar tot halverwege een gebouw loopt, hekjes op een fietspad waar fietsers zonder vaart te verminderen doorheen kunnen slingeren, grappen gemaakt van `hout en aarde.'

Kate di Camillo: De zomer van Winn-Dixie. Querido. Vanaf 9 jaar.

96 blz. €11,95

Tjibbe Veldkamp: De lachaanval. Van Goor. Vanaf 12 jaar.

124 blz. €12,90