`Vroeger was pop minder sectarisch'

De Britse zanger Robert Plant hoort bij de groten van de popmuziek. Als zanger van Led Zeppelin was hij een van de grondleggers van de heavy rock. Iedere dag begint hij met het draaien van platen uit zijn omvangrijke vinyl-collectie. Zijn nieuwe cd toont zijn blijvende passie en liefde voor muziek.

Gympies, korte broek, wapperende haren en een verende tred. Robert Plant ontvlucht zijn luxueuze hotelkamer om op een zonnig Brussels terras over muziek te praten. Liefde voor muziek, dat is in al die jaren zijn drijfveer gebleven. Voor geld of roem hoeft de voormalige zanger van Led Zeppelin het niet meer te doen, maar met zijn soloplaat Dreamland betuigt de 53-jarige Engelse rockheld zijn schatplichtigheid aan de blues, de Amerikaanse westcoastmuziek en de miskende songschrijvers achter de enorme stapel zwart vinyl die hij koestert. Het album bevat voornamelijk covers, van klassiekers als Morning dew en Hey Joe en van obscure meesterwerkjes als Darkness darkness (The Youngbloods) en Skip's song (Moby Grape).

Twee jaar geleden bracht hij zijn naar Led Zeppelin-maatstaven ingetogen interpretaties al eens ten gehore in de Amsterdamse Melkweg, met zijn toenmalige hobbyband Priory Of Brion. ,,Een afschuwelijk concert'', zegt Plant nu. ,,Ik was verkouden en de muzikanten voelden de nummers niet aan. Beschouw het maar als een vroege schets van de manier waarop ik ze nu breng met mijn nieuwe band Strange Sensation.'' Gitarist Porl Thompson uit The Cure speelt erin mee, naast multi-instrumentalist Justin Adams die Plants liefde voor Oosterse klanken invult op uitheemse instrumenten als de driesnarige ghimbri en de darbuka.

Er gaat een prettig soort arrogantie uit van de manier waarop Robert Plant zijn vorstelijke status in het pantheon van de rockmuziek uitdraagt. ,,Gerechtigheid!'', verzucht hij als ter sprake komt dat Elvis Presley onlangs overal ter wereld op nummer één in de hitparade stond met A little less conversation. Weliswaar in een remix van Nederlander Tom Holkenborg alias Junkie XL, maar die heeft het smaakvol gedaan, aldus Plant. ,,Met Led Zeppelin hebben wij ons ooit een discoversie van Stairway to heaven moeten laten aanleunen, die werkelijk niet om aan te horen was. Ook in de dancewereld bestaat er kennelijk zoiets als goede en slechte smaak. Bovendien valt er aan de zang van Elvis niets te verpesten, want met zijn dictie en klankkleur torent hij boven elke hitparade uit.''

Robert Plant begint zijn dag steevast met een greep uit de twee- à drieduizend vinylplaten waarmee hij zich thuis omringt. ,,Die stapel vinyl is een tastbare herinnering aan mijn passie voor muziek en de invloeden die ik in veertig jaar heb ondergaan. Mijn verzameling confronteert me met het feit dat ik ervoor gekozen heb om muzikant te worden, terwijl de verleiding de laatste jaren groot was om mijn dagen te vullen met tennis of tuinieren. Oude muziek motiveert me om nieuwe dingen te gaan doen. Bij Led Zeppelin was de blues een drijfveer om nieuwe wegen in te slaan. Mijn andere liefdes, zoals de westcoastmuziek van Moby Grape en Buffalo Springfield, kon ik daar minder goed kwijt. Ik beschouw het als een soort missie om mensen opmerkzaam te maken op een prachtig lied als Darkness darkness. Zoals de blues van Willie Dixon werd herondekt toen Led Zeppelin zijn nummers speelde, zo zou de door RCA heruitgegeven cd van The Youngbloods ook weer een kassucces moeten worden.''

De componiste van Morning dew, folkzangeres Bonnie Dobson, kent hij persoonlijk uit de nadagen van de New Yorkse Greenwich Village-folkscene. Het lied werd bekend in de versie van Tim Rose, de zanger die de formatie van Led Zeppelin in 1968 bijna in de weg had gestaan omdat drummer John Bonham voor 40 Engelse ponden per week bij hem in dienst was. ,,In veel opzichten was de popwereld toen minder sectarisch dan nu'', zegt Plant. ,,Als hardrockband konden we gerust een paar nummers opnemen met folkzangeres Sandy Denny, zonder het publiek van ons te vervreemden. Jimmy Page en ik gingen naar Marokko om er inspiratie op te doen en om met lokale musici te werken; een wisselwerking die ons zo beviel dat we het een paar jaar geleden nog eens overgedaan hebben bij ons No Quarter-plaatproject. Herkauwen van oude Led Zeppelin-successen interesseert me hoe dan ook minder dan zoeken naar nieuwe uitdagingen.''

Niet elke `klassieke' popsong leent zich voor herinterpretatie, zegt Plant over het ontbreken van nummers van zijn alltime favoriete popgroep Love op Dreamland. ,,Zanger Arthur Lee van Love is onnavolgbaar. Bovendien is hij er zelf nog om de definitieve versies van zijn composities ten gehore te brengen. Een paar weken geleden heb ik hem zien optreden en hij was werkelijk magnifiek. Zoiets zie je maar zelden, dat een artiest zo dicht bij de creatieve uitgangspunten van de allereerste opname kan blijven. Dat zegt iets over de platen van Love, die perfect waren op het moment dat ze werden opgenomen. Ze vormen een onovertroffen tijdsbeeld van die naïeve psychedelische periode, en tegelijk staan ze rotsvast als tijdloze meesterwerken. Je kunt er wel aan gaan staan wrikken, maar dat levert geen nieuw beeldhouwwerk op.''

Paradoxaal genoeg heeft Dreamland hem met beide benen op de grond gebracht, zegt Plant. ,,Sinds ik als negentienjarige betrokken raakte bij één van de grootste rockbands van de vorige eeuw, heb ik in een soort droomwereld geleefd. Ik voel me bevoorrecht ten opzichte van mijn leeftijdgenoten, maar ik heb er een prijs voor betaald. Van een passie werd muziek een obsessie. Een deel van mijn leven ging voorbij als een door drugs opgewekt visioen. Ik heb klappen gehad en er zijn mensen uit mijn directe persoonlijke omgeving gestorven. Nu ik 53 ben, is het moment aangebroken om mijn verheven positie als onaantastbare schim uit een mythisch rockverleden op te geven en me weer onder te mensen te voegen. Het voelt goed, met twee benen op de grond.''

Robert Plant: Dreamland (Mercury 586 962-2)