Niet alle gekke kunst is ook goede kunst

Het is nogal een spagaat om gekte, genialiteit en het maken van kunst voor een tentoonstelling onder één noemer te brengen, maar museum van Bommel van Dam in Venlo doet een moedige poging. Genio e Follia is een expositie van moderne kunstwerken die, aldus het persbericht, aan de waanzin van hun makers zijn ontsproten. Het zijn dus speciale werken, maar tegelijkertijd ook weer niet: gekte wordt hier als ,,een grondbeginsel van artistiek scheppen'' opgevat, en daarmee wordt elke kunstenaar een `gek', in de zin van vrije, originele geest.

Een slechte expositie is Genio e Follia allerminst, er zijn veel mooie dingen te zien. Maar de goede werken die er hangen zijn lang niet allemaal `gek', en de gekke werken lang niet allemaal goed. Om het een in direct verband met het ander te brengen, is erg riskant. Het museum doet dat in navolging van de 19e-eeuwse psychiater Cesare Lombroso, die in zijn boek Genio e Follia artistieke genialiteit als een vorm van psychose definiëerde.

De Nederlandse schilder Melle (1908-1976) was wat je noemt prettig gestoord. Hij vond dat zelf ook, blijkens een Zelfportret (1948) waarop hij als vrolijk lachend, dun mannetje met een hemd vol verfspatten een enorme vis op zijn schoot met stipjes beschildert. Als buitenstaander is het ook prettig om even Melles wereld in te mogen, waar een koning met rode pupillen in een grot vol vlinders, larven, baby's en kikkerachtigen staat (God in Frankrijk, 1947). Op zijn hoofd rust dat van zijn koningin. Op De voorspelling (1972-73) rent een paard in rode overall door de duinen en zingt een meisje in regenjas een vals lied.

De werken op Genio e Follia die van echte, klinische waanzin getuigen zijn in artistiek opzicht de minste. Beklemmend zijn ze wel. Aad de Haas schildert een Hypochonder (1954), en laat zien hoe die aandoening voelt: een man staart met grote, bezeten ogen voor zich uit, terwijl achter hem een dreigend overhellende boomstronk, een doodskop en een gemeen bloot vrouwtje opdoemen. Ben d'Armagnac krabbelt eindeloos teksten op roodbruine houten schotten. ,,Het gevecht van de eenling'', schrijft hij, en ,,Wat eerst paniek was is nu verdriet geworden''. Hij illustreert het met steeds dezelfde, simpele paarden, zoals een kind ze tekent.

De Vlaamse schilder Fred Bervoets (1989) daalt wel weer op een virtuoze manier in de krochten van zijn eigen geest af. Zijn prachtig gedetailleerde `kasten' vol knip- en schilderwerk, waarvan er hier drie hangen, zijn fascinerend. Op Zelfportret in de vroege morgen (1974) zien we de waanzin letterlijk toeslaan: een vormeloze berg mens met vier vermoeide ogen ontwaakt langzaam, terwijl slangen flesjes gif in zijn hoofd leeggieten. Op Zelfportret (1977) is alles ontspoord. Dit is geen mens meer, maar een krankzinnig samenraapsel van rood-witte cirkels en spullen als een zaag, een stok en muziekinstrumenten.

Omdat het museum kennelijk hechtte aan het inzetten van grote namen, hangt er ook werk van bijvoorbeeld Louise Bourgeois en Joseph Beuys. Is die eerste `gek'? Zelf zegt ze het zo, in haar uit negentien ingelijste tekeningen en uitspraken opgebouwde werk What is the shape of this problem (1999): ,,Art is a guaranty of sanity''. Van Joseph Beuys zijn er potloodschetsen, foto's van performances en kunstwerken als een eikenhouten schop en een constructie van ijzer en bont. Als `gestoord' kun je Beuys' projecten niet afdoen, maar zonder uitleg zijn ze onbegrijpelijk en doen ze gedateerd aan. Dieptepunt van de tentoonstelling vormen vijf monsterlijke tekeningen van Jan Fabre uit de serie Vrienden, waarop hij met een ballpoint foto's van beroemdheden als Jim Morrisson en Fred Astaire heel slecht natekent. Dat is geen gekte, dat is kitsch.

Tentoonstelling: Genio e Follia. T/m 1-9 in Museum van Bommel van Dam, Deken van Oppensingel 6, Venlo. Inl. 077-3513457 of www.vanbommelvandam.nl. Open di t/m zo 11-17.00u.