`Stuur jongeren op sociale stage'

Nederland is een burgerinitiatief rijker. Een groep ,,bejaarde, bedaarde mannen'' zoals initiatiefnemer en publicist Antonie Dake het uitdrukt, maakt zich sterk voor invoering van de zogeheten sociale werkstage voor alle jongeren tussen de zestien en achttien jaar. Doel: de cohesie in de samenleving bevorderen en het vaak gebruikte begrip burgerschap concrete inhoud geven.

Om te voorkomen dat bijvoorbeeld allochtone en autochtone jongeren uit elkaar groeien, zouden ze na hun middelbare schooltijd vier maanden lang op sociale stage moeten. De eerste helft wordt gevolgd door een soort survival-cursus, een fysieke training. Daarna volgen activiteiten bij politie, zorg, onderwijs, brandweer of ideële instellingen zoals natuur- en milieuorganisaties.

Oktober vorig jaar correspondeerden Dake en de Groningse socioloog Peter Hofstede voor het eerst over het idee. In februari belegden zij een eerste vergadering in het Haagse Promenadehotel, inmiddels gevolgd door twee andere bijeenkomsten op dezelfde plek.

Initiatiefnemers zijn, behalve Dake en Hofstede, kolonel Koen Gijsbers en de CDA'er Jos Kieboom, oud-raadsadviseur van toenmalig premier Lubbers. Hun initiatief wordt ondersteund door Karel Noordzij – tot voor kort president-directeur van de Nederlandse Spoorwegen, SER-voorzitter Herman Wijffels, generaal b.d. Hans Couzy, oud-PvdA-staatssecretaris Hans Simons, de publicist en oud-hoogleraar S.W. Couwenberg, de journalist Alexander Münninghoff en R. van Heten van de Nederlandse organisatie voor het vrijwilligerswerk. Veel van hen bezochten een of meerdere bijeenkomsten in het Promenadehotel. Daarbij was volgens Hofstede ook een topambtenaar van Binnenlandse Zaken aanwezig, alsmede enkele jongeren, onder wie Pieter van Aartsen, scholier te Den Haag en zoon van de oud-minister van Buitenlandse Zaken.

Hoewel er al meer dan tien jaar over een of andere vorm van sociale dienstplicht wordt gesproken – CDA-fractievoorzitter Brinkman diende er begin jaren negentig nog een motie over in – is het nog niet zover gekomen, constateert Hofstede. Er staat ook niets over in het regeerakkoord van het kabinet-Balkenende, hoewel het CDA-verkiezingsprogramma rept van een `maatschappelijke stage' voor jongeren, en Pim Fortuyn zich in zijn boeken voorstander betoonde van de sociale dienstplicht. Hofstede: ,,Hoewel zoiets in het buitenland allang bestaat, wil het hier maar niet van de grond komen. Sociale stage en dienstplicht zijn hier besmette begrippen. Het idee dat een individu zich inzet voor de gemeenschap wordt voor rechts of zelfs fascistoïde versleten.''

Toch groeit volgens de groep de noodzaak om nieuwe samenbindende elementen in de samenleving te introduceren, gelet op de groeiende segregatie in zorg en onderwijs, en de komst van groepen allochtonen die in zichzelf gekeerd dreigen te raken. In het gezelschap bestaat volgens Hofstede ,,een nostalgie naar de tijden dat groepen mensen, ongeacht hun sociale of andere afkomst, gedwongen werden enige tijd met elkaar door te brengen zoals tijdens de militaire dienstplicht. Alleen de ontmoeting al vinden wij heel belangrijk.''

De groep heeft de Tilburgse universiteit laten uitrekenen hoeveel een sociale stage zou kosten. Aan eenmalige uitgaven zou het neerkomen op 10 miljoen euro, en aan kosten voor de stage van 14.000 deelnemers jaarlijks 140 miljoen euro. De groep zal bewindslieden en parlementariërs met een uitgewerkt plan benaderen.