Gedragscode voor rechters in de maak

De Nederlandse Vereniging voor de Rechtspraak (NVvR) werkt aan een gedragscode voor rechters. Daarin komt te staan in welke gevallen rechters zaken beter niet kunnen behandelen.

Volgens voorzitter W. Tonkens van de NVvR is er bij een meerderheid van de rechters, officieren van justitie en advocaten behoefte aan zo'n `verschoningscode'. ,,Zo'n gedragscode kan meer duidelijkheid bieden over de vraag welke zaken rechters beter niet kunnen aanpakken. Zo kan het de schijn van belangenverstrengeling tegengaan'', aldus de voorzitter van de beroepsvereniging van rechters en officieren van justitie.

Wat de regels in de gedragscode precies worden, is nog niet duidelijk. Ook is nog niet bekend of de gedragscode bindend wordt. Op dit moment zijn de regels over het al dan niet behandelen van zaken door rechters nog gebaseerd op informele richtlijnen, die niet zijn vastgelegd. ,,Rechters die de verdachte goed kennen, nemen de zaak niet, is zo'n regel'', aldus Tonkens. Ook behandel je geen zaken waar je een direct belang in hebt.''

In de praktijk werken deze ongeschreven regels goed, zegt Tonkens, ,,maar er is behoefte aan het vastleggen van zulke regels.'' Volgens haar vraagt de samenleving steeds meer duidelijkheid van rechters over hun objectiviteit. ,,Vastgelegde regels moeten de schijn van partijdigheid verder wegnemen.''

Vorige week ontstond commotie over de achtergrond van een van de rechters in het proces tegen Volkert van der G., de verdachte van de moord op Pim Fortuyn. De rechter in kwestie, N. Vermolen, was in het verleden bestuurslid van Vluchtelingenwerk, reden voor Tweede-Kamerlid Hoogendijk van de LPF om te twijfelen aan de onpartijdigheid van deze ,,radicale beroepsactivist''.

Voorzitter Tonkens van de NVvR zegt dat rechter Vermolen ,,zonder twijfel'' voldoet aan de huidige vuistregels en de toekomstige regels die in een gedragscode zouden staan. De opwinding over zijn integriteit is volgens de NVvR ,,niet gepast'' en ,,schadelijk'' voor het vertrouwen van de burger in de rechterlijke macht.

In mei van dit jaar bleek uit onderzoek van het Wetenschappelijk onderzoek- en documentatiecentrum (Wodc) van het ministerie van Justitie dat tussen oktober 2000 en oktober 2001 zeven verzoeken om wraking van een rechter zijn toegewezen.

Advocaten of andere partijen in een proces kunnen met dit middel proberen om een in hun ogen onpartijdige rechter van een proces af te halen.

Vrijwel nooit werd het wrakingsverzoek toegekend wegens nevenfuncties van de rechter. Volgens Tonkens toont dit onderzoek aan dat rechtbanken zorgvuldig zijn met het toewijzen van rechters voor een zaak.