Anti-cyclisch

De barometer slaat deze zomer niet alleen op tilt in de atmosfeer. De nieuwbakken ploeg van CDA, LPF en VVD heeft met economische tegenwind en forse financiële buien te kampen. De verslechterende economische voorspellingen buitelen over elkaar heen. Iedereen kon het zien aankomen – het was een kwestie van tijd dat lagere bedrijfswinsten, kelderende beurskoersen, afnemend consumentenvertrouwen en hardnekkige stagnatie in de nationale en internationale economie zich zouden vertalen in dalende belastingopbrengsten en bijgevolg een oplopend begrotingstekort.

Waar het regeerakkoord van 3 juli nog uitging van een begrotingsevenwicht in 2003, leverde de doorrekening van het Centraal Planbureau van 22 juli een tekort op in 2003 van 0,2 procent. Op 6 augustus lekten nieuwe ramingen van het CPB uit waarin het tekort volgend jaar is opgelopen tot 0,8 procent. Er hoeft de komende weken maar íets te gebeuren – nieuwe onthullingen over fraude bij de boekhouding van Amerikaanse bedrijven, paniek door de financiële crisis in Argentinië, de AEX die door de bodem van driehonderd punten zakt – en het gehoopte economische herstel blijft de rest van dit jaar uit. Dan loopt het begrotingstekort verder op.

Verwarring in Den Haag en daar is ook wel reden toe. De onderhandelaars bij de kabinetsformatie hebben te optimistisch zitten rekenen. Met de wijsheid van achteraf kan vastgesteld worden dat het vorige kabinet de toenmalige meevallers te gemakkelijk heeft uitgegeven onder druk van met name de PvdA en D66, die telkens meer geld wilden uittrekken voor zorg, onderwijs en veiligheid. Daardoor werden de meevallers die het kabinet tot vorig jaar in de schoot vielen, onvoldoende gebruikt om het financieringsoverschot verder te laten oplopen.

Maar dat is geen reden om meteen doldriest met de bezuinigingsbijl in de rondte te slaan. Het begrotingsbeleid is gebaseerd op twee uitgangspunten: de uitgaven zijn gebonden aan een maximum dat is vastgesteld op grond van een behoedzaam geraamde economische groei. De inkomsten staan hier los van en kunnen hoger of lager uitvallen al naargelang de conjunctuur zich beter of slechter ontwikkelt. Tijdens Paars-II leidde dat tot steeds grotere meevallers en nu tot de verwachte tegenvallers.

Wat te doen? Bij een beperkt tekort – het verwachte Nederlandse tekort valt ruimschoots binnen de Europese normen van het Stabiliteitspact – en bij een nog altijd dalende staatsschuldquote (de staatsschuld als percentage van de totale economie) is het verstandig de zogenoemde `automatische stabilisatoren' hun werk te laten doen. Natuurlijk, het uitgavenplafond kan in overeenstemming worden gebracht met de lagere economische groei. Maar verder moet de conjunctuur haar rit uitrijden. Dan loopt het tekort volgend jaar iets verder op en dan wordt de staatsschuld niet in één generatie afgelost. Dit voornemen uit het regeerakkoord – staatsleningen zouden als basis van de obligatiemarkt verdwijnen – is toch absurd. Wel bevat de schok waarmee politiek Den Haag nu geconfronteerd wordt een les voor de toekomst. Als het goed gaat moet er een groter overschot zijn en moet de druk om extra uitgaven te doen, worden weerstaan.