Kinderbescherming

Gebeurtenissen als van het meisje van Nulde en haar zusje Rochelle raken nagenoeg iedereen diep. Ook de mensen van de Kinderbescherming. Juist omdat zij zich voor de taak gesteld zien om ook in dat soort gevallen handelend op te treden.

Kennelijk heeft Beatrijs Ritsema (NRC Handelsblad, 17 juli) niet de moeite genomen om zich vooraf op de hoogte te stellen van de houding en de insteek van de Kinderbescherming in zulke schokkende gevallen. Had zij dat wel gedaan dan zou zij kunnen weten dat het beleid van de RvdK er altijd op gericht is om het kind zo snel mogelijk een zo normaal mogelijk leven te laten leiden. Als het ook maar even kan het liefst binnen de kring van het gezin of als dat niet mogelijk blijkt de familie.

De ervaring leert dat er zich telkens weer situaties voordoen waarin dat om allerlei redenen niet kan of na enige tijd niet (meer) blijkt te kunnen. Bijna altijd blijkt in dat soort ellendezaken sprake te zijn van een complexe problematiek. Vaak blijkt er van alles grondig mis bij alle direct betrokkenen bij zulke drama's, zowel bij ieder persoonlijk als bij het betreffende gezin of zelfs de familie als totaal. Het komt voor dat gekwalificeerde beoordelaars te goeder trouw tot andere oordelen kunnen komen. Niets menselijks is ook hun vreemd. Daar het generaliserende oordeel aan te verbinden dat de Kinderbescherming niet naar behoren werkt, zoals Ritsema doet, komt voor haar rekening.

De verzuchting dat Rochelle beter gediend zou zijn met amateurs, en liefst onder een andere naam, is in de afschuwelijke en complexe achtergrond van dit hele drama van een verbijsterende platheid die dit kind geen recht doet. Dan maar liever beoordeeld door mensen met expertise en ervaring op het gebied van psychiatrie en het recht, om te voorkomen dat iedereen op eigen wijze met het belang van dat kind aan de haal gaat.