Dwaze regel

Volgens een wijdverbreid misverstand zou een pas afgetreden bewindspersoon als Kamerlid niet in het krijt mogen treden met zijn opvolger (`VVD schendt regel Kamer', NRC Handelsblad, 1 augustus). Dat zou een ongeschreven regel zijn waaraan oud-ministers zich fatsoenshalve dienen te houden.

Nu de Tweede-Kamerfractie van de VVD oud-minister Van Aartsen heeft aangewezen als woordvoerder Buitenlandse Zaken zijn er weer waarnemers die daar foei over roepen. Het parlement klaagt al sinds jaar en dag over zijn gebrekkige uitrusting, waardoor het niet is opgewassen tegen bewindslieden die een groot ambtelijk apparaat tot hun beschikking hebben. Wie beter dan een pas afgetreden bewindspersoon is daarom in staat tot het leveren van gefundeerde kritiek?

Het zijn trouwens niet de minsten die zich van de ongeschreven regel niets hebben aangetrokken. Oud-VVD-fractievoorzitter mr. P.J. Oud keerde zich er heftig tegen. Dr. J. Zijlstra voerde in 1963, kort nadat hij was afgetreden als minister van Financiën, gewoon het woord bij de algemene financiële beschouwingen in de Eerste Kamer en dr. W. Drees jr. heeft er zich na zijn aftreden als minister van Verkeer en Waterstaat in de Tweede Kamer ook niet door laten afleiden. En wat zou minister-president Van Agt het in 1978 gemakkelijk hebben gehad als zijn voorganger Den Uyl geen oppositie had mogen voeren. Het is dan ook een dwaze regel.