Gouden tijden voor lommerd Jakarta

De politici van Indonesië vergaderen deze week over 's lands toekomst. De economie groeit nog altijd, maar de gewone Indonesiër heeft het zwaar.

Made Sidrastana komt voor de eerste keer. ,,En voor het laatst, hoop ik.'' De hindoe is doodop, want zijn vrouw is ernstig ziek. Hij heeft een gouden, ovalen cilinder bij zich, een sieraad dat zijn familie enkele generaties bezit. Er staat een hakenkruis op, het hindoeïstische symbool voor het goede dat zal overwinnen.

Hij geeft het aan het meisje achter de balie. Die weegt de hanger en krast ermee over een zwarte steen om het aantal karaat vast te stellen. Haar baas komt erbij, denkt na en geeft Sidrastana dan een briefje. Dat valt tegen: ,,Drie miljoen roepia (zo'n 300 euro). Daar kan ik de dokter toch niet van betalen!''

De lommerd bij de markt van Salemba in Jakarta, de hoofdstad van Indonesië, zit vol. ,,Als het slecht gaat met de economie, hebben wij het druk'', lacht de bedrijfsleider. Kennelijk gaat het sinds de Aziatische crisis van 1997 nog steeds slecht.

Een eeuw geleden zette de Nederlandse kolonisator de staatsorganisatie op, een soort bank van lening, en nu leent die 6 biljoen roepia (ruim 600 miljoen euro) aan 13 miljoen mensen. Op het platteland geven boeren die snel geld nodig hebben hun ploeg in onderpand en komen die vaak na een paar dagen weer terugkopen tegen een rente van 7 procent op maandbasis.

,,Hier in de stad krijgen we vooral goud en de laatste tijd steeds meer van deze'', zegt Firdaus Mutiara en de bedrijfsleider klopt zacht op een van de tien dure auto's die met honderd tv's en dertig brommers in de kelder van de winkel staan. ,,Minder dan één procent van het onderpand moeten we veilen. Op de een of andere manier weten onze klanten altijd weer aan geld te komen om hun spullen terug te kopen.''

Naast de lommerd verkoopt Andy Liestio brommers en motoren. ,,Tijdens een crisis verkopen wij altijd meer.'' Bedoelt hij de crisis van 1997? ,,Nee, ik bedoel nu. We zitten nu toch ook in een crisis?''

Veel Indonesiërs met lage en gemiddelde inkomens kijken naar hun eigen leven en concluderen dat hun land nog steeds in een economische crisis zit. Maar wat is crisis? De economie groeit de laatste jaren met 3 à 4 procent, waar 7 à 8 normaal is. De Verenigde Naties pinden Indonesië vorige maand vast op plaats 110 (van de 173) van de Ontwikkelingsindex, een index van levensverwachting, onderwijsniveau en koopkracht. Nederland staat negende.

Deze week vergadert de Raadgevende Volksassemblee, het hoogste politieke orgaan van Indonesië, over de toekomst van het land. De economie legt het echter af tegen de politiek, want regering en leden van de Assemblee hebben meer aandacht voor wijzigingen in de manier waarop voortaan de president gekozen moet worden dan voor noodzakelijke economische hervormingen. Die zijn nodig, want buitenlandse investeerders blijven weg. Zeker nadat een rechtbank een Indonesische joint venture met de Canadese verzekeraar Manulife op voorspraak van een lokale concurrent bankroet verklaarde. Weliswaar vernietigde het Hooggerechtshof een maand later dit volgens velen ,,absurde'' vonnis, op de radarschermen van investeerders lichtte Indonesië alweer op als `zeer riskant'.

Anderzijds draaien de cementfabrieken weer op volle toeren, staat het verkeer in de steden als vanouds vast en is het dringen in protserige winkelcentra waar dure handtassen en merkkleding goed worden verkocht. Of Indonesië nu in een crisis verkeert of niet, de inkomensongelijkheid neemt toe.

Indradjit Sardjono geeft daar zijn eigen draai aan. Hij leidt de `Eeuwig Imago' autohandel, de zaak die in Indonesië Ferrari's en Maserati's verkoopt. Er staat nog maar één auto in Sardjono's showroom, een blauwe Maserati 3200 GT. Als een gemiddelde Indonesiër 257 jaar hard werkt, kan hij hem meenemen. Sardjono had tien Ferrari's van gemiddeld 400.000 euro en tien Maserati's van zo'n 180.000 euro per stuk. Hij verkocht ze zonder moeite. ,,Ik ben eigenlijk Robin Hood'', zegt de dealer, doelend op de 200 procent belasting die op de auto's rust. ,,Ik neem van de rijken en de belasting gaat via de regering naar de armen.''

De Indonesiërs die de Ferrari's, Rolls Royces, BMW's en Mercedessen kopen, zijn vooral zakenlui die wisten te profiteren van de sterke koersdaling van de roepia en goedkoop de grondstoffen van het grondstoffenrijke land verkopen. Voor het grootste deel van de bevolking van 210 miljoen betekent de devaluatie dat het leven duurder is geworden. Vooral rond deze tijd, als de kinderen weer naar school moeten.

,,Gelukkig had ik die gouden halsketting van moeder nog'', verzucht Novia Sagitanti. Ze heeft zelf geen kinderen, maar haar zus wel en die heeft geen één miljoen roepia schoolgeld voor haar negenjarige zoontje. En dus zitten de twee bij de lommerd. ,,Bij de bank krijg je pas na twee weken je geld en moet je allerlei papieren invullen en van woekeraars moet ik niets hebben'', vertelt Sagitanti. ,,Maar hier wil ik liever ook niet zijn.''