Opsporingsmethoden

Medio jaren zestig liep ik colleges rechten in Amsterdam. Mij frappeerde toen al het ontbreken van zelfs pogingen tot een kritisch-wetenschappelijke benadering van dat vak. Weliswaar werd door professor Ankum de pragmatische casuïstiek van de Romeinen tot voorbeeld gesteld aan de (talrijke) liefhebbers van de spreuken-dogmatiek van het Oud-Vaderlandse recht, maar veel hielp dat niet, zoals blijkt uit de bijdrage van Kuitenbrouwer (`Een proces moet eens voorbij zijn') in deze krant van 27 juli.

Zelfs geconfronteerd met de redelijke argumentatie van het D66-Kamerlid Dittrich blijft Kuitenbrouwer zich beroepen op deftig klinkende clichés, die weliswaar grote indruk moeten maken op de leek, maar inmiddels volkomen zijn achterhaald door moderne opsporingsmethoden, zoals Dittrich terecht opmerkt.