Saoedische vijanden

Het besluit is nog niet gevallen. Maar de voorbereidingen gaan door. Op twee verschillende plaatsen hebben president Bush en vice-president Cheney gisteren duidelijk gemaakt dat een Amerikaanse aanval op het Irak van Saddam Hussein hun politieke plicht is, ook als dat op oorlog zou uitdraaien.

De omstandigheden voor een eventuele militaire operatie worden er niet beter op. Dat bondgenoten in de strijd tegen het terrorisme (Frankrijk, Duitsland en Rusland) zich keren tegen een hernieuwde Golfoorlog, is al een politiek probleem van formaat. Dat de betrekkingen met Saoedi-Arabië op scherp zijn komen te staan, is mogelijk een nog ernstiger bijkomstigheid voor de Verenigde Staten. Terwijl Bush en Cheney hun intenties in de VS duidelijk maakten, schiep minister Saoed al-Faisal van Buitenlandse Zaken in Jeddah namelijk ook helderheid. De Amerikanen mogen het Saoedische grondgebied niet gebruiken voor welke operatie tegen Irak dan ook.

De Amerikaanse strijdkrachten in de Golf hebben afgelopen maanden al munitie en materieel van Saoedi-Arabië overgebracht naar Qatar om niet al te afhankelijk te zijn van een der grootste olie-exporteurs ter wereld. Maar de boodschap van Al-Faisal is toch een tegenslag voor de VS. De verhouding tussen de oude bondgenoten verslechtert in hoog tempo, ook al wordt het tegendeel beweerd. De jongste illustratie hiervan zijn de uitgelekte notulen van een bijeenkomst op het Pentagon. In een lezing voor een adviesraad van het ministerie van Defensie had een deskundige van de Rand Corporation uiteengezet dat Saoedi-Arabië geen keurige partner is, maar juist de `wortel van het kwaad'. Zowel ideeën als financiën van de politieke islam komen er vandaan. Volgens deze denktank moet de Amerikaanse regering de Saoediërs voor het blok zetten: als ze niet alle steun aan het terrorisme staken, zullen Amerikaanse troepen de olievelden op het schiereiland bezetten en de Saoedische tegoeden in de VS confisqueren.

De publicatie van deze briefing kwam de regering buitengewoon slecht uit. Minister Powell van Buitenlandse Zaken, meer en meer een quantité négligeable, moest Jeddah bellen om te ontkennen dat de denktank het officiële beleid aan het voorbereiden was. Rumsfeld (Defensie) liet zich in vergelijkbare woorden uit. Maar het kwaad is geschied. Juist omdat de gedachtegang van Rand Corporation niet mijlenver afstaat van het Pentagon en het Witte Huis, is aannemelijk dat er in leidende kringen op deze manier vrijelijk van gedachten wordt gewisseld.

Voor de Amerikaanse regering is Saoedi-Arabië een olie-exporteur die alleen een bondgenoot is als het zijn matigende rol speelt in de Arabische wereld. Nu er geen werkbare plannen liggen voor een doorbraak in het Midden-Oosten en Rusland als eigenzinnig en groeiend energieproducent de eenheid van de OPEC doorkruist, is Saoedi-Arabië minder belangrijk aan het worden. De ontkenningen van Powell en Rumsfeld hebben dan ook vooral waarde voor de korte termijn. Op langere termijn dreigt juist polarisatie. Het is die dreiging waarbij Saddam garen kan spinnen om voor zichzelf tijd te winnen en de politieke prijs van een oorlog verder op te voeren.