Visie Heinsbroek op begroting valt te prijzen

Eerst het zuur en dan zoet, dat was de afspraak in het regeerakkoord. Het gaat economisch wat minder, de belastinginkomsten vallen tegen en de uitgaven stijgen. Hierdoor dreigt een tekort en dat wil het kabinet niet. Wegens de kosten van vergrijzing in de nabije toekomst kan ons land zich een toename van de staatsschuld niet veroorloven. Vandaar het pakket aan bezuinigingen.

Minister Heinsbroek van Economische Zaken stond achter dit beleid, maar is ook geschrokken van nieuwe cijfers. Het gaat zo slecht dat hij voorstelt de zuur-zoet-volgorde om te draaien. Als het aan hem ligt gaat de overheid het komend jaar de economie stimuleren door de onroerendezaakbelasting en het kwartje van Kok aan de burger terug te geven. Kosten: ruim twee miljard euro.

De reactie van de coalitiegenoten beweegt zich tussen ongeloof en woede. Toch is het idee van Heinsbroek om makkelijker om te gaan met begrotingsafspraken zo gek niet. Want juist nu liggen er volop kansen om de structureel slechte positie van de overheid op de arbeidsmarkt te verbeteren. Dat die positie zo slecht is, heeft alles te maken met de Zalm-norm.

Vorige week stond in deze krant dat leraren in koopkracht achteruit gaan. Die constatering klopt, maar is minder incidenteel dan werd gesuggereerd. Leraren lopen door de begrotingssystematiek continu achterstanden op. Dat werkt als volgt. Als het economisch slecht gaat, dreigt een overheidstekort. Omdat lastenverzwaring taboe is, resulteert de angst voor staatsschuld in bezuinigingen. Onderwijs is een enorme begrotingspost, grotendeels bestaand uit salarissen. Hierdoor is er geen ruimte voor een marktconforme verhoging. Nu gaat het gelukkig niet altijd economisch slecht, maar door de allesoverheersende fixatie op het financieringstekort duurt het lang voordat regering en parlement oog krijgen voor de begrotingsruimte.

Tegen de tijd dat de vorige minister van Onderwijs een mooie landelijke CAO afsprak, ging de economie net over de top. De loonstijgingen in het bedrijfsleven zaten op het hoogtepunt en de inflatie liep op. Met name deze prijsstijgingen vreten momenteel de welvaartgroei bij leraren weg. De conclusie is eenvoudig: bij een laagconjunctuur raakt onderwijspersoneel achterop door bezuinigingen, bij een hoogconjunctuur komen ze niet dichterbij. De Zalm-norm doet leraren structureel tekort.

Dat is maatschappelijk onwenselijk, want het lerarentekort beperkt scholen meer dan ooit. Bij ziekte zijn vervangers onvindbaar. In het basisonderwijs wordt het langzaam maar zeker normaal klassen naar huis te sturen. Voor leerlingen in het voortgezet onderwijs is een lesdag zonder tussenuren door uitval eerder uitzondering dan regel. Iedereen kent de rondhangende jongeren in winkelcentra, midden op de dag. Van leren komt dan niet veel meer.

Het tekort aan leraren is wel degelijk een kwestie van beloning. Op de lerarenopleiding was het economisch dal voor de vakantie goed merkbaar. Het aantal telefoontjes van werknemers in het bedrijfsleven was meer dan anders. Allemaal zijn ze de reorganisatiestress zat. De telefoongesprekken verliepen volgens een vast stramien: eerst informeren naar de opleiding, dan de kans op een baan en uiteindelijk de beloning. Het noemen van salarisschalen met eindbedragen maakte een einde aan het gesprek. Negen van de tien belden niet terug. Een overstap van bedrijfsleven naar onderwijs is alleen reëel als de achteruitgang in beloning niet al te gek is. Hypotheek en andere kosten gaan immers gewoon door.

Het voorstel van Heinsbroek zal wel belachelijk gemaakt worden. Teruggeven van het kwartje van Kok en de onroerendezaakbelasting stimuleren misschien de particuliere consumptie, maar dat betekent vooral meer import. Nederland is te klein, alleen Europa kan met een stimuleringsbeleid de conjunctuur uit het slop halen en zelfs dan is de helende werking van dit recept onzeker. De federale regering van de VS voerde na 11 september een expansief begrotingsbeleid en de resultaten zijn eufemistisch uitgedrukt mager.

De ontspannen kijk van Heinsbroek op de begroting is daarentegen prijzenswaardig en verdient navolging. Want terwijl de arbeidsmarkt in het bedrijfsleven ontspant, blijft die in het onderwijs oververhit. Een regering die nu durft te investeren in onderwijssalarissen, maakt een einde aan het lerarentekort. De economie is van de bedrijven. De politiek moet zich bezighouden met het beheer van de publieke sector.

Ton van Haperen is leraar en lerarenopleider.