Georgiërs leveren Tsjetsjenen niet uit

Georgië weigert dertien Tsjetsjenen, die de afgelopen dagen in het grensgebied met Tsjetsjenië zijn opgepakt, aan Rusland uit te leveren. De Russische regering stuurde gisteren procureur-generaal Vladimir Oestinov naar Tbilisi om de Russische eis van uitlevering van de Tsjetsjenen kracht bij te zetten, maar Oestinov kwam vergeefs.

Volgens de Russen zijn de Tsjetsjenen, die illegaal de grens met Georgië waren overgekomen en die bij hun aanhouding gewapend waren, betrokken geweest bij gevechten in het zuiden van Tsjetsjenen. President Poetin zei eerder de Georgische bereidheid, aan de strijd tegen internationaal terrorisme deel te nemen, te beoordelen aan de hand van de vraag hoe snel de Georgiërs de Tsjetsjenen uitleveren. Met het besluit, vooralsnog niet aan de eis van Moskou te voldoen, bruuskeren de Georgiërs Poetin in niet geringe mate, zo menen waarnemers.

De Georgische ambtgenoot van Oestinov, Noegzar Gabritsjidze, maakte gisteren duidelijk dat de Georgische justitie eerst bewijzen wil zien dat de Tsjetsjenen – zoals de Russen zeggen – aan terroristische acties hebben deelgenomen. Pas als die bewijzen op tafel liggen kan Georgië besluiten de arrestanten uit te leveren. ,,Onze wet geeft ons niet het recht uit te leveren zonder schriftelijke documenten die schuld aantonen'', aldus Gabritsjidze.

De dertien Tsjetsjenen – aanvankelijk was gemeld dat er veertien waren aangehouden; de discrepantie is gisteren niet uitgelegd – zijn inmiddels door een Georgische rechtbank wegens illegale grensoverschrijding tot een voorlopige gevangenisstraf van drie maanden veroordeeld. De straf moet garanderen dat ze niet vluchten in afwachting van hun eigenlijke proces, waarbij ze maximaal tien jaar gevangenisstraf kunnen krijgen.

Bij een bomaanslag in Sjatoj, in het zuiden van Tsjetsjenië – in het gebied waar de in Georgië opgepakte Tsjetsjenen zouden hebben gevochten – zijn gisteren elf doden en zeven gewonden gevallen. De slachtoffers waren Tsjetsjeense leden van de pro-Russische politie. Bij de aanslag werd van afstand een bom tot ontploffing gebracht toen een vrachtwagen met dertig politiemannen passeerde. Het was de zwaarste bomaanslag in Tsjetsjenië sinds april, toen in de hoofdstrad Grozny achttien doden vielen. Ook in dat geval waren pro-Russische Tsjetsjeense politiemannen het doelwit.

In Tbilisi is gisteren een opiniepeiling gepubliceerd die uitwijst dat meer dan de helft van de Georgiërs, 56 procent, voor uitlevering van de gevangen Tsjetsjenen aan Rusland is. 35 procent van de Georgiërs is tegen de uitlevering. Negen procent vindt dat de Verenigde Naties over de eventuele overdracht van de Tsjetsjenen moeten beslissen. De peiling, van een radiostation, had overigens niet de pretentie representatief te zijn.

Rusland hekelde Georgië gisteren omdat het in de Kodori-kloof in Abchazië, het pseudo-republiekje dat zich van Georgië heeft afgescheiden, met militaire helikopters zou hebben gepatrouilleerd. Dat zou een schending zijn van afspraken die onder bemiddeling van de Verenigde Naties zijn gemaakt. Rusland heeft een vredesmacht in het omstreden gebied.