Alleen immigratie doet EU nog groeien

Zonder immigratie zou de bevolking van Duitsland, Zweden en Griekenland vorig jaar zijn gekrompen. Met uitzondering van Nederland, Frankrijk en Finland was de natuurlijke bevolkingsgroei in elk land van de Europese Unie geringer dan het migratiesaldo.

Dit blijkt uit gisteren gepubliceerde cijfers van de Europese Commissie. De vijftien landen van de Europese Unie telden op 1 januari van dit jaar 379,6 miljoen inwoners. Dat komt neer op een groei van 0,4 procent in 2001, voornamelijk door een migratie-overschot. De twaalf landen van de eurozone telden per 1 januari 305,2 miljoen inwoners.

De bevolkingsgroei in de EU-landen blijft achter bij die in de Verenigde Staten, waar de bevolking vorig jaar met 0,9 procent toenam tot 279,3 miljoen. Tweederde van de Amerikaanse bevolkingsgroei werd veroorzaakt door een geboorte-overschot. In Japan nam de bevolking vorig jaar met 0,2 procent toe tot 126,9 miljoen, uitsluitend als gevolg van een geboorte-overschot. De bevolkingsgroei in de EU bedroeg vorig jaar 2 procent van de totale groei van de wereldbevolking.

In de EU was de bevolkingsgroei het grootst in Ierland (1,5 procent). Duitsland en Oostenrijk hadden met elk 0,2 procent de laagste bevolkingstoename. De hoogste natuurlijke bevolkingsgroei (verschil tussen geboorte- en sterftecijfer) hadden Ierland (7,3 per duizend) en Frankrijk (4,2 per duizend), terwijl de natuurlijke groei negatief was in Duitsland (min 1,1 procent), Zweden (min 0,3 procent) en Griekenland (min 0,1 procent). In deze drie landen zou de bevolking zonder zonder immigratie in omvang zijn gekrompen.

Duitsland telde per 1 januari met 82,43 miljoen de meeste inwoners in de EU, gevolgd door Frankrijk met 59,34 miljoen. Vrouwen kregen vorig jaar in de EU gemiddeld 1,47 kinderen (tegen 1,48 in 2000). Zweden is koploper met geboorten buiten het huwelijk (55,5 procent). Dit cijfer lag vlakbij of boven de 40 procent voor Denemarken, Frankrijk, Finland en het Verenigd Koninkrijk. In Griekenland vond vorig jaar het geringste aantal geboorten buiten het huwelijk plaats (4,1 procent), terwijl dat cijfer voor Italië 9,6 procent bedroeg.

De levensverwachting in de EU-landen was vorig jaar gemiddeld 81,4 jaar voor vrouwen en 75,3 jaar voor mannen. In Frankrijk worden vrouwen gemiddeld het oudst (83 jaar), terwijl Zweden met 77,5 jaar bij mannen koploper is. In Ierland is de levensverwachting voor zowel mannen (73 jaar) als vrouwen (78,5 jaar) het laagst.

In tegenstelling tot de vijftien huidige EU-lidstaten daalde de bevolkingsomvang in acht van de dertien kandidaat-lidstaten. Uitzonderingen vormden hier Cyprus en Malta met elk 0,8 procent groei, Slovenië (0,2 procent) en Slowakije (stabiel). De bevolking van Bulgarije kromp vorig jaar het meest in omvang (min 2,7 procent), gevolgd door de Baltische republiek Letland (min 0,6 procent).