Melancholische slapstick uit Europa

Bumsvögeln, `neukvrijen', dat is wat de bijna dertigjarige Josch het liefste op zijn verjaardag zou willen doen. Net als zijn puberende zusje Nic. En dus kijken ze 's nachts door het dakraam de kunst af bij hun middelste broertje Mike, wiens billen wild op en weer wippen op de mooie Nadine. Met Nadine wil Josch het ook wel, maar dat gaat Mike zelfs voor zijn geestelijk gehandicapte broer te ver. Bij wijze van compensatie voor haar eigen uitblijvende ontmaagding, zet zuster Nic zich met absurde ijver voor de eerste keer van Josch in.

Tot zover doet de tijdens het afgelopen Filmfestival Rotterdam met de FIPRESCI-prijs van de internationale filmkritiek bekroonde debuutfilm van Sven Taddicken recht aan de Engelse titel die het festival voor zijn uitbreng als Tiger Release koos: Getting My Brother Laid. Dat is niet alleen maar een lekkerder in het gehoor liggende, suggestieve Engelse titel. Hij reduceert Mein Bruder der Vampir, die in Engelstalige landen overigens gewoon onder het letterlijk vertaalde My Brother the Vampire is uitgebracht, tot iets wat misschien wel het minst interessante deel van de film is. Taddicken is een representant van een kleine Duitse filmopleving die met verve een originele draai aan geheide genrefilms wil geven, zoals ook Das Experiment.Mein Bruder de Vampir kan in dat licht worden gezien als een variant op de hilarische ontmaagdingsrituelen in tienerfilms als American Pie, maar het is op z'n Europees wel slapstick met een duidelijk melancholische ondertoon.

Nics vaak bizarre inspanningen om seksuele ervaringen te arrangeren drijven weliswaar de film voort, maar die wordt alleen grappig of ontroerend door een heerlijk geësthetiseerde vuilnisbeltvormgeving en de onhandige manier waarop de leden van het disfunctionele gezin van elkaar houden.

Door de luchthartigheid waarmee Taddicken met het thema van de gehandicapte broer omgaat, is de film al controversieel genoemd, ook omdat gehandicaptenseks niet het enige seksuele taboe is dat doorbroken wil worden. Het probleem ligt echter fundamenteler. Door de gekke broer nog eens extra gek te maken, met vampiertandjes en Bela Lugosi-cape is net een ironische laag teveel ingebouwd, die de film ongevaarlijk maakt. Wat was het mooi geweest als Josch, die soms als hij niet al te mal hoeft te doen heel mooi weemoedig gespeeld wordt door Roman Knizka, alleen maar een broer was geweest die vampier was. En als iedereen dat even doodnormaal had gevonden als de seksuele club sandwich van vampirisme, achterlijkheid en incest die nu wordt geserveerd.

Mein Bruder der Vampir (Getting My Brother Laid). Regie: Sven Taddicken. Met: Roman Knizka, Hinnerk Schoneman, Marie-Louise Schramm. In: Kriterion, Amsterdam; 't Hoogt, Utrecht; Plaza Futura, Eindhoven; Lux, Nijmegen.