De pseudo-onthulling van Blokker

Het is niet de eerste keer dat Jaap Blokker waarschuwt tegen winkelovervallen door allochtonen. En bij de overheid wordt ook al enige tijd nagedacht over een aanpak van deze groep. Over de effectiviteit van deze aanpak valt te twisten.

Vluchtelingenwerk Nederland laat in een persbericht weten `ontzet' te zijn. Het grote aantal overvallen in Nederland is het gevolg van de ,,complete asiel- en illegalenindustrie'' van de recente jaren, schrijft topman Jaap Blokker van de gelijknamige winkelketen in zijn jaarverslag. De bestuursvoorzitter sigaleert een ,,verontrustend groot'' aantal overvallen op zijn 2.400 vestigingen. Volgens topman Blokker worden deze overvallen vooral gepleegd door Marokkanen, Antillianen of Oost-Europeanen. Het Blokker-personeel ,,wist dit al langer'', maar dat gold niet voor de achtereenvolgende kabinetten: juist doordat het probleem met allochtone overvallers verzwegen is, heeft het zulke vormen aan kunnen nemen.

Aan Blokker zelf heeft dat niet gelegen. In het jaarverslag van 2000 klaagde hij óók ook al over het ,,politiek taboe op het leggen van een relatie tussen allochtonen en criminaliteit (...) De struisvogelpolitiek van onze bestuurders gaat volledig voorbij aan de praktijkervaringen van onze eigen medewerkers die oog in oog komen te staan met de overvallers.''

Heeft Blokker het aantal overvallen door allochtonen geïnventariseerd? Dat niet, zo zegt een woordvoerder. Wel zijn er ,,rapportages'', gebaseerd op al door Blokker genoemde ,,ervaringen van het personeel''. Of daarin apart wordt bijgehouden of de overvaller op het oog van Antilliaanse of Marokkaanse afkomst was, zegt Blokker niet: het concern weigert commentaar.

Neemt het aantal overvallen op winkels dan toe? Niet helemaal. De Raad Nederlandse Detailhandel (RND) maakte eerder dit jaar bekend dat het aantal roofovervallen in winkels vorig jaar juist met 8 procent is gedaald, van 2793 naar 2567. Ook werden vorig jaar meer daders aangehouden dan het jaar daarvoor. De RND baseert zich op het Landelijk Overvallen Registratie Systeem dat wordt bijgehouden door de Nationale Recherche Informatie. Dat het aantal overvallen vorig jaar is gedaald, hangt samen met de invoering van de euro, zo vermoedt de RND. Tijdens de verspreiding van de nieuwe munt was er tijdelijk meer blauw op straat. Maar nu niet meer. ,,We verwachten dat het aantal roofovervallen dit jaar weer zal toenemen'', zegt een woordvoerder van de RND. ,,De politie heeft die indruk ook.'' De RND houdt niet bij hoe vaak allochtonen betrokken zijn bij roofovervallen. ,,Dat doet niet ter zake.''

Maar plegen allochtonen vaker overvallen dan autochtonen? Dat wél. Uit wetenschappelijk onderzoek is sinds de jaren negentig al vast komen te staan dat bepaalde etnische groeperingen oververtegenwoordigd zijn in de misdaadcijfers. Deze verschillen zijn niet alleen terug te voeren op de economische achterstand van bepaalde groepen migranten, of op het sociale milieu waaruit ze komen. In het rapport `Criminaliteit en etnische minderheden' van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie uit 1997 concludeert Ed Leeuw dat ,,over het algemeen door allochtone groepen in onze samenleving relatief meer criminaliteit wordt geproduceerd dan door het autochtoon Nederlands deel van de samenleveing''. Allochtonen plegen anderhalf tot drie maal zo veel criminaliteit als autochtongen, zo constateerde Leeuw. `Lijstaanvoerders' zijn Marokkanen, gevolgd door Antillianen.

Volgens Joanne van der Leun, sociologe aan de vakgroep criminologie aan de Universiteit Leiden, is het duidelijk. ,,In de grote steden is er een serieus probleem. Een beperkte `harde-kern'-groep jongeren is verantwoordelijk voor een groot deel van de criminaliteit zoals diefstal en overvallen. In deze groep zijn sommige groepen allochtonen oververtegenwoordigd.''

Dat dit probleem er was, was al enige tijd bekend. De relatie tussen etniciteit en criminaliteit wordt in Nederland al lang onderzocht, zo zegt Van der Leun. In de jaren tachtig was het wetenschappelijk onderzoek er misschien nog ,,gericht op het wegredeneren van de hoge criminaliteitscijfers onder allochtonen''. Sinds de jaren negentig is dit echter fundamenteel veranderd.

Maar hoe zit het met de door Blokker veronderstelde struisvogelpolitiek van de bestuurders? Dat is een ingewikkelde vraag. Uit de grote hoeveelheid beleidsnotities over criminaliteit, jeugdcriminaliteit en etniciteit van de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken blijkt dat er in ieder geval veel is nágedacht over het probleem. In hoeverre alle plannen effect hebben gehad, is moeilijker na te gaan.

Wat in ieder geval niet helpt, is alleen het opsluiten van allochtone criminele jongeren, zegt sociologe Van der Leun. Volgens haar zijn sociale projecten om criminele jongeren op het rechte pad te krijgen zinvol, maar nog te veel ,,hap-snapwerk'' geweest. ,,Het zijn te vaak korte-termijn-projecten, die werden slecht geëvalueerd.''

Wat ook niet helpt, zo zegt Van der Leun, zijn uitspraken zoals Blokker heeft gedaan. Zo stelt ze dat het jaarverslag, illegalen, asielzoekers en bepaalde groepen (legale) allochtonen ten onrechte op één hoop gooit. ,,Het lijkt wel of er een premie staat op het doen van zo ongenuanceerd mogelijke uitspraken. Natuurlijk is er een reëel probleem. Maar op deze manier zet je alleen maar groepen tegen elkaar op.''