Veldheren bedreigen Afghaanse veiligheid

Onder president Karzai werkt Afghanistan aan wederopbouw. Maar Karzai heeft geen leger en dus nauwelijks macht. De spanningen nemen toe.

Wie een Afghaan zijn wapens wil afnemen, moet van goeden huize komen. Dat ondervond ook een regeringsdelegatie die het afgelopen weekeinde op het platteland ten zuidoosten van de hoofdstad Kabul een even loffelijke als hopeloze poging deed om wapens onder de bevolking in te zamelen teneinde de vrede te bevorderen.

Helemaal met lege handen vertrokken de vertegenwoordigers van de regering overigens niet. Een tiental oude geweren was hun oogst, maar cynici sloten niet uit dat de delegatie die zelf had meegebracht om al te groot gezichtsverlies te voorkomen. ,,Je had beslist het gevoel dat er nog veel meer wapens waren, ergens verstopt voor een tijdstip wanneer ze weer nodig zouden kunnen zijn'', zo citeerde het persbureau Reuters een buitenlandse diplomaat, die de delegatie vergezelde.

Nog afgezien van de Afghaanse tradities, waarbij mannelijkheid en wapens direct in elkaars verlengde liggen, zijn er ook verder weinig prikkels voor Afghanen om hun wapens op dit moment vrijwillig in te leveren. Behalve in de hoofdstad Kabul, waar een internationale vredesmacht (ISAF) onder Turkse militaire leiding de orde helpt handhaven, is de veiligheidssituatie nog bijna overal hoogst precair.

Het aantal botsingen tussen lokale krijgsheren neemt gestadig toe. Ging het eerst vooral om kleine veldslagjes tussen Tadzjiekse en Oezbeekse milities in het noorden, inmiddels is ook de stad Herat en omgeving in het westen opgeschrikt door herhaalde schietpartijen tussen de lokale sterke man, de Tadzjiekse gouverneur Ismail Khan, en een plaatselijke Pathaanse leider.

De regering van president Hamid Karzai probeert bovendien al maanden tevergeefs de rust te herstellen in de oostelijke provincie Paktia. Daar zit een lokale potentaat, Padsha Khan, een door Karzai gesteunde gouverneur dwars. Bij gevechten in Paktia, waarbij het gaat om onderlinge Pathaanse wrijvingen, zijn al vele tientallen mensen gesneuveld.

Behalve door zulke plaatselijke legertjes wordt Afghanistan bovendien in toenemende mate geteisterd door struikrovers en andere bandieten. Niet voor niets weigerden 70 vrachtwagenchauffeurs vorige maand om nog langer voedsel vanuit Pakistan over de weg naar Afghanistan te rijden. De doorgaans niet kleinzerige chauffeurs vonden de kans op overvallen en moorden te groot. Ook hulporganisaties klagen over aanvallen van ongeregelde bendes.

President Karzai zelf, door sommigen wel de burgemeester van Kabul genoemd wegens de geringe reikwijdte van zijn gezag, moet het allemaal machteloos aanschouwen. ,,Hij heeft geen macht buiten Kabul'', smaalde Padsha Khan deze week tegenover buitenlandse journalisten. Ook het feit dat dit jaar al respectievelijk een minister en een vice-president uit de regering-Karzai zijn vermoord, doet Karzai's prestige geen goed. Hoe meer incidenten Karzai ongestraft moet laten passeren, hoe geringer zijn gezag.

Dat is in Afghaanse ogen evenmin toegenomen sinds hij vorige maand besloot zijn Afghaanse lijfwachten te vervangen door Amerikaanse lijfwachten.

Karzai's voornaamste zwakte is dat hij niet beschikt over een eigen leger om zijn gezag te schragen. Weliswaar meldde de Amerikaanse minister van Defensie Rumsfeld eind vorige maand tevreden aan de Senaat dat het eerste bataljon van 300 man van een nieuw nationaal Afghaans leger klaar voor het werk was, maar het zal nog vele jaren duren voor de beoogde sterkte van 80.000 man is bereikt. Verontrustend is dat volgens informatie van de Verenigde Naties ruim een derde van de getrainde militairen al weer meteen afhaakte omdat ze vonden dat het Afghaanse ministerie van Defensie hen niet genoeg had te bieden.

Intussen probeert Karzai wanhopig zijn geloofwaardigheid in eigen land op te krikken, in het bijzonder bij zijn Pathaanse volksgenoten. Deze week bracht hij daarom maar weer eens een bezoek aan Kandahar, de belangrijkste Pathaanse stad in het zuiden. Ondanks alle vriendelijkheid slaat ook daar de twijfel toe. ,,Ik mag Karzai graag'', aldus een handelaar tegenover Reuters, ,,maar hij komt zijn beloften niet na. Hij praat veel maar hij doet niet veel.''

Karzai probeert zijn positie naar verluidt voorts te versterken door steeds meer de confrontatie te zoeken met zijn eigen minister van Defensie, Fahim. Fahim behoort tot de etnische groep van de Tadzjieken, die sinds de val van de Talibaan militair gesproken de machtigste groep in het land is. Zo beval Karzai Fahim om het aantal Tadzjieken, die dominant zijn op het ministerie, fors te verminderen. Karzai kan dit alleen doen, zolang hij zich verzekerd weet van de steun van de Amerikanen. Militair heeft hij zelf geen been om op te staan, terwijl Fahim een eigen militie achter de hand houdt in de naburige Panshir-vallei.

De positie van Karzai zou ook aan kracht winnen als hij de Afghanen meer concrete resultaten kon tonen op het vlak van de wederopbouw. Die stagneert echter nogal, ondanks de terugkeer van grote aantallen vluchtelingen. De internationale gemeenschap heeft ervoor gezorgd dat geen hongersnood is uitgebroken, maar geld voor het herstel van wegen en infrastructuur is moeilijker te vinden. Veel landen blijken hun riante toezeggingen voor hulp niet na te komen. ,,Sinds half april is het tempo van de hulpstroom voor humanitaire en herstel-activiteiten dramatisch verminderd'', constateerde Kofi Annan vorige maand in zijn rapport aan de Algemene Vergadering van de VN.

Alles begint echter met de veiligheid. Juist daarom ook drong de VN-topman er opnieuw op aan om de in Kabul zo succesvolle internationale vredesmacht ook naar andere delen van het land over te brengen. ,,Ik blijf daarom krachtig pleiten voor een beperkte uitbreiding van de ISAF buiten Kabul.'' De kans is echter gering dat de Westerse landen hiermee akkoord gaan, want dat betekent meer kosten en meer risico. En zóveel hebben ze nu ook weer niet voor Afghanistan over.

Zo raakt Afghanistan, dat er begin dit jaar nog zo hoopvol voor leek te staan, steeds meer in een impasse en de kans dat het land weer afglijdt naar een nieuwe desastreuze strijd tussen regionale krijgsheren neemt met de dag toe.