Zwitserse jager valt in eigen mes

Het financiële imperium van Martin Ebner vertoont scheuren. Reusachtige beursverliezen dwongen een van de succesvolste Zwitserse zakenbankiers zijn beleggingsfondsen te verkopen. Portret van een luis in de pels van corporate Europe.

Financiële pionier of beurshaai? Je reinste speculant, die alleen maar in snelle winst is geïnteresseerd? Zelf ziet Martin Ebner (1945) dat niet zo. Hij zit topmanagers op de huid om er voor aandeelhouders meer beurswaarde uit te slepen. Creatief, machtsbewust en koel. Eigenschappen waarmee hij op zeker moment meer dan 4 miljard Zwitserse franc (2,75 miljard euro) aan persoonlijk vermogen verwierf en daarmee tot de rijkste Zwitsers behoorde.

Al als jongen wilde hij miljonair worden. Zijn eerste Zwitserse francs verdiende hij met handel in mineraalwater. Na zijn rechtenstudie in Zürich en zijn promotie tot doctor in de economie aan de universiteit van Florida maakte hij zich in Amerika vertrouwd met de nieuwste, meest geavanceerde instrumenten om financiële analyses te plegen. In 1985 richtte hij zijn eigen zakenbank op, vrijwel zonder eigen kapitaal, BZ Bank Zürich AG – door het financiële establishment meewarig bekeken.

Maar al gauw moest dat verschrikt aanzien hoe de BZ Bank zich ontpopte als een leidende kracht op Finanzplatz Zürich. Ebner was een van de eersten die de derivatenhandel aanprezen. Casinokapitalisme, schamperden zijn tegenstanders en zij schilderden hem af als een handelaar die zaken doet in een schemergebied.

Volgens zijn biograaf, de financieel journalist Jörg Becher, heeft Ebner nooit onwettige zaken gedaan, maar ging hij vaak langs de rand van het toelaatbare. ,,Als Zwitserland strengere beursregels gekend had, zoals in de Verenigde Staten, waren veel zaken van de BZ Bank niet mogelijk geweest.''

BZ Bank was intussen uitgegroeid tot een imperium, de BZ Gruppe, met beleggingsfondsen waarmee Ebner voor zijn klanten oogverblindende resultaten behaalde. Omstreden, polariserend en provocerend. Voorbeelden te over. Alusuisse-Lonza maakte bekend met het Duitse energiebedrijf Viag te fuseren. Grootaandeelhouder Ebner zag niets in de fusie. Hij brak het aluminiumconglomeraat op, verkocht Alusuisse aan het Canadese Alcan en maakte van Lonza een zelfstandige Zwitserse onderneming, en zichzelf voorzitter van de board of directors.

Hij verdiende 2 miljard dollar voor zijn groep door zijn belang van 20 procent in de farmaceutische fabrikant Roche aan aartsrivaal Novartis te verkopen, en daarmee de eigenaren, behorend tot de rijkste Europese families, te bruuskeren.

Hij kocht 10 procent in Investor, de beleggingsgroep waarin de Zweedse Wallenberg-familie domineert. Hij eiste dat Investor, met grote belangen in Ericsson, ABB en AstraZeneca, zijn resultaten verbeterde. Hij wist de alom gevierde maar door hem gehate Percy Barnevik uit ABB, een van de grootste Europese conglomeraten, te werken en later, toen Barnevik zichzelf diskwalificeerde met een buitensporige pensioenvoorziening, ook uit Investor.

Daarvóór had hij al een ander staaltje geleverd. Het lukte hem de Union Bank of Switzerland (UBS) aan het veel kleinere Swiss Bank te verkopen, de nieuwe UBS, de grootste vermogensbeheerder ter wereld. Dezelfde bank die hem vorig jaar de wacht aanzegde.

Het geheim van zijn succes? Zelf zei Ebner dat geld besteden voor hem weinig betekende, het leidde maar af van het werk. Zijn biograaf: ,,Martin Ebner is een eendimensionale figuur. Hij heeft zijn hele leven aan de beurshandel gewijd. Juist daarom is hij waarschijnlijk zo succesvol''.

Tot vorige week. Ebner werd wegens reusachtige koersverliezen gedwongen vier beleggingsfondsen te verkopen. Zijn imperium vertoont de eerste scheuren.