Twee eeuwen Mozart in Nederlandse theaters

Aan het slot van een enkele Mozart-biografie wordt vermeld dat op de ochtend na de nacht van 5 december 1791 waarin Mozart stierf, zijn weduwe in Wenen een brief ontving, waarin Mozart werd uitgenodigd naar Amsterdam te komen. Het lijkt onwaarschijnlijk, maar daar kende men Mozart, die slechts 35 werd, heel goed. In 1766 gaf hij er als wonderkind enkele concerten in de Manege aan de Lijnbaansgracht. Dat gebeurde tijdens een uitstapje gedurende het zeven maanden durende verblijf van de familie Mozart in Den Haag. En al vóór 1790 nam de Hoogduitsche Toneelsociëteit Mozarts opera Die Entführung aus dem Serail op in het programma.

Aan het begin van Mozarts sterfjaar nam de Hoogduitsche Opera een nieuw theater in gebruik en het lijkt waarschijnlijk dat Mozart werd uitgenodigd voor de uitvoering van zijn gloednieuwe Die Zauberflöte (1791). Ook zonder Mozart werd die opera al snel in Amsterdam opgevoerd, in 1794. Het jaar 1794 was in Amsterdam een Mozartjaar: ook Don Juan (Don Giovanni) beleefde zijn Nederlandse première in de Amsterdamse Schouwburg, waar in datzelfde jaar ook Die Entführung aus dem Serail en Hochzeit des Figaro (Le nozze di Figaro) werden uitgevoerd.

Aan die Amsterdamse en later Nederlandse Mozart-traditie is een kleine tentoonstelling gewijd in het Theater Instituut Nederland. Met decorontwerpen, maquettes, kostuums, affiches, foto's, video's en geluidsopnamen geeft samenstelster Joke van Pelt een beeld van tweehonderd jaar Mozartvoorstellingen in ons land. Er ligt een tekstboekje met een Nederlandse vertaling uit 1799 door Jan Coenraad Meyer: De Tooverfluit. En er is een tekening van het publiek bij Die Zauberflöte op 23 februari 1805. Vertederend is het kartonnen miniatuurtheater van de familie Portielje uit de eerste helft van de 19de eeuw, waarmee thuis voorstellingen werden gegeven.

Het gaat vooral om Mozarts bekendste opera's, maar er is ook aandacht voor de vroege Mitridate, re di Ponto (1770), die pas in 1992 bij de Nederlandse Opera in de regie van Pierre Audi de eerste scènische uitvoering beleefde.

De tentoonstelling geeft ook een overzicht van twee eeuwen theatervormgeving. Onweerstaanbaar aaibaar zijn Filippo Sanjusts verenpakjes voor Papageno en Papagena in Die Zauberflöte.

Hoogst opmerkelijk is het Beardsley-achtige decorontwerp van de Amsterdamse School-architect Wijdeveld (1885-1987) voor Così fan tutte. Die voorstelling van de Wagner-Vereeniging is overigens niet doorgegaan. Verder zijn er ontwerpen van `moderne' decorbouwers als Wim Vesseur en Nicolaas Wijnberg, die onlangs zijn archief aan het Theaterinstuut schonk.

Haaks op die eigentijdse en moderniserende trend staat de vormgeving van vele voorstellingen van Die Zauberflöte sinds 1823. Toen was in Amsterdam een reconstructie te zien van Die Zauberflöte, zoals in 1816 in Berlijn was uitgevoerd in de decors van de ontwerper en architect Karl Friedrich Schinkel. Diens monumentale classicistische decors betekenden een keerpunt in de theatervormgeving. In het fictieve `operadecormuseum' is Schinkel wat Shakespeare is in het toneelmuseum en wat Bach is in het muziekmuseum.

Steeds opnieuw is de invloed van Schinkel te herkennen in de theaterdecors, tot en met de productie van Filippo Sanjust voor Opera Forum in 1992. De voorstelling van Die Zauberflöte met de kleurige decors en zetstukken van Cobra-schilder Karel Appel (1995) was een radicale breuk. Maar uiteindelijk blijkt Schinkel zó aansprekend dat het citeren en het variëren op hem nog steeds onvermijdelijk is. De maan uit zijn decor kwam in juni dit jaar bij de Nederlandse Opera terug in de productie van Puccini's Turandot van regisseur Nikolaus Lehnhoff. Zoals bij Mozart op die serene maansikkel de wraakzuchtige Koningin van Nacht haar coloraturen stond te krijsen, zo stond bij Puccini daar de al even wraakzuchtige Chinese prinses Turandot.

Turandot had nóg een Mozart-citaat: de ministers Ping, Pang en Pong bekeken een uitvouwbare Amerikaanse pin-up. Het was een leporello, de uitwaaierende catalogus van de veroveringen van Don Giovanni. Zo blijkt Mozart nog steeds universeel, het onwrikbare fundament onder het verschijnsel opera.

Tentoonstelling: Mozart en de opera in Nederland. T/m 12/1 in het Theater Instituut Nederland, Herengracht 168 Amsterdam. Di t/m vr 11-17 uur; za en zo 13-17 uur.