Kapitalisme kan crisis de baas worden

Het verlies van vertrouwen in `de markt' kan hersteld worden wanneer helderheid, toezicht en een efficiënt stelsel van prikkels het winnen van de uit de hand gelopen inhaligheid van topfiguren uit het bedrijfsleven, meent Josef Joffe.

Het is vooralsnog niet meer dan een vertrouwenscrisis. Bij ons vliegen de bazen de laan uit, in Amerika worden ze in handboeien afgevoerd. Sinds het hoogtepunt in maart 2000 heeft de Amerikaanse beurs meer dan zeven biljoen aan marktwaarde verloren, zo'n 45 procent, en de Duitse nog meer: 56 procent. De zeepbellen knappen, het aantal faillissementen neemt toe. En zie, daar steekt het leedvermaak de kop al op: ze zeggen dat het kapitalisme, dat de dotcommunisten ons als een sprookje hebben voorgespiegeld, nu zowel zijn wolfsmuil toont als zijn schaapachtige karakter – het zou tegelijkertijd boosaardig zijn én dom.

Hoe kan iemand zowel wolf als schaap zijn? Als het aan het `roofdierkapitalisme' ligt, waarom zakken dan in het sociale Duitsland de aandelen nog dieper weg dan in de Verenigde Staten? Daar groeit de reële economie tenminste nog met drie procent, een tempo waarvan de Europeanen niet durven dromen en dat de rood-groene coalitie in Duitsland in een wilde overwinningsroes zou brengen. De particuliere onroerendgoedmarkt in de VS bloeit op met goedkoop geld, de industriële productie stijgt al een half jaar. En een werkloosheidspercentage van 5,9 zou Europa ook wel willen hebben.

In elk geval ontbreken nu drie elementen die van de krach van 1929 leidden tot de depressie van de jaren dertig: de enorme inkrimping van de geldvoorraad, de bezuinigingswoede bij de overheid, en de deflatie. (Maar pas op: in juni is de groei van de geldvoorraad van de Europese Unie vertraagd.) De regeringen en de centrale banken zullen de fout van de jaren dertig niet herhalen, toen zij de kwijnende vraag probeerden te genezen met het gif van de geldvernietiging, dat nu juist een wereldwijde epidemie ontketende.

Het probleem is drieledig: vertrouwensverlies, vertrouwensverlies, vertrouwensverlies. Er zijn werkelijke en gevoelsmatige oorzaken. De werkelijke oorzaken staan dagelijks in de krant: faillissementen en schandalen, kopersstakingen en massaontslagen. De gevoelsmatige oorzaken? De aandeelhouders zien hun uitkeringen in gevaar komen, terwijl directeuren zichzelf schaamteloos torenhoge vergoedingen en salarissen toekennen. De aandeelhouders voelen zich genomen door raden van commissarissen die geen toezicht houden, door accountants die de boeken niet controleren. Door balansacrobaten die verliezen `verstoppen' en zo de winsten oprekken. Door analisten die niet de investeerders helpen maar hun zakenbank, opdat die met een opgepoetste kredietwaardigheid de volgende megadeal des te beter in de markt kan zetten.

De mensen voelen zich aan hun lot overgelaten. George Bush heeft de crisis tenminste erkend en wettelijke remedies toegezegd. Alan Greenspan, het hoofd van de centrale bank, heeft tenminste stelling genomen tegen de negatieve stemming. ,,Alle fundamentele gegevens wijzen op een terugkeer naar gezonde groei.'' Zelfs zo'n verbaal steuntje in de rug heeft de Duitse kanselier niet kunnen opbrengen, de regering is als verlamd. En de kandidaat-kanselier zwijgt.

Nu de vertrouwenscrisis (nog) de kern van het probleem vormt, heet de remedie scheppen van vertrouwen. Daartoe is allereerst het inzicht vereist dat de markt weliswaar naast helden ook schurken voortbrengt, maar dat de staat niet wijzer of nobeler is. Overal waar de overheid zich verregaand in het bedrijfsleven mengt en dus de markt uitschakelt, bloeien corruptie en fraude. Zie wijlen het sovjetsysteem. Als de staat ergens geld in blijft pompen, wordt de ramp hoogstens uitgesteld.

Japan is het beste voorbeeld. Daar ligt de economie sinds de crisis van 1989/1990 plat, doordat de overheid de banken heeft gestimuleerd of gedwongen om ondeugdelijke kredieten te verlengen en goed geld naar kwaad geld te gooien. De bedoeling – banen redden – was goed, het resultaat een tragedie: drie recessies en hardnekkige werkloosheid. Wat dat betreft doet het westerse kapitalisme het tenminste beter. De zeepbellen knappen, dood kapitaal wordt begraven, de overcapaciteit slinkt en blinde speculatie maakt plaats voor een nieuwe nuchterheid, die zorgt dat investeringen zich oriënteren op het rendement, niet op de luchtkastelen van hemelhoge koerssprongen. Kan de staat de waan stoppen? Ja, maar alleen onder het staatssocialisme: onder Stalin werden `speculanten' doodgeschoten.

Toch kan en moet de overheid regels opleggen die verhinderen dat eigenbelang tot inhaligheid wordt en het streven naar inkomsten – de machtigste drijfveer achter de groei – ontaardt in leugen en bedrog. Adam Smith schreef dat belang niet tot integerheid leidt, tenzij het wordt beteugeld door de ,,wens om niet alleen gerespecteerd maar ook respectabel te zijn''. De politiek, die zich dikwijls aan inhaligheid te buiten gaat, kan Smith dan wel niet verbeteren, maar hem toch aan de vermanende stem van de respectabiliteit blootstellen. Bijvoorbeeld door de eis dat alle directiesalarissen openbaar worden gemaakt, inclusief alle voetnoten (opties en pensioenregelingen).

Het zou goed zijn als de overheid bepaalde dat accountants niet tegelijkertijd als consultants mogen optreden. Van de fraudekunstenaars van Worldcom, dat zich het grootste bankroet uit de Amerikaanse geschiedenis permitteerde, heeft Arthur Andersen voor het boekenonderzoek maar vier miljoen dollar ontvangen, tegen twaalf miljoen voor hun consultantswerk. Het is een dappere boekhouder die in zo'n geval de balans van de opdrachtgever ontdoet van de sluier van de manipulatie.

Het zou ook goed zijn als de overheid zorgde dat de leden van de directie geen vriendjes in de raad van commissarissen zetten, bij wie zij dan zelf weer aanschuiven. Zo wast de ene hand de andere, in plaats van hem met een kritische tik tot zuinigheid te manen. De kruisgewijze verdeling van directeurs- en commissarisposten is een oude kwaal die verboden zou moeten zijn. Het aandelenrecht – nog zo'n oud probleem – zou zo geformuleerd moeten worden dat de bazen de eigenaars, de aandeelhouders dus, dienen in plaats van zichzelf.

Bedrijven zouden ook kunnen worden verplicht om opties als kosten te boeken – dat zijn ze ook. Dat verkleint weliswaar de winst, maar het laat wel de rest van de wereld zien hoe gezond een bedrijf nu eigenlijk is. Heel wat Amerikaanse reuzenondernemingen zijn inmiddels wakker geworden. Coca-Cola heeft er in juni toe besloten, en het dividend daalde om te beginnen met 3,4 procent. Bij Amazon stegen de bewezen verliezen per aandeel met 69 procent. Zo eenvoudig is het om helderheid te scheppen.

De moraal van het verhaal is helderheid, toezicht en een efficiënt stelsel van prikkels. De kracht van de vrije markt komt voort uit een beleid dat met `verkeerde' motieven en goede regels het goede resultaat tot stand brengt.

Tijdens de Koude Oorlog heeft het westen het kapitalisme van het communisme weten te redden. Het moet niet moeilijk zijn om nu het kapitalisme te redden van de kapitalisten die menen dat de markt alleen voor de dommen geldt.

Josef Joffe is redacteur en mede-uitgever van Die Zeit.

© Die Zeit