Verliefd op Henk en op Gerard

Die avond zou ze kiezen. Of beter: het lot laten beslissen. Bij de uitkomst zou zij zich neerleggen.

Twintig was ze.

En verliefd – op zowel Henk als Gerard. Wie als eerste de danszaal binnenkomt, wordt het, had ze zich voorgenomen. Het was Henk. En dus werd het Henk.

Ze trouwden en kregen kinderen. Het was een goed huwelijk. Toen de kinderen het huis uit waren, overleed Henk aan darmkanker. Een paar keer in de week bezocht ze zijn graf, om de bloemen te verversen. Ze was nog relatief jong, begin zestig.

Op een herfstmorgen kwam ze daar Gerard tegen. Hij had een bos bloemen bij zich. Ze keken elkaar aan, een paar woorden waren genoeg. Toen brachten ze gezamenlijk de bloemen naar het graf van Gerards vrouw en liepen daarna gearmd het kerkhof af. Vanzelfsprekend, alsof het nooit anders was geweest.

Al weer acht jaar wonen ze nu samen. Het leven ligt aan hun voeten. Geen werk, geen verplichtingen, voldoende geld om ruim te leven. Elke dag vakantie. Ze zijn nog nooit zo onbezorgd gelukkig geweest.