School moffelt geweld tegen leraar vaak weg

Leraren op middelbare scholen krijgen steeds vaker te maken met geweld van leerlingen en hun ouders. Als de school goed reageert, blijft de schade beperkt.

Leerlingen die hun leraar schoppen, slaan, met een mes bedreigen, in een groepje opwachten na schooltijd en in elkaar slaan, of uitschelden voor `vieze kankerhoer'. Heftig verbaal en fysiek geweld, het komt steeds vaker voor, met name op middelbare scholen. Uit een landelijk onderzoek in 2001 blijkt dat twee derde van de leraren op het vmbo het jaar daarvoor te maken heeft gehad met een vorm van verbaal of fysiek geweld van leerlingen of hun ouders. Op het havo/vwo was dat een derde van de leraren.

Psycholoog Huub Buyssen en docent verpleegkunde Mathilde Bos schreven het boekje Lesje Geleerd?, een handleiding voor scholen hoe om te gaan met geweld van leerlingen en ouders. Want aan een goede reactie ontbreekt het nogal eens. Bos: ,,Een leraar zei tegen me: `Bij zelfmoord van een leerling hebben we een heel draaiboek in de kast liggen. Maar als een leraar in elkaar wordt geslagen, staan ze met hun mond vol tanden'.''

Het grote probleem op de scholen is het gebrek aan openheid over het incident. Scholen zijn vaak verschrikkelijk bang voor hun goede naam, zegt Bos. ,,Maar als de school het probleem wegmoffelt of bagatelliseerd wordt het alleen maar groter.'' Leraren leggen dan vaak de schuld bij zichzelf. Op die manier hebben ze het gevoel nog enige controle over de situatie te hebben. Zij hadden immers op dát moment niet op díe plek moeten zijn. ,,Dat is bekend gedrag bij getraumatiseerde mensen'', zegt Bos. ,,Uiteindelijk is het heel disfunctioneel want het je pakt het probleem niet aan.''

Scholen moeten, zegt Bos, als één blok achter de leraar gaan staan. Ze moeten in de lerarenkamer, maar ook in de klas, over het incident praten. Niet alleen de eerste paar dagen, ook later. Vaak is het heel belangrijk voor de leraar dat de leerling tijdelijk geschorst wordt. Daarmee is voor iedereen duidelijk wie de dader is en dat zijn gedrag niet wordt getolereerd.

Geweld komt vaker voor op scholen in de grote steden en daarbij zijn de allochtone leerlingen oververtegenwoordigd, blijkt uit onderzoek. Het heeft te maken met verschillen in opvoeding, volgens Buijssen. ,,Marokkaanse jongens leren: thuis is papa de baas, op straat is de politie de baas en op school de leraar. Met Nederlandse kinderen wordt meer overlegd en onderhandeld, ook door de leraar op school. Marokkaanse jongens vatten dat op als een teken van zwakte en gaan dan sneller over de grens.''

Ook de schoolgrootte is een belangrijke factor, zegt Buijssen. ,,Op grote scholen is er meer gelegenheid om groepen te vormen, een soort gangs. Het is voor jongeren heel belangrijk om bij zo'n groep te horen. Binnen de groep worden grenzen eerder overschreden, want daarmee onderscheiden ze zich.''

Bos interviewde voor het boekje verschillende leraren die te maken hadden gekregen met geweld. Een leraar vertelde haar van het grote gevoel van verslagenheid en machteloosheid nadat hij in de klas met een mes was bedreigd. Een lerares had grote moeite met seksueel getinte opmerkingen. Bos: ,,Hoe reageer je op `vuile klote teringhoer'? Negeren helpt niet.'' De ernstigste: een leraar werd bedreigd door een ouder die door de telefoon riep: `Ik kom u nu doodmaken'. Hij kwam daadwerkelijk en de leraar moest door collega's worden ontzet. De vader heeft daarna nog wekenlang de leraar en zijn gezin met de dood bedreigd.

,,Het zijn vaak heel bevlogen mensen'', zegt Bos, ,,die enorm verbaasd en geschokt zijn dat zoiets hén met al hun goede bedoelingen moet overkomen.''