Adoptiekinderen vaker onaangepast

Adoptiekinderen uit vooral Aziatische en Zuid-Amerikaanse landen die in westerse landen opgroeien, hebben als jongvolwassene een grote kans op psychiatrische problemen en sociaal onaangepast gedrag. Ze hebben driemaal zo vaak een psychiatrische ziekte en plegen driemaal zo vaak zelfmoord als hun generatiegenoten die niet zijn geadopteerd. Ze hebben ook een vijfmaal zo grote kans om drugsverslaafd te raken en begaan anderhalf keer zo vaak een misdrijf.

Dit schrijven Zweedse onderzoekers van het Karolinska Instituut in Stockholm in het medisch-wetenschappelijke tijdschrift The Lancet dat morgen verschijnt. Zij onderzochten het lot van álle in Zweden geadopteerde kinderen die tussen 1970 en 1979 zijn geboren. Dat waren er 11.320, voornamelijk afkomstig uit Korea, India en Colombia. De onderzoekers vergeleken hun lot met dat van hun 2.343 in Zweden geboren broertjes en zusjes, van 4.006 immigrantenkinderen en van 853.419 Zweedse kinderen die tussen 1970 en 1979 zijn geboren.

Het is voor het eerst dat over het lot van adoptiekinderen op volwassen leeftijd wordt gepubliceerd. De adoptie uit Aziatische en Zuid-Amerikaanse landen kwam ook pas eind jaren zestig op gang. Ruim 1 procent van de na 1965 geboren Zweden is een buitenlands adoptiekind.

Over problemen van adoptiekinderen in hun kindertijd was al meer bekend. De Nederlandse onderzoekers prof.dr. F.C. Verhulst (Erasmusuniversiteit Rotterdam) en prof.dr. R.A.C. Hoksbergen (Universiteit Utrecht) vonden bijvoorbeeld driemaal zoveel gedragsproblemen bij zevenjarige niet-blanke adoptiekinderen uit een ander land en tweemaal zo veel zelfgerapporteerd afwijkend gedrag bij transnationale adoptiekinderen in de puberleeftijd van 14 tot 18 jaar.

Een verklaring voor de vele psychiatrische problemen van de transnationale adoptiekinderen hebben de onderzoekers niet. Het kan zijn dat ondervoeding, al in de baarmoeder, een rol speelt, waardoor de hersenontwikkeling niet optimaal is. Het kan zijn dat genetische factoren een rol spelen, omdat ouders die zelf psychiatrisch patiënt zijn eerder een kind voor adoptie afstaan. Het is ook mogelijk dat geestelijke verwaarlozing en verblijf in een weeshuis, voorafgaand aan de adoptie, de grootste problemen veroorzaken.

De Zweedse onderzoekers vonden geen effect van hulpverlening in Zweden. Als de adoptieouders contact met de hulpverlening hadden gezocht, verminderde dat de kans op latere aandoeningen, criminaliteit en zelfmoord niet.